Maak alle artikelen open-access beschikbaar

Als we de kloof tussen wetenschap en publiek ooit willen overbruggen, dan moeten artikelen van publieks-gefinancierde onderzoekers ook publiek toegankelijk zijn.

‘Als je een artikel gepubliceerd krijgt in Past & Present, dan ben je zeker van een baan aan een universiteit.’ Dat werd mij laatst verteld door een collega die jaren in Engeland had gewerkt. Past & Present is een hoog aangeschreven wetenschappelijk tijdschrift met een radicale oorsprong. Het werd opgericht in 1952 door een groepje Marxistische historici, met het doel om de geschiedenis van gewone mensen te vertellen aan een breed publiek. Inmiddels is Past & Present verplichte kost voor historici over de hele wereld. Maar sinds afgelopen maandag zijn nieuwe artikelen in Nederland alleen nog te lezen voor wie de hoofdprijs betaalt.

‘Login via your institution’ is aan Nederlandse universiteiten geen optie meer

Op 1 mei zijn de onderhandelingen tussen Oxford University Press (OUP) en de vereniging van universiteiten (VSNU) stukgelopen. OUP is de grootste wetenschappelijke uitgeverij ter wereld, onder andere van een aantal belangrijke historische tijdschriften. Het knelpunt in de onderhandelingen was ‘open access’, vrije toegang tot wetenschappelijke artikelen voor iedereen. De VSNU wil dat uitgeverijen toewerken naar volledige open access in 2020, en OUP wil zich hier niet tot verplichten. Open access betekent immers minder verkoop van dure abonnementen. Sinds 1 mei zijn Past & Present en andere OUP-titels daarom niet meer beschikbaar aan Nederlandse universiteiten.

Er zijn uitwegen, zoals ons aan de UvA werd verteld. Medewerkers kunnen om artikelen vragen aan internationale collega’s via netwerksites zoals Academia.edu, het Facebook voor academici. Dat is een mooi idee, maar voor studenten en niet-academici bijvoorbeeld al niet haalbaar. En hoe groot is de kans dat iemand met alleen een Universiteitsbibliotheekpasje nog aan de nieuwste artikelen kan komen?

Volgens het VSNU is de houding van OUP een uitzondering. Steeds meer uitgeverijen zetten de stap naar open access. De Leidse uitgeverij Brill heeft een open-access programma, en het tijdschrift voor Nederlandse geschiedenis BMGN is helemaal vrij toegankelijk. Moeten Nederlandse wetenschappers die OUP-publicaties dan maar gewoon links laten liggen?

Heel eerlijk moet ik zeggen, dat als ik de kans kreeg om mijn onderzoek te publiceren bij OUP, ik die met beide handen zou aangrijpen. In de academische wereld ligt een geweldige druk op hoeveel, maar vooral ook wáár je publiceert. Een artikel in het sufferdje van een lokale historische kring telt niet mee. Het beste is een internationaal tijdschrift met een hoge ‘ranking’, waar veel meer artikelen worden afgewezen dan geaccepteerd. Misschien bereik je er alleen wat vakgenoten mee, maar het vergroot je kansen om aan de universiteit te kunnen blijven werken enorm. Zolang een artikel in Past & Present een baan betekent, heeft OUP een onderhandelingspositie waar de VSNU nauwelijks tegenop kan.

De hiërarchie in wetenschappelijke publicaties, en vooral hun waardering vergeleken met artikelen en boeken voor het ‘brede publiek’, zijn grote problemen. De discussie hierover moet vaker en feller worden gevoerd. Maar als we de kloof tussen wetenschap en publiek ooit willen overbruggen, dan moeten artikelen die belangrijk zijn voor onderzoekers ook publiek toegankelijk zijn voor academici en niet-academici.

Lisa Kattenberg is promovendus aan de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek gaat over Spaans denken over de Nederlandse Opstand, en hoe men in de zeventiende-eeuwse Spaanse politiek probeerde te leren van het verleden. Sinds 2015 is ze ook ambassadeur van Koninklijk Nederlands Instituut in Rome (KNIR).