‘Thuis werk je beter’ en andere symptomen van werkstress

Als we een einde willen maken aan de hoge werkdruk en fundamentele onzekerheid binnen ons vak moeten we allereerst een einde maken aan de valse romantiek die ons vak omringt.

Elke vrijdagmiddag overkomt het me weer: bij het inpakken belandt er altijd een artikeltje-voor-de-zekerheid in mijn tas. Het is niet dat ik verwacht dat weekend echt aan werken toe te komen. Dikwijls weet ik al dat het hele weekend vol gepland is met activiteiten. Maar je kunt nooit weten of je in de trein, ’s avonds laat of tijdens het ontbijt ineens toch tijd over hebt voor dat artikeltje-voor-de-zekerheid, die ogenschijnlijke bezwering voor onzekerheid. Zoals kleine kinderen een knuffel nodig hebben, en voetballers hun kruisje, voel ik me zekerder met dat artikel in mijn tas.

Maar er is ook een andere reden waarom ik – en vele collega-historici met mij – geneigd ben werk mee te nemen naar huis. Ik leef in de fantasie dat ik thuis beter aan werken toekom dan op mijn werk. Daar heerst werkelijke rust. Daar kun je je mail ongeopend laten en vergaderingen overslaan. Veel collega’s blijven zelfs op doordeweekse dagen thuis omdat ze zich moeten concentreren, of ze nemen hiervoor een sabbatical op. Ik betrap mij soms op de gedachte dat ik twee weken vakantie uitstekend zou kunnen gebruiken om dat ene belangrijke boek nu eindelijk eens uit te lezen. Meestal komt van die voornemens weinig terecht en blijf ik achter met een schuldgevoel.

Veel collega’s doen romantisch over hun workaholisme. Wetenschapper zijn is een roeping en dat ben je voor het leven, zeggen ze. Wij houden ons liever niet aan werkdagen van negen-tot-vijf. Toch laat een recent FNV onderzoek zien dat bijna zeven van de tien medewerkers op Nederlandse universiteiten de werkdruk als hoog tot zeer hoog ervaren. 63 procent van de ondervraagden gaf zelfs aan lichamelijke en psychische klachten te ondervinden van de stress. Ik geloof dan ook niet in de romantische voorstelling van mijn collega’s. In het weekend doorwerken is een kwalijk bijeffect van werkdruk en afleiding.

We worden voortdurend onderbroken door de noodzaak tot het schrijven van onderzoeksvoorstellen, het bijschaven van artikelen, het halen van deadlines en het bijwonen van verplichte vergaderingen. Ook colleges die meer tijd innemen dan begroot zijn een belangrijke bron van afleiding. En na elke onderbreking duurt het een uur voor je weer goed aan het werk bent. Hierdoor lijkt het alsof je aan het ‘echte werk’ – nieuwe tekst produceren, bronnen bestuderen en de literatuur bijhouden – niet toe komt, terwijl je daar uiteindelijk wel op wordt afgerekend.

Kunnen we hier iets aan veranderen? Ik wil mijn artikeltje-voor-de-zekerheid voortaan graag op mijn werk laten maar de deadlines zijn onverbiddelijk en een vervolgaanstelling is allerminst zeker. Als je op je werk niet aan werken toekomt, dan moet daar wat aan veranderen. De romantiek die ons vak omringt verdoezelt het gegeven dat ons werk wérk is en geen romantische roeping die het beste thuis beoefend kan worden. Pas wanneer de hoge werkdruk en fundamentele onzekerheid als problemen erkend worden kunnen we de structurele oorzaken van werkdruk één voor één aanpakken.

De bevrijde tijd van het weekend kunnen we dan besteden aan romantiek, al dan niet van historische aard. Daar heb ik mijn artikeltje-voor-de-zekerheid niet bij nodig.

Klaas Stutje is Post-Doc aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en werkt aan een onderzoek naar dwangarbeid in Nederlands-Indië tussen 1800 en 1950.