Categorieën
Historisch bedrijf

Afscheidsbrief aan de universiteit

Na het achter me dichttrekken van de universiteitsdeuren, volgde een rouwproces dat gelijktijdig liep met het opstarten van een nieuwe job, waarin ik ontdekte dat er heel veel dingen anders konden. En dat ik het ook anders wilde.

Ondertussen meer dan een jaar geleden beëindigde ik in samenspraak met mijn toenmalige promotoren mijn postdoc-contract na een halfjaar durende afwezigheid door een burn-out, klaar om met veel zin aan nieuw hoofdstuk, voor het eerst buiten de universiteitsmuren, te beginnen. Ik voelde me gesteund door mijn (ex-)promotoren en mijn dichte collega’s (“de mensen die ertoe doen”, zoals ik steeds zei). Tegelijkertijd voelde ik me in de steek gelaten door de academische wereld waar ik gedesillusioneerd en vastberaden uitstapte.

Liefste – nee, schrap dat – universiteit. Om te beginnen wil ik zeggen dat ik voor veel dingen dankbaar ben. Met het risico dat Theo Francken, minister van Defensie in België, het als potentiële concurrentie ziet, heeft academia me “vrienden voor het leven” opgeleverd, in een jarenlange “boeiende en avontuurlijke werkomgeving”, zoals Francken een vrijwillig Militair Dienstjaar probeert te verkopen aan 17-jarige Belgen. En dat met een aantrekkelijk loon! Mooie voorwaarden zijn echter geen garantie op een happy ending. De universiteit en ikzelf leefden niet lang en gelukkig, toch niet samen.

Ik wil niet boos of misnoegd zijn, natrappen of verwijten rondstrooien. Ik ben (heel) gelukkig geweest op de universiteit, in ‘mijn’ departement. Tot ik het niet meer was. Ik spreek echter niet namens mijn ex-collega’s, mijn ervaring is de mijne. Burn-outs komen altijd voort uit combinaties van verschillende factoren, zowel interne als externe. Als, als, dan, misschien. Ik heb wel closure nodig, zoals na elke relatiebreuk. Ex-partners willen of kunnen hierin niet altijd voorzien. Schrijven is voor mij altijd therapeutisch geweest, dus ik schrijf het van mijn hart.

Aan alle mooie liedjes
In een aanbevelingsbrief voor het doctoraatsproject waarop ik aangenomen werd, schreef de toenmalige promotor van mijn masterthesis dat ik nog moest groeien in zelfvertrouwen, maar dat dit traject me daarin zou kunnen helpen. Profetische woorden! In een wereld waarin het continu draait om feedback, altijd beter moeten, heb ik tijdens mijn doctoraatsjaren binnen een breder project in een veilige omgeving kunnen groeien, vallen, opstaan. Bij het leren academisch Engels spreken en schrijven, praten voor groepen, geloven dat ik iets te vertellen had en een zekere specialisatie kon opbouwen. Alternatieve geschiedenis is ook maar gissen, maar het lijkt me plausibel dat ik vandaag niet zou zijn wie ik nu ben, mocht ik die ervaringen niet gedeeld hebben met deze groep mensen.

Campus Middelheim, Universiteit Antwerpen

Ik ben ondersteund en gesteund geweest door promotoren die niet alleen de onderzoekster zagen, maar ook de mens erachter. Ze zetten de mens soms zelfs voorop, door mee aan de alarmbel te trekken wanneer ik dreigde op te branden. We hadden het niet alleen over werk – de leukste herinneringen gingen nooit over werk – maar over boeken, Lego, koffiepauzes met babbels over alles en niks, het leven. Het klinkt allemaal nogal nostalgisch, clichématig, maar ze hebben me inderdaad zien opgroeien van een jonge, net afgestudeerde vrouw naar iemand die vastgoed kocht, uit de kast kwam en die liefdesverdriet (in stilte) doorworstelde, ziektes en overlijdens verwerkte, in therapie ging en daarover kon en mocht vertellen, en steeds beter leerde haar gevoelens en behoeftes te uiten. Niet op grote manieren, maar tussendoor, net voor of na een overleg, “oh ja, trouwens”. Er was ruimte voor, er werd rekening mee gehouden als ik angsten eindelijk leerde uitspreken, en dat betekende veel.

Tot halverwege mijn doctoraat kon ik tijdens departementsmeetings overvallen worden door een puur geluksgevoel, dat ik daar mocht zitten, dat ik mocht doen wat ik mocht doen, terwijl ik als studente mezelf nooit tot de groep had gerekend die die kansen zou krijgen, of verdiende. Ik schreef, ontdekte geschiedenis en ondertussen mezelf. Niet alles was rozengeur en maneschijn, dat is het nooit, maar ik beleefde plezier, voelde me gestimuleerd, wilde van alles proeven en proberen.

Ik heb geluk gehad, met de verschillende promotoren doorheen mijn kortstondige academische carrière, met mijn kantoorgenoten, mijn traject, met kansen die ik kreeg. Dit wil ik onderstrepen, niet als een gekende techniek van de complimentensandwich. Wel omdat ik het ook anders heb gezien.

Komt een einde
Dat jaren later elke vezel in mijn lichaam zou schreeuwen om weg te gaan, had ik zelf lang niet zien aankomen. En toch, ineens is het daar: de muur.

Soms kun je dingen niet meer ontzien als je ze eenmaal gezien hebt en kun je niet geloven dat je ze niet eerder hebt gezien. Je hoeft niet alles steeds zelf mee te maken, machteloos toekijken is soms erger. Ineens zie je het, en is dat het enige wat je ziet. Niet alleen hier, maar ook daar, overal.

Rotterdam, collegezalen universiteit

Structuren die concurrentie aanmoedigen. Ruzies die hieruit ontstaan, die nooit uitgepraat worden. Leidinggevenden die niet ingrijpen, omdat ze de voordelen van de situatie wel inzien. Totdat het hen niet meer uitkomt. Mensen die je ineens als potentiële tegenstander zien, die achter je rug om gaan, die vriendelijkheid en hulpvaardigheid met wantrouwen beantwoorden.

Structuren die voor het ene gender nadeliger uitpakken, terwijl daar niet openlijk over gesproken kan worden, omdat sommigen het spelletje liever meespelen in de hoop zo van diezelfde structureren te kunnen profiteren. Seksisme dat zo vermoeiend en algemeen aanvaard is, dat niemand nog de moeite neemt verontwaardiging te uiten wanneer de vrouw als mevrouw wordt aangekondigd en de man met dezelfde functie als prof. dr., de gevolgen ten spijt voor vrouwelijke onderzoekers die beseffen dat ze zich kapot kunnen werken, maar voor wat. Titels zijn niet alles, maar kunnen veelzeggend zijn.

Structuren waarin academische discussies hoog in het vaandel gehouden worden, totdat ze niet meer theoretisch zijn en worden ingehaald door de realiteit. We willen niemand zich ongemakkelijk doen voelen, zeker niet de mensen in machtsposities die iets kunnen veranderen, tenzij mensen vanuit hun levenservaring en minderheidspositie gevoeligheden aanstippen. De verantwoordelijkheid wordt bij de laatsten gelegd, niet bij degenen die hun eigen peers makkelijker kunnen aanspreken op hun gedrag. Hiërarchie mag er zijn, maar liefst zonder ongemakkelijke gesprekken.

Structuren die soms eerder aanmoedigen om te zwijgen dan te praten, want dat is veiliger. Politiek-neutraler. Beter voor je carrière. (Internationale) conflicten blijven beter op een veilige afstand. In de coronacrisis werden academici met de nodige expertise aangemoedigd zich uit te spreken, maar aan mensenrechten mogen we ons nu niet ‘verbranden’. Dus spreken we ons niet uit vanuit onze historische kennis. Hun strijd is de onze niet, tenzij je als kind van gescheiden ouders tussen twee promotoren terechtkomt en je gretig wordt ingezet als pion of munitie.

Universiteit Utrecht, Willem C. van Unnikgebouw

Structuren waarin weekendwerk en overwerkt zijn als een badge of honour wordt dragen.

Structuren die extra drempels opwerpen, bewust, want alleen de aanhouder wint. Dat niet iedereen dezelfde financiële, sociale startpositie heeft, doet er niet toe. “Het is een keuze, Margo.” Een keuze met consequenties voor je carrière, maar desniettemin een keuze. Gedwongen of niet.

Structuren die onvoorwaardelijke inzet en loyaliteit eisen, maar de mensen die deze leveren ook wegwerpen zodra het einde van het contract bereikt is, of ze iemand anders gevonden hebben. Structuren die de vervangbaarheid van mensen in stand houden, maar verontwaardiging opwekken wanneer mensen hun job dan ook maar als een job beschouwen en grenzen stellen. Grenzen zijn er tenslotte om overschreden te worden. Grensoverschrijdend is immers vergeefbaar, vooral als je genoeg geld binnenbrengt. #Metoo. Grenzen bewaken wekt soms meer wantrouwen op. Kan ze het wel aan?

Structuren van ‘binnen’ en ‘buiten’, uit het oog, uit het hart – en dat voel je snel . Weg is weg, niet? “Het is een keuze, Margo.” (De mensen die ertoe doen, zij zijn er wel, ook nu nog.)

(En dat kan pijn doen)
Ook al is het een bewuste, gezonde keuze, het beste voor jezelf, toch kan het pijn doen, of kun je het anders gewild hebben, al is het maar de manier waarop.

Afscheid is ook relatief. Ik heb nog te veel vrienden in de academische wereld om cold turkey te gaan. Ik voel me vreemd beschermend tegenover hen, omdat ik weet wat het is en kan zijn, maar ook hoe het niet hoeft te zijn. Zelfvertrouwens hoeven niet gebroken te worden, mensen verdienen (zoveel!) beter, constante stress hoeft niet de status quo te zijn. Vakantie nemen is goed. Weekends bestaan. Collega’s kunnen vrienden zijn. Worden. Blijven. Ook in en buiten de universiteit.

Universiteit Utrecht, Victor J. Koningsbergergebouw

Ik wil de vriendin zijn die aan de zijkant luidkeels staat aan te moedigen. Mijn keuze hoeft niet de hunne te zijn. Wanneer ik dezelfde problemen hoor waardoor mijn emmertje overliep, voel ik me soms als iemand die een hevige stroom heeft overgestoken en de anderen toeschreeuwt dat het de moeite waard is, dat het gras aan de andere kant wel degelijk groener is. Of toch zeker ook groen. Met bloemetjes, de moeite waard.

Ik geloof (terug) dat de meeste mensen deugen, en dat dat ook geldt voor waar ik vandaan kom, dat de meesten doen wat ze (denken te) kunnen (doen). Soms worden ze ook geconfronteerd met zaken waarmee ze niet weten wat aanvangen, zoals bijvoorbeeld een burn-out. Er wordt niet vaak over gesproken. Soms blijft er ineens iemand een tijdje thuis. De woorden worden er niet altijd opgeplakt. Uit ontkenning of omdat mensen die zich kwetsbaar durven opstellen, schrik hebben erop afgerekend te worden. Eén van de eerste reacties die ik van iemand op de universiteit kreeg, was “dus je gaat ander werk zoeken?” (Afgeschreven.) Niet: “Wat kunnen wij beter doen?” Onbedachtzame reacties kunnen overlopende druppels worden in een bomvolle emmer.

En dat zou niet zo hoeven te zijn
Academia kan – moet – beter, laten we dat ten minste erkennen. Voor alle mensen die ik de afgelopen jaren op verschillende plekken heb zien uitstromen midden-contract, zonder verlenging van contract, voor de mensen die er werken, op alle ladders van de academische hiërarchie. Het systeem is niet goed genoeg, we hoeven ons er niet bij neer te leggen. Het is een keuze. Vakantie nemen doet mensen beter werken: gelukkige, uitgeruste mensen boeten niet in op excellentie, maar presteren beter. Familie en ambitie kan samengaan. Je werk is je leven niet. Je eigenwaarde staat niet gelijk aan je aantal publicaties, is niet meetbaar in output. Mensen doen ertoe, tijdelijk in de werkcontext of niet.

University of East Anglia

Structuren veranderen niet na één nacht, maar wel door mensen. Ik hoop dat er mensen de moed (blijven) vinden om tegen bepaalde muren te stampen tot ze barsten, omvallen en weer met meer menselijkheid opgebouwd  worden. Ik hoop dat ik die nieuwe muren mag aanschouwen, maar ook dat er poorten ingebouwd worden waar mensen met trots en een warm afscheid uitgezwaaid worden en/of via een exitgesprek gehoord worden, of het nu na een carrière van 6 jaar of 50 jaar is, zodat niemand in stilzwijgen doordrenkt langs een achterdeurtje verdwijnt.

Het is een mooie job, of kan het zijn, een unieke kans, of het nu levenslang is of voor even. Het was het laatste voor mij. Ik wens iedereen promotoren toe die durven meevieren wanneer je een job vindt buiten de universiteit, die opgelucht zijn dat dat je terug gelukkig maakt. Die met vrienden samenspannen om je te verrassen met een etentje omdat je nooit op een fatsoenlijke manier afscheid hebt kunnen of durven nemen. Die je geruststellen en zeggen dat je hen niks verschuldigd bent, waardoor je de stap durft te zetten en je niet schuldig voelt wegens een veronderstelde disloyaliteit of ondankbaarheid voor de gegeven kansen.

Het is een keuze, en beide opties kunnen evenwaardig zijn. Het leven eindigt niet aan de deur van de universiteit. We kunnen vrienden blijven.

Margo Buelens-Terryn (zij/haar) was postdoctoraal onderzoekster aan een universiteit (en nu niet meer). Ze werkte eerder onder meer over mediageschiedenis in vroeg-twinigste-eeuwse steden.