De geboorte van Nederland… wie mag ik feliciteren?

De nationale herdenking van de ‘geboorte van Nederland’ in 2022 belooft een prachtig, geschakeerd initiatief te worden waarin veel plaats is voor verhalen uit alle hoeken van Nederland. Maar net als in 2018 stopt de herinnering aan de landsgrenzen, betoogt Bram Caers.

Ik ben niet, ik ben niet dan in uw aarde.

Toen gij schreeuwde en uw vel beefde

Vatten mijn beenderen vuur.

Zo opent het gedicht ‘De moeder’ (1955) van de Vlaamse dichter, schrijver en kunstenaar Hugo Claus. Het plastische beeld van een moeilijke geboorte, waarin de komst van een nieuw leven tegelijk het oude de wacht aanzegt, is veelzeggend voor Claus’ gewrongen verhouding met zijn moeder. Met enige zin voor metaforiek is het beeld ook goed van toepassing op de ‘geboorte van Nederland’ in de religieuze en politieke verwarring van de zestiende eeuw, te midden van het bloed, de kruitdampen en de propaganda van die tijd.

In 2018 was het 450 jaar geleden dat de Slag bij Heiligerlee werd uitgevochten. Deze slag was de eerste overwinning voor de opstandelingen, en wordt wel eens beschouwd als het begin van de Opstand, of de Tachtigjarige Oorlog. In 2018 vormde dat jubileum de aanleiding voor landelijke herdenkingsinitiatieven, een groots opgezette tentoonstelling in het Rijksmuseum in Amsterdam en een veelgeprezen televisiereeks. Wie een volgend feestjaar dan pas verwachtte over vijftig jaar (het vijfhonderdjarig jubileum!) of zelfs over tachtig jaar (450 jaar einde van de Opstand!), hoeft niet zo lang op zijn honger te zitten: al in 2022 roert men opnieuw de trom van de herinnering. Ditmaal kijkt men naar Brielle, waar de watergeuzen er in 1572 voor het eerst in slaagden om de ‘Spanjaarden’ uit een hele stad te verdrijven. Mooi is dat de herdenking opnieuw heel ruim is opgevat: een speciaal daartoe opgericht herdenkingscomité vroeg alle gemeenten van Nederland culturele initiatieven op te zetten, met als doel om de ‘gebeurtenissen en thema’s uit 1572 breed herdenken en actualiseren’. Daarbij is het lovenswaardig dat het verhaal niet enkel vanuit het centrum van de Opstand wordt verteld, en dat er dus net als in 2018 ook aandacht is voor verhalen van de ‘andere kant’. In 1572 was het stof in de Nederlanden immers nog lang niet gaan liggen en zat de Spaansgezinde, katholieke overheid in grote delen van het huidige Nederland nog vast in het zadel.

Inname van Den Briel (1572). Gravure van Jan Luyken, 1679-1684. Collectie Rijksmuseum (public domain).

Maar net zoals in 2018 stopt het verhaal van de herdenking min of meer aan de landsgrenzen. Op de mooie landkaart van de NTR die in 2018 alle initiatieven bundelde, prijkten enkele stipjes ten zuiden van Nederland. Allemaal hadden ze, veelzeggend genoeg, te maken met Willem van Oranje, de ‘Vader des Vaderlands’. Ook de herdenking in 2022 lijkt die richting uit te gaan: in het overzicht van ‘gebeurtenissen in 1572’ op de website van het initiatief, staan belangrijke gebeurtenissen buiten de huidige Nederlandse landsgrenzen niet eens vermeld. Zo dreigt de herdenking een verhaal te worden van, zoals de titel onverbloemd aangeeft, de ‘geboorte van Nederland’. Enkelvoud. Dat terwijl in de Opstand ook de kiem ligt van dat rare België, zo ver en toch zo dichtbij.

In de verbeelding van het brede publiek in Nederland was de Opstand een vrijheidsoorlog tegen de tirannieke dwingelandij van een Spaanse bezettingsmacht. Als de focus op 1572 ligt, zal men dan ook zonder problemen de bloedbaden van Naarden en Zutphen in herinnering brengen (en die staan inderdaad netjes op de website). Maar wie in Nederland weet dat de hertog van Alva ook de zuidelijke stad Mechelen in 1572 systematisch plunderde? Omdat Mechelen een garnizoen van Willem van Oranje toegang had verleend, wilde Alva een voorbeeld stellen en liet hij de trotse stad smeulend en verarmd achter. Ook op tal van andere plaatsen in het huidige België liggen verhalen uit 1572 voor het oprapen. En ook daaruit komt, net als in Nederland, een genuanceerd beeld naar voren over die vroege jaren van de Opstand.

Spaanse Furie in Mechelen (1572). Pen en aquarel. Anoniem, late zestiende eeuw. Koninklijke Bibliotheek van België (KBR), hs. II 1388 (reproductie met toestemming).

Het is echter al te makkelijk om het ontbreken van enig perspectief op de Zuidelijke Nederlanden exclusief in de schoenen van de Nederlanders te schuiven. Waar in Nederland gemeentebesturen en culturele instellingen waarschijnlijk snel warm zijn te maken voor een zo groots opgezet herinneringsproject, liggen de kaarten in België moeilijker. De herinnering aan de Opstand raakt er al snel vertroebeld door kwesties die meer resoneren in de politiek van vandaag dan dat ze recht doen aan de gebeurtenissen uit het verleden. Hoe ‘vier’ je de Opstand als je in de verbeelding van de grote meerderheid van het publiek aan de ‘verliezende’ kant bent terechtgekomen? En is dat ‘vieren’ dan een stellingname in het heden, een Vlaamsgezinde uiting van heimwee naar die grote, verenigde Nederlanden? Een republikeinse sneer naar het koningschap? Het verhaal aan Belgische kant is sowieso complexer dan in Nederland, waar het beeld van de ‘geboorte’ en de verenigde weerstand tegen tirannie onder de ‘vader des Vaderlands’ zich lenen voor een eenvoudige vaderlandslievende boodschap. Waar het in Nederland relatief neutraal is om te beweren dat met de ‘geboorte van Nederland’ een zoektocht begon naar ‘vrijheid, verdraagzaamheid, verbondenheid, en verscheidenheid’ – al kan je bij die ‘vier waarden’ zeker ook de nodige vraagtekens zetten – loopt elke bewering over wat de Zuidelijke Nederlanden ‘wonnen’ uit het conflict uit op een ideologische stellingname.

Nee, doe dan maar de Bourgondiërs, die de aanzet gaven voor de vereniging van de Nederlanden en die al van in de negentiende eeuw als een soort stamvaders van België werden gezien. Het succes van Bart van Loos De Bourgondiërs en de gretigheid van culturele instellingen en musea in België om de bloeiperiode onder de hertogen in het voetlicht te stellen, staan in schril contrast met de algemeen nogal lauwe interesse in de Opstand en de periode die daarna volgde. Als ‘zuidelijke’ (cultuur)historici van de vroegmoderne tijd kunnen we enkel met afgunst kijken naar de grote belangstelling die in Nederland bestaat voor de zestiende en zeventiende eeuw. Maar het is welbeschouwd toch jammer dat nationaal opgezette herdenkingen het idee voeden dat de Opstand een exclusief Nederlands verhaal is, en dat in het narratief van de ‘geboorte van Nederland’ geen perspectief wordt geboden op waar dat kind dan vandaan kwam.

Hugo Claus wist het immers al: de moeder is door de geboorte onomkeerbaar getekend. Terwijl het kind opgroeit in blakende gezondheid, begint voor de moeder na de geboorte onmiskenbaar de gang naar het graf. Toch blijven de twee onlosmakelijk met elkaar verbonden:

Terwijl gij elke dag te sterven staat, niet met mij

Samen, ben ik niet, ben ik niet dan in uw aarde.

In mij vergaat uw leven wentelend, gij keert 

Niet naar mij terug. Van u herstel ik niet.

Zoals Claus enkel bestaat in de aarde van zijn moeder, zo is het verhaal van de Opstand en de ‘geboorte van Nederland’ enkel te begrijpen door volop het Zuiden mee te nemen in het narratief.

De slingers van 2018 zijn nog maar amper opgeborgen, en toch is er in 2022 opnieuw voldoende belangstelling bij Nederlandse gemeenten en culturele instellingen om de zestiende eeuw feestelijk in het voetlicht te stellen. Dat een dergelijke herdenking zo breed gedragen wordt en ook in de verbeelding van het brede publiek een landelijk gedeelde herinnering kan zijn, is bijzonder. Het toont eens te meer hoe de nationale identiteit van het moderne Nederland gestoeld is op de Gouden Eeuw en het conflict dat die periode van bloei mogelijk maakte. Zoals men zich ook in toenemende bewust wordt van de duistere kanten van die ‘Gouden Eeuw’, is ook de herinnering aan de Opstand is genuanceerder dan ooit, nu ze verteld wordt vanuit verschillende hoeken van het land en vanuit verschillende perspectieven. Maar waarom niet de hand reiken naar steden en gemeenten in het huidige België? Ik ben er zeker van dat ook daar belangstelling bestaat om in initiatieven op te zetten – zeker in plaatsen die in het jaar 1572 sterk getekend zijn door de Opstand, zoals Mechelen. Zo kunnen we het feest voor de ‘geboorte van Nederland’ in 2022 met de hele familie vieren.

 

Bram Caers werkt als literatuurhistoricus van de middeleeuwen en vroegmoderne tijd aan de Universiteit Leiden. In zijn recente onderzoek ligt de focus op de beeldvorming van de Opstand in subversieve manuscripten uit de Zuidelijke Nederlanden.