Na decennialange afwezigheid van een ‘Jaarboek voor de Geschiedenis van Arbeidersbewegingen en het Socialisme’ in het Nederlandse tijdschriftenlandschap, is het platform terug! Op 29 mei 2026 wordt het hernieuwde Jaarboek gelanceerd. In dit artikel lees je meer over onze drijfveren en hoe we het nieuwe Jaarboek voor ons zien.
De arbeidersbeweging en het socialisme in Nederland kennen een rijke geschiedschrijving. Dat is niet vreemd, want zowel de arbeidersbeweging als de socialistische beweging waren en zijn in al hun facetten beeldbepalend en van grote invloed tijdens de afgelopen eeuwen. Beide kwamen op met de industrialisering en ‘modernisering’ van de samenleving en waren er zowel een product van als een reactie op. Daarnaast functioneren beide bewegingen in de geschiedschrijving dikwijls als venster op dit tijdvak: het ingetogen, luidkeels of anderszins ontregelend protest uit de hoek van arbeiders werpt licht op cruciale breuklijnen in het maatschappelijk verkeer.

Over de arbeidersbeweging en het socialisme in Nederland is daarom veel geschreven. Niet alleen in boekvorm, maar ook in tijdschriften. Vanaf de jaren zeventig is zelfs een chronologie op te tekenen van opeenvolgende periodieken. Van het Jaarboek voor de geschiedenis van socialisme en arbeidersbeweging in Nederland (1977-1981), naar het Bulletin Nederlandse arbeidersbeweging (1983-1995) tot Onvoltooid verleden (1997-2008).
Dergelijke tijdschriften functioneerden niet alleen als podium, via welke onderzoeksresultaten gedeeld konden worden. Ze vervulden ook een platform-functie. Een tijdschrift is niet alleen een uitgave, maar ook plek van samenkomst. Vakgenoten vinden elkaar via een tijdschrift, organiseren lezingen, symposia en discussies, wisselen ervaringen en inzichten uit, wijzen elkaar op nieuwe literatuur, bronnen en onderzoeksmethodes.
Op dit moment is er geen tijdschrift dat zich richt op de geschiedenis van arbeidersbeweging en socialisme in Nederland. Daardoor is er ook geen plek waar vakgenoten elkaar kunnen vinden. Dat is zonde, want er wordt nog steeds veel vernieuwend onderzoek gedaan naar deze thema’s – uitwisseling tussen vakgenoten zou een verrijking kunnen zijn. In Vlaanderen gebeurt dat al in het tijdschrift Brood & Rozen, uitgegeven door het Amsab – Instituut voor Sociale Geschiedenis. Door opnieuw een Jaarboek Geschiedenis Arbeidersbeweging en Socialisme te starten, willen we een ruimte creëren waar onderzoek gepubliceerd kan worden en onderzoekers elkaar kunnen vinden. We zien het jaarboek expliciet niet alleen als een uitgave, maar ook als een knooppunt binnen een breder netwerk van vakgenoten.
Wiens arbeidersgeschiedenis?
De voorgangers van het eerdere Jaarboek voor de geschiedenis van socialisme en arbeidersbeweging (1977-1891) beschreven in hun eerste editie dat ze geen neutrale arbeidersgeschiedenis wilden schrijven. Hun jaarboek is, gelijk aan dat van ons, gericht op ‘socialisme en sociale bewegingen’ – al krijgt het socialisme in hun titel voorrang. Redacteuren Ger Harmsen en Jacques Giele stelden in 1977 dat hun publicatie ‘niet ter rechtvaardiging maar wel ten nutte van de arbeidersorganisaties’ moest dienen. Een interessante zienwijze: hoe kan iets wat je niet rechtvaardigt toch van nut zijn? Is dat iets waar we tegenwoordig nog iets mee kunnen? De auteurs maken ook onderscheid tussen ‘eigenlijke’ en ‘oneigenlijke’ geschiedenis. Met oneigenlijke geschiedenis doelen ze op een geschiedschrijving waarin de verschillende klassen ‘op één lijn’ worden geplaatst. Ook vinden ze de bestudering van bijvoorbeeld confessionele vakbonden, die niet de verheffing van de arbeidersklasse tot doel hebben, niet het bestuderen waard. Eigenlijke geschiedenis is in de visie van Harmsen en Gielen geschiedschrijving waarin wordt aangenomen dat de ondernemersklasse de arbeidersklasse onderdrukt. Dit is wat we marxistische geschiedschrijving noemen; het woord ‘oneigenlijk’ zou nu waarschijnlijk niet meer op die manier geaccepteerd worden. Dat is te normatief. De redactie van het hernieuwde jaarboek neemt expliciet ook niet-socialistische arbeidersbewegingen mee in haar onderzoeksscope.
Toch is de visie van Gieles en Harmsen van 50 jaar geleden in sommige opzichten best modern. Ze beschrijven dat ze de arbeidersklasse niet als ‘staties gegeven’ zien. Ook erkennen ze het belang van een brede blik: ‘veel wat de arbeidersklasse betreft en beroert, blijft buiten het gezichtsveld van de georganiseerde arbeiders’. Bovendien zijn de arbeidersbeweging en het socialisme, zo zagen ook Gieles en Harmsen al, niet hetzelfde. In de geschiedenis waren er tevens katholieke, protestante en rechtse arbeidersbewegingen. Ook waren socialisten lang niet altijd arbeiders. We richten ons met ons jaarboek op de geschiedenis van beide fenomenen – de arbeidersbeweging en het socialisme in Nederland – in de brede zin van het woord, en benadrukken specifiek de negentiende en twintigste eeuw. Zo verschaffen we inzicht in hoe arbeiders zich, of dat nu vanuit het socialisme was of niet, organiseerden en verhielden tot hun omgeving.
Ook Nederland vatten we op in bredere zin dan onze voorgangers. In de tijdsperiode waarop we ons richten strekte ‘Nederland’ zich immers uit van de Caraïben tot Azië en het Zuiden van Afrika. Ook in deze koloniale gebieden ontstonden arbeidersbewegingen en socialistische groepen en organisaties. Dikwijls stonden die met elkaar in contact en beïnvloedden zij elkaar. Bovendien sloegen bewegingen in koloniale gebieden de brug naar arbeidersbewegingen in hun directere geografische omgeving – gezien vanuit deze invalshoek zijn dus ook historische banden met Latijns-Amerikaanse socialisten, Afrikaanse antikoloniale groeperingen en revolutionaire bewegingen in Zuid-Oost Azië een integraal onderdeel van de globale ‘Nederlandse’ arbeidersgeschiedenis. Ook voor deze interacties en invloeden willen we aandacht genereren met ons jaarboek.
Op 29 mei lanceren we ons initiatief met een evenement bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, waar we met verschillende historici en erfgoedexperts in gesprek gaan over de vraagstukken die ons nu te wachten staan. In het najaar verschijnt onze eerste publicatie: nog geen volledig jaarboek, maar een brochure, geheel in de traditie van de arbeidersbeweging. Hierin gaan diverse auteurs in op wat wij tot dusver ‘De Uitdaging’ hebben genoemd: hoe staat het ervoor met de geschiedenis van arbeidersbewegingen? Hoe zien verschillende auteurs – van opkomende onderzoekers tot gevestigde namen – de toekomst van dit vakgebied? En wat is er volgens hen nodig?
In 2027 zal ons allereerste Jaarboek verschijnen. Om af te trappen met een breed, globaal perspectief op de geschiedenis van arbeidersbewegingen en socialisme in Nederland zullen we in dit eerste nummer de ‘wereldgeschiedenis’ van Nederlandse arbeidersbewegingen centraal stellen. De Call for Papers daarvoor publiceren we binnenkort op onze website, dus hou die in de gaten!
Marieke Dwarswaard (1996, zij/haar) is historicus en onderzoeker bij het Kennisplatform Leefbaar en Kansrijk Groningen. Daarnaast is ze redactielid bij het Jaarboek Arbeidersbewegingen en Socialisme.