De wereldwijde opmars van rechts-populistische en extreemrechtse partijen vormt meer dan ooit een bedreiging voor het werk van instellingen die zich bezighouden met geschiedenis en cultuur, zoals universiteiten, archieven en historische verenigingen. In Duitsland bereikt deze ontwikkeling nu haar voorlopige hoogtepunt. De gevolgen daarvan voor de samenleving als geheel kunnen niet langer worden onderschat.
De wereldwijde trend van toenemende invloed van rechtse partijen zet zich onverminderd voort – en vormt een steeds groter gevaar voor de democratische systemen. Sinds 2020 ageert in Japan de rechts-populistische partij Sanseitō van Sōhei Kamiya tegen buitenlanders en verschuift het politieke discours naar rechts. In Nederland regeerde tot 2025 het kabinet-Schoof, waarvan ook de rechts-populistische Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders deel uitmaakte. De extreemrechtse, Vlaams-nationalistische partij Vlaams Belang (VB) kwam in Vlaanderen in 2024 als op één na grootste partij uit de verkiezingen voor het Vlaams Parlement. Op nationaal niveau in heel België is de Vlaams-nationalistische, liberaal-conservatieve partij N-Va (Nieuw-Vlaamse Alliantie sinds 2025 één van de regeringspartijen, waarbij ze ook de eerste minister afvaardigden. Na een onderbreking door het presidentschap van Joe Biden, neemt het trumpime in de Verenigde Staten van Amerika tijdens de tweede ambtstermijn van Donald Trump nu ongekende proporties aan.
De gevolgen van (extreem)rechts beleid voor de samenleving zijn daarbij onmiskenbaar. Het meest indrukwekkend – in de meest trieste en gruwelijke zin van het woord – is ‘Trump’s war’ tegen ‘wokeness’ en alles wat met diversiteit te maken heeft. Dit neemt de vorm aan van het beëindigen van de programma’s voor diversiteit, gelijkheid en inclusie – met alle gevolgen van dien voor alle minderheden, migranten en people of colour en de LGBTQIA+-gemeenschap – of de acties van de Amerikaanse dienst ICE (United States Immigration and Customs Enforcement) tegen (vermeende) illegale migranten en de daarmee samenhangende dodelijke confrontaties, die vaak gefilmd werden, maar waarvan de interpretatie verdraaid werd door de instanties die verantwoordelijk zouden moeten zijn voor onafhankelijk, eerlijk onderzoek.
Het dieptepunt van Duitsland: de AfD
In Duitsland werd begin september 2026 onlangs een negatief hoogtepunt bereikt. De rechts-populistische partij Alternative für Deutschland (AfD) kwam bij de deelstaatverkiezingen in Saksen-Anhalt met bijna 44% van de stemmen als winnaar uit de bus. De AfD in Saksen-Anhalt is niet alleen een puur rechts-populistische partij: sinds 2023 classificeert het Bundesamt für Verfassungsschutz (de Duitse binnenlandse veiligheidsdienst) de regionale afdeling van de AfD als aantoonbaar extreemrechts. Het rapport uit 2025 van de binnenlandse veiligheidsdienst van de deelstaat Saksen-Anhalt gaat zelfs verder. Ze bestempelde de partij zelfs als de “grootste bedreiging voor de democratie in Saksen-Anhalt”.

De meeste politieke en journalistieke stemmen zijn het erover eens dat het verstrekkende, desastreuze gevolgen zou hebben als deze AfD de deelstaatregering zou vormen. De partij zou dan immers toegang krijgen tot staatsgeheimen en controle uitoefenen over de Dienst voor de Bescherming van de Grondwet – juist die instelling die haar tot nu toe als aantoonbaar extreemrechts heeft gelabeld en die de grondwet net tegen dergelijke partijen zou moeten beschermen.
Het heeft geen zin om te discussiëren in hoeverre democratisch-politieke vangnetten of de samenhang binnen het maatschappelijk middenveld hier tekortschieten of hebben tekortgeschoten. Het is echter duidelijk dat deze ontwikkelingen en hun gevolgen nog steeds worden onderschat. In Duitsland toonden de vertegenwoordigers van alle democratische partijen zich na de verkiezingen geschokt dat een dergelijke uitslag voor een extreemrechtse partij mogelijk was. Dit is vanuit twee perspectieven verrassend. Enerzijds voorspelden de verkiezingsprognoses al vroeg een dergelijke uitslag, mede omdat de ontevredenheid over de regering op federaal niveau dergelijke inschattingen aanwakkerde. Anderzijds maakte de AfD er in haar verkiezingsprogramma geen geheim van dat zij ingrijpende – en zelfs grondwettelijk onverenigbare – veranderingen eiste.
Het regeringsprogramma van de AfD in Saksen-Anhalt beschrijft deze geplande veranderingen uitvoerig en gedetailleerd, en dus niet mis te verstaan. Naast ingrijpende maatregelen die de grondrechten aantasten en expliciet gericht zijn tegen delen van het maatschappelijk middenveld, zoals de afschaffing van het grondrecht op asiel, hoort daar ook een radicale hervorming van het cultureel-historisch werk bij. Het cultuurbeleid moet onder het motto “Duits denken!” nieuwe concepten voor “patriottisch” toerisme ontwikkelen en patriottisme bevorderen. Er moet worden bezuinigd op subsidies voor “anti-Duitse kunst en cultuur” en het hervormen van onderwijsinstellingen die zich zouden hebben ontwikkeld tot “linkse indoctrinatiecentra”, zoals het Landelijk Centrum voor Politieke Vorming van de deelstaat Saksen-Anhalt. Daarnaast moeten scholen in de geschiedenislessen meer nadruk leggen “op het ontstaan en het succesverhaal van deze staat” in de 19e eeuw, moeten schoolprogramma’s tegen racisme worden stopgezet en moet de deelstaatgrondwet de scholen voorschrijven “de kinderen […] op te voeden in de geest van liefde voor hun vaderland en het Duitse volk”. De eisen reiken nog verder; ze vormen immers ook een aanval op de wetenschappelijke vrijheid, doordat genderstudies en onderzoek vanuit een postkoloniaal perspectief afgeschaft zouden moeten worden.
De lange, donkere schaduw die autoritaire partijen werpen
De mogelijke gevolgen van deze maatregelen voor instellingen die zich bezighouden met geschiedenis en cultuur zijn duidelijk en rampzalig. De VS laten opnieuw zien hoe het werk zich ontwikkelt onder rechts-populistische en extreemrechtse partijen, en vooral hoe snel deze ontwikkelingen kunnen verlopen. De naamsverandering van de Golf van Mexico of het Ontariomeer mag dan in eerste instantie overkomen als excentrieke machtsspelletjes van Trump. Deze veranderingen laten evenwel (diepe) sporen na, bij de geografische buren, Mexico en Canada, die meer dan geïrriteerd zijn, of bij de inheemse Wyandot/Wendat en Huronen, aan wier taal de naam van het meer is ontleend. De maatregelen zijn verregaand: de Lake America Act schrijft voor dat elke verwijzing in een “wet, kaart, verordening, document, stuk of ander register van de Verenigde Staten” de nieuwe naam moet gebruiken. Zo raakt deze eerst in het bestuur en uiteindelijk in het dagelijks gebruik ingeburgerd – en wordt daarmee geschiedenis.
Deze documenten, papieren en archiefstukken worden namelijk gearchiveerd en weerspiegelen de nieuwe werkelijkheid. Archieven zijn weliswaar geen neutrale opslagplaatsen van de geschiedenis, maar volgens de vakprincipes moeten alle archiefwaardige documenten in hun oorspronkelijke vorm worden overgenomen. Daaronder vallen ook de naamswijzigingen. Als zich dan ook nog eens een soortgelijk scenario voordoet als in 2025, toen de Amerikaanse regering op grote schaal afbeeldingen en voorstellingen van minderheden van haar officiële websites verwijderde, dreigt de geschiedenis permanent te worden veranderd, geïnstrumentaliseerd en uitgewist. Het beleven van de geschiedenis in al haar diversiteit en vanuit verschillende perspectieven wordt daarmee even onmogelijk als democratisch, historisch-cultureel werk.
Juist tegen de achtergrond van de Duitse geschiedenis van de 20e eeuw zou een dergelijke ontwikkeling, die “anti-Duitse” perspectieven verbiedt, rampzalige gevolgen hebben. Duitse archieven zijn namelijk sterk afhankelijk van openbare bronnen om het nationaalsocialisme, de holocaust, dwangarbeid, vlucht en verdrijving, en de DDR-dictatuur kritisch en historisch correct in hun historische contexten te plaatsen. De AfD probeert met haar cultuurbeleid vooral een positief beeld van rechts-nationalistische bewegingen en opvattingen uit het verleden te schetsen en wil daarmee extreemrechtse politiek als “patriottische” politiek verkopen.

Met het verkiezingsprogramma en de eisen van de AfD gaan de ingrepen echter veel verder dan alleen een “herperspectivering” van de Duitse geschiedenis. Ze vormen een aanzienlijk subtielere vorm van beïnvloeding van cultureel-historisch werk. Voor de instellingen die op dit gebied actief zijn, hebben afwijzende subsidiebeslissingen, bezuinigingen op personeel en financiële middelen of zelfs het schrappen van hele onderzoeksprojecten veel ingrijpendere en op de lange termijn schadelijkere gevolgen. Bepaalde perspectieven zullen zo niet meer in aanmerking komen en daardoor verdwijnen, bepaalde personen zullen uit de historisch-culturele sector worden verdrongen of hele instellingen worden gesloten. Hoe lang bestaande beschermingsmechanismen, zoals de archiefwetten in het Duitse archiefwezen, deze druk kunnen weerstaan, is onzeker – zeker nu de politieke en financiële randvoorwaarden steeds beklemmender worden. Deze archiefwetten hebben echter een duidelijk doel: de wettelijke verplichting om documenten in te leveren, de vaststelling van de archiefwaardigheid door het archief of de bescherming van archiestukken tegen vernietiging in. In hoeverre taken, zoals het creëren van transparantie, historisch onderzoek – in de zin van open onderzoeksvragen, perspectieven of resultaten – of het bevorderen van democratische vorming nog kunnen worden vervuld, is eveneens de vraag.
Cultuurhistorische instellingen moeten veerkrachtiger worden
Uiteindelijk komt het dus neer op een strijd om de interpretatie van de geschiedenis tussen de democratische instellingen en de rechtse partijen. Ze vormen daarbij twee tegenpolen, waarbij de laatste staat voor een eenzijdige, zelf-verheerlijkende visie, tegenover een zo genuanceerd mogelijke historische weergave, met ook oog voor de zwarte pagina’s van de geschiedenis, van de eerste. Wanneer echter slechts één perspectief wordt verteld en overgeleverd, leidt dit tot een foutieve verheerlijking én weergave van de geschiedenis. Historische kennis ontstaat immers niet doordat één partij of instelling een gewenst verhaal oplegt, maar door de kritische confrontatie met een zo breed en uitgebreid mogelijke bronnenbasis. Cultuurhistorisch werk mag daarbij niet herleid worden tot een wegbereider voor een politiek identiteitsverhaal.
De toename van de rechtse partijen tot nu toe hoeft echter nog niet automatisch het einde van een pluralistisch cultureel-historisch landschap te betekenen. In de meeste landen bestaan er nog steeds rechten en wetten die grenzen stellen aan het optreden van regeringen. Tegelijkertijd ontstaat er steeds meer en een steeds groter maatschappelijk verzet. Beide moeten verder uitgebouwd en versterkt worden. Democratische instellingen moeten weerbaarder gemaakt worden tegen toekomstige aanvallen – niet alleen in vakdiscussies, maar ook als onderdeel van alle instellingen die zich bezighouden met cultuur en geschiedenis binnen een democratische samenleving. De doelstellingen van extreemrechtse partijen zijn overduidelijk en moeten actief worden bestreden – met kennis, transparantie en openheid, zodat het historisch onderzoek, dat tracht weer te geven wat er is gebeurd, niet het instrument wordt van een geïdealiseerd, onhistorisch zelfbeeld.

Henning Bovenkerk (he/him) is een historicus en archivist, die studeerde en werkte aan universiteiten in Duitsland en België. Zijn onderzoeksinteresses zijn consumptiegeschiedenis en de geschiedenis van materiële cultuur in de vroegmoderne periode, regionale geschiedenis en archiefstukken en -materiaal die psychologisch belastend zijn of tot hertraumatisering leiden.