Een bewaakte overgang

Vijf nieuwe Over de Muur redacteuren stellen zich voor aan de hand van hun favoriete historische bron. Vandaag: Felix Bosch

Een paar weken geleden publiceerden ProRail en de Nederlandse Spoorwegen de resultaten van een groot onderzoek naar onbewaakte spoorwegovergangen in Nederland. ‘Onbeveiligde overwegen veel gevaarlijker dan gedacht, per direct maatregelen’, kopte de NOS. Dat zou weleens tijd worden; de liberale politicus Harm Smeenge kaartte het probleem al in 1934 aan in de Nederlandse politiek. Eind negentiende- en begin twintigste eeuw was Smeenge bijna vijftig jaar lang actief in de Tweede en Eerste Kamer, als trotse afgevaardigde van Drenthe en vooral Meppel. Toen er precies dáár een ernstige treinaanrijding plaatsvond, wierp Smeenge in de Eerste Kamer een praktische oplossing op om dit soort ongevallen voortaan te voorkomen.

Brief aan Harm Smeenge. Eigen foto auteur. Nationaal Archief, Den Haag, Collectie 261 H. Smeenge, nummer toegang 2.21.263, inventarisnummer 45.

Smeenge wilde chauffeurs bij wet verplichten ‘voor iederen overweg te stoppen, en uit te stappen om zich ervan te overtuigen dat de spoorweg vrij is’. Enkele brieven in zijn persoonlijke archief in het Nationaal Archief in Den Haag getuigen ervan dat betrokken burgers Smeenge persoonlijk aanschreven om hem duidelijk te maken dat dit “lapmiddel” onvoldoende was. Er was meer nodig, zoals ‘een duidelijk fluitsignaal [van de] machinist’ of automatische lichtseinen. In de brief op de foto kreeg Smeenge zelfs een klein, vlug geschetst tekeningetje toegestuurd van een nieuw soort slagboom, met ‘een zwaar tegenwicht zoodat de boom zeer gemakkelijk was te openen en dan door eigen gewicht weer dicht viel’. Hierdoor zouden alle passerende chauffeurs gedwongen worden te stoppen, ook als er niemand ter plaatse was om het te controleren.

Ik denk niet we hier historische lessen voor hedendaags spoorbeleid uit kunnen trekken – daarvoor lijkt de wereld toch te veel veranderd. Maar Smeenges interpellatie en de brieven die hij kreeg bieden een zeldzaam inkijkje in de geschiedenis van de relaties tussen politici en burgers. Smeenge was de hoofdpersoon in mijn masterscriptie, waarin ik met name zijn kenmerkende plaatsgebonden politiek en voortdurende directe interacties met burgers onderzocht. Dit is een thema waar ik mij tegenwoordig als junior-onderzoeker aan de Radboud Universiteit nog steeds mee bezig houd. Als redacteur bij Over de Muur hoop ik historische en maatschappelijke inzichten te bundelen en aan een groter publiek over te brengen – zeker wanneer het zulke aansprekende bronnen betreft, die het verleden zo ontzettend dichtbij brengen. Ik zal mij hierbij voornamelijk inzetten op het dossier publieksgeschiedenis.