De waarde van weerbaarheid

In Floris Cohens pamflet De ideale universiteit staan universitaire waarden en academische vorming centraal. Cohen ziet veel heil in de universiteit als waardegemeenschap: een goedbedoeld, maar ook gevaarlijk uitgangspunt. Want zijn die waarden een wondermiddel of is er meer nodig? Anne Por betoogt dat het zaak is om lering te trekken uit de lange geschiedenis van universitaire waardevorming – misstanden en wangedrag incluis. 

In De ideale universiteit betoogt Cohen dat de universiteit een waardegemeenschap zou moeten zijn. Geïnspireerd door de vroegste verschijningsvorm van de universiteit stelt hij gemeenschap, autonomie en brede academische vorming centraal.[1] Het gezamenlijk erop nahouden van een hoog idee van wetenschap beschouwt hij als essentieel voor een dergelijke universitaire waardegemeenschap.[2] Een brede academische vorming bestaat volgens Cohen uit het aanleren van academische vaardigheden (lezen, verwerken, denken, redeneren en schrijven) als ook het begrijpen van ‘waar het in en rond de wetenschap om draait’.[3] Vragen als ‘Wat is, in heel grote lijnen, wetenschap?’ en ‘Hoe plegen haar beoefenaren te werk te gaan, en waarom?’ staan centraal.[4]

Titelpagina van Schades Vorschlag zur Errichtung einer neuen Profeßion Hodegetica seu Instructoria (1753) (bron; CC BY-SA)

Cohen is niet de eerste die zoiets voorstelt. In de loop der eeuwen zijn vele pogingen gedaan om een universitaire waardegemeenschap of ‘civitas academica’ te bewerkstelligen.[5] Uit deze plannen en pogingen, waarin academische vorming steeds een prominente rol heeft, kunnen we lessen trekken. Zo pleitte de Duitse jurist Nicolaus Zacharias Schade in 1753 al voor een vak waarmee eerstejaarsstudenten inzicht in de studie en het academische leven zouden verkrijgen, om zo tot een solide en ware wetenschap te komen. In zijn Vorschlag zur Errichtung einer neuen Profeßion Hodegetica seu Instructoria zet hij eerst de vele tekortkomingen van de meeste universiteiten uiteen en legt vervolgens uit waarom het vak dat hij voor ogen heeft onmisbaar is.[6] Schades voorstel was niet het begin van dit soort onderwijs. Er bestond al een langere traditie van vakken en lesboeken waarmee studenten geadviseerd werden en uitleg kregen over wetenschap en universiteit. Wel gaf Schade dit academisch vormende en moralistische genre de naam waaronder het bekend zou worden: de Hodegetik. Brede academische vorming zoals beschreven door Cohen en belichaamd door het genre van de Hodegetik, blijkt een vaak geprobeerde, steeds net iets anders ingevulde, maar daarmee niet noodzakelijk beproefde methode.

Cohen stelt dat ‘het met de mond belijden van officieel gedeelde waarden waar in de praktijk op de meest in het oog lopende wijze mee de hand wordt gelicht, (…) zo ongeveer het zekerste middel tot ondermijning van een gemeenschap [is]’. Toch treft hij in zijn ontwerp van de ideale universiteit relatief weinig voorzorgsmaatregelen tegen misbruik, hoe veel of weinig in het oog lopend dan ook.[7] Hij schrijft dat een jongeman hem wees op de verschillende manieren waarop misbruik zou kunnen zegevieren in een universiteit naar Cohens ontwerp.[8] Cohens repliek: dat in een daadwerkelijke waardegemeenschap men niet of hooguit bij uitzondering zo manipulatief met elkaar omgaat.[9] Deze manier van redeneren doet denken aan Newtons notie van een adequaat prisma. Newton diskwalificeerde de critici van zijn theorie door te schrijven dat zij – blijkbaar – een slecht prisma gebruikten. Met een daadwerkelijk prisma zouden hun experimenten wel degelijk de gewenste uitkomst hebben. Door de universitaire waardegemeenschap, net als Newtons prisma, te definiëren aan de hand van haar vermeende effect, gaat Cohen voorbij aan de vele complexiteiten van waardevorming.[10]

Johann Georg Puschner (Dendrono), Der fleissige Student, onderdeel van de serie “Natürliche Abschilderung des academischen Lebens in gegenwärtigen Vierzehn schönen Figuren”, ca. 1725 (bron; publiek domein)

Ik vrees dat Cohen een te rooskleurig beeld heeft van de door hem voorgestelde brede academische vorming. Naast dat het een uitdaging is om het beoogde hoge idee van wetenschap te realiseren, is het de vraag of misbruik hiermee tot een verwaarloosbaar minimum te beperken valt. Een vast vertrouwen in gemeenschappelijke waarden kan er immers toe leiden dat onrechtvaardige situaties niet voorkomen, maar slechts verdoezeld worden. Dat academische waardevorming verre van probleemloos effectief is, laat ook de lange geschiedenis van dergelijke ondernemingen zien. Juist daarom is het spijtig dat Cohen relatief weinig inhoudelijke of didactische invulling geeft aan de door hem zo cruciaal geachte academische vorming. Precies daar waar de schoen wringt, zit immers vaak de crux.

Achteraf is het makkelijk praten, en dat is dan ook precies mijn voorstel. De komende paar jaar mag ik mij in het kader van mijn promotie richten op het eerdergenoemde genre van de Hodegetik, waarin wetenschappelijke ondeugden en misstanden expliciet besproken worden. Met betrekking tot het verwezenlijken van een waardegemeenschap en het inrichten van brede academische vorming, lijkt het mij wijs om zowel bij deze hodegetische als aanverwante werken grondig te rade te gaan. We moeten ons nadrukkelijk bewust worden van de hardnekkigheid van ondeugden en misbruik binnen zogenaamde waardegemeenschappen niet bagatelliseren. Met een quote van Machiavelli anticipeert Cohen op de lauwheid van medestanders veroorzaakt door ‘de scepsis van de mensen, die niet werkelijk in iets nieuws geloven tenzij ze er stevig ondervinding mee hebben opgedaan’.[11] Het belemmert de reacties van hen die vinden dat voorzichtigheid geboden is. Ook binnen waardegemeenschappen vindt misbruik plaats en de ideale universiteit dient zich hiertegen te wapenen. Het is de geschiedenis die de universiteit, naast een cursus idealen, ook een zo noodzakelijke weerbaarheidstraining kan bieden.

Anne Por is werkzaam als promovenda in het project ‘Scholarly Vices: A Longue Durée History’ en is verantwoordelijk voor het deelproject ‘Hodegetics: Language of Vice in Student Advice Literature, 1700-1900’.

 

[1] Floris Cohen, De ideale universiteit: ontwerp van een uitvoerbaar alternatief (Amsterdam: Prometheus, 2020), p. 28.

[2] Cohen, p. 11.

[3] Cohen, p. 119.

[4] Cohen, pp. 32-33.

[5] De Leidse, naoorlogse civitasplannen zijn beschreven door Otterspeer in zijn Het Horzelnest (2019).

[6] Nicolaus Zacharias Schade, Höchstnöthig- und nützlicher Vorschlag zur Errichtung einer neuen Profeßion Hodegetica seu Instructoria auf den gesammten Deutschen Universitäten um hierdurch die Academische Jugend in allen Facultäten zu einer desto solidern und wahren Wißenschaft anzuführen… (Helmstädt, 1753).

[7] Cohen, p. 29.

[8] Cohen, p. 11.

[9] Cohen, pp. 11-12.

[10] “Newton’s arguments suggested that good prisms were those which made ‘primitive’ rays. His critics were told they were using bad prisms.” Schaffer, p. 70. Simon Schaffer, ‘Glass works: Newton’s prisms and the uses of experiment’, in: Schaffer et al. (eds.), The uses of experiment: studies in the natural sciences (New York: Cambridge University Press, 1989), p. 67-104.

[11] Cohen, p. 9.