Oproep: lees een vrouw

Corina Koolen promoveerde in mei van dit jaar op onderzoek naar genderverhoudingen in de Nederlandse literatuur. Opvallend: verschillende witte, mannelijke hoogleraren waren erg kritisch, zonder haar proefschrift gelezen te hebben. Koolen is er nu wel klaar mee en roept op tot actie.

Dit stuk is al een lange tijd in de maak. Toen ik promoveerde in mei – op de achterstelling van vrouwelijke auteurs in het hedendaagse Nederlandse literaire veld – was er veel media-aandacht en daar wilde ik over schrijven. In eerste instantie werd het een reactie op twee Volkskrant-columns die probeerden mijn proefschrift af te serveren op een mix van onjuiste assumpties en (onoverkomelijke) onvolledige informatie uit de krantenartikelen die over mijn onderzoek verschenen. Maar het voelde wat kleinzielig. De auteurs waren vooral persoonlijk in de wiek geschoten vermoed ik, omdat zij zelf vrouwen zijn die op hoog niveau functioneren in de literaire wereld. Dan hoor je niet graag dat er eigenlijk niet zo heel veel veranderd is in de afgelopen decennia wat betreft het prestige van vrouwelijke auteurs.

Foto: Gellinger.

Ik heb me nog even boos gemaakt op Twitter. Toen riep ik dat als je iets over mijn onderzoek wilt zeggen, dat je dan wel op zijn minst de samenvatting of een paar artikelen op mijn blog mag lezen. Je gaat immers ook niet een recensie over een roman schrijven op basis van de samenvatting van drie lezers? Het zegt, zoals Fabian Stolk haarfijn analyseerde, iets over het dédain van niet-wetenschappers voor wetenschappelijk onderzoek. Maar ik geloof dat dat dédain een heel specifieke voedingsbodem heeft, namelijk dat we niet zo rationeel zijn als we graag denken. We voelen ons persoonlijk aangevallen en gaan de verdediging in: ik wil dit niet horen, dus kan het niet waar zijn. Overigens vind ik dat wetenschappelijk onderzoek wel degelijk kritisch gelezen moet worden, maar precies dat: gelezen moet worden. Daar wilde ik het verder bij laten, want over het geheel gezien was de aandacht voor mijn onderzoek 90% positief en heb ik die periode na mijn promotie gezien als een mooie erkenning van mijn werk. Ik ervoer (en zo zie ik het nog steeds) alle aandacht als een groot voorrecht. Dus kwam er geen kritisch stuk.

Toen gebeurde er echter iets. Er kwam een wonderlijk type reactie vanuit mijn eigen hoekje van de academische wereld. Witte, mannelijke professoren (het cliché stuit zelfs mij tegen de borst) feliciteren me met mijn graad om vervolgens een soortement van onduidelijk semi-tegengas te geven. En dat allemaal zonder mijn proefschrift te hebben gelezen en zonder op de inhoud in te gaan. Hieronder een greep uit de reacties.

Professor 1 is de minst subtiele. Hij valt me en plein public snoeihard aan; de promovendi in ons gezelschap houden besmuikt hun mond. Hij is van het slag “het moet om literaire kwaliteit gaan” en is het niet eens met mijn standpunt dat een goede auteur elk onderwerp literair kan beschrijven. Maar waarom anorexia in zijn ogen wel literair beschreven kan worden en menopauze niet, daar heeft hij uiteindelijk geen antwoord op. Professor 2 is van het “we moeten hier redelijk over kunnen praten”-type. Normaal gesproken ben ik ook die mening toegedaan. Alleen dit snapte ik niet: hij vertelt dat hij een vriend heeft in zijn land, die het gevoel heeft dat hij als mannelijk auteur juist achtergesteld is als het op literair publiceren aankomt. Als ik na een lange discussie met argumenten over en weer besluit met: ik zie dit dus niet als een tegenargument, zegt hij: “Maar zo was het ook niet bedoeld, ik wilde het je alleen vertellen.” Professor 3 claimt dat het voor Engelse literatuur anders is, want “Jane Austen”. Ik was het twisten moe en zei: “Ik heb alleen Nederland onderzocht inderdaad. Jij zou het moeten onderzoeken voor jouw land, hoe meer data hoe beter!” Gek genoeg ging hij daar verder niet op in.

Zoals ik al schreef: wetenschappelijk onderzoek moet getoetst worden. Mijn onderzoek wordt beter als collega’s ernaar kijken en opbouwende kritiek geven. Niemand is feilloos. Alleen deze reacties, die vond ik eerst lastig te plaatsen. Ze hadden mijn onderzoek nog niet gelezen. En ik snap dat we vooral informele conversaties hebben op congressen, maar waarom dan kiezen voor schijnbare tegenargumenten? Ze zouden ook evengoed kunnen zeggen wat een paar vrouwelijke lezers mij toevertrouwden na mijn promotie: “Wat interessant! Maar ik moet wel toegeven dat ik zelf ook een voorkeur voor mannelijke auteurs heb, ik zal er vanaf nu eens op letten.” Waarom die professoren dat niet doen? Het antwoord is eenvoudig. Zij doen hetzelfde als wat mijn critici deden in De Volkskrant: Ze voelen zich persoonlijk aangevallen door de boodschap en willen het dus simpelweg niet horen. Alleen is het effect van hun vingers-in-de-oren veel groter.

Wat me na mijn promotie namelijk duidelijk is geworden, en waarin deze respons uiteindelijk toch waardevol bleek, is dat de wetenschap een grotere rol heeft dan ik aannam in mijn proefschrift. Het probleem is niet dat vrouwelijke auteurs er niet zijn (want ze zijn er wel), het probleem is dat ze in de loop der tijd verdwijnen. Deels heeft dat met contemporaine canonisering te maken (minder literaire prijzen), maar zeker ook met gebrek aan aandacht voor individuele vrouwelijke auteurs in de literatuurwetenschap (zie bijvoorbeeld deze analyse door Andrew Piper). Studenten die opgeleid worden, zien opnieuw weer alleen de usual suspects, de mannen + Jane Austen, en reproduceren dat beeld op hun beurt. De reacties van mijn collega’s laten zien dat het hem zit in subtiele tegenwerking; het was naïef van mij om te denken dat ze anders zouden reageren. Ze bekritiseren niet direct mijn onderzoek, maar toch. Ik zeg: “Hey jongens, we vergeten nog steeds de vrouwelijke auteurs terwijl ze wel kwalitatief goede werken schrijven en ik heb bewijs”. En dan zegt de gevestigde orde: “Mooi onderzoek hoor! (Maar we hebben toch Jane Austen/mijn vriend komt juist niet aan de bak als literair auteur omdat hij man is/Het moet om literaire kwaliteit gaan.)” en gaan vervolgens zelf weer verder met William Shakespeare en Henry James.

Die vingers gaan ze niet uit hun oren halen. Dus wij moeten het werk zelf gaan doen. En ik ben van het pragmatische slag, dus ik stel het ‘Stem op een vrouw’-model voor. Dat is een actie waarbij een Nederlandse actiegroep instructies gaf over hoe meer vrouwen in de politieke vertegenwoordiging te krijgen — en met succes. Nee, het is niet nieuw, maar het is blijkbaar nog (of opnieuw) nodig. De tijdgeest hebben we weer even mee, zou ik zeggen. In welk geesteswetenschappelijk veld je ook zit: laat die man zitten en kies een vrouw. Eén vrouw, hooguit twee. En analyseer haar werk. Laat zien waarom dat werk of die prestatie zo bijzonder is. Publiceer het. Met hoe meer we zijn, hoe groter de kans dat er daadwerkelijk iets verandert. #kieseenvrouw dus. Als je met me mee wilt doen, stuur me een bericht. Mag via Twitter (@corinakoolen) of de mail (corina.koolen [at] huygens.knaw.nl).  Over een jaar, september 2019, zal ik kijken wat het opgeleverd heeft.

Corina Koolen is postdoctoraal onderzoeker aan het Huygens ING in Amsterdam, in het digital humanities-project The Riddle of Literary Quality. Ze promoveerde in mei op Reading beyond the female: the relationship between perception of author gender and literary quality. Een exemplaar aanvragen kan via www.corinakoolen.nl.