Categorieën
Geschiedenis actueel

Een herhaling van zetten: migratie en verkiezingsprogramma’s

Migratie speelde een belangrijke rol bij de val van het kabinet Rutte IV en ook bij de komende Tweede Kamerverkiezingen staat het onderwerp hoog op de politieke agenda. Toch presenteren partijen maar weinig nieuwe of werkbare plannen om de problemen rondom dit onderwerp tegen te gaan. Sinds wanneer profileren politieke partijen zich rondom dit onderwerp? Marlou Schrover, hoogleraar migratiegeschiedenis, plaatst de aandacht voor asiel en migratie in een historisch perspectief.

Vooral de VVD benadrukt de noodzaak voor meer ‘grip op immigratie’: een frase die maar liefst zeventien keer in het verkiezingsprogramma terugkomt en ook door andere partijen veelvuldig wordt gebruikt: zes keer door PvdA/GL en vier keer door NSC. Vrijwel alle partijen benadrukken verder dat ze een humanitair vluchtelingenbeleid willen, waarin zorg voor vrouwen en kinderen en de rechten van ‘echte’ vluchtelingen centraal staan. Ook op andere vlakken lijken de verkiezingsprogramma’s op elkaar. Zo wijzen de meeste partijen erop dat asielmigratie slechts tien procent is van de totale immigratie en benadrukken ze de noodzaak voor een betere regeling van arbeidsmigratie. Ook wordt er gepleit voor de mogelijkheid om asielprocedures buiten de EU te laten plaatsvinden (VVD, PvdA/GL, NSC, BBB), EU-landen te dwingen zich te houden aan afspraken over vluchtelingenverdeling binnen de EU (VVD, PvdA/GL, D66), het bevorderen van terugkeer (VVD, PvdA/GL, D66, CDA), het tegengaan van smokkel en mensenhandel (VVD, PvdA/GL) en het aanpakken van overlast (VVD, PvdA/GL, D66, BBB).

Hoewel veel van deze voorstellen als nieuw gepresenteerd worden, zijn ze het niet. Zo pleiten VVD, PvdA/GL, D66, NSC en CDA voor meer financiële middelen voor het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De noodzaak hiertoe wordt echter al enige jaren onderkend. VVD, PvdA/GL, NSC, D66, BBB en SGP willen kortere asielprocedures, maar ook hier wordt al langer naar gestreefd. VVD, NSC en CDA pleiten voor een twee-status-stelsel, waarin er een onderscheid wordt gemaakt tussen mensen die vluchten vanwege persoonlijke vervolging en mensen die vluchten voor oorlog. Vluchtelingen uit de tweede categorie zouden in het nieuwe stelsel minder rechten krijgen. Dit twee-status-stelsel bestond al in de jaren 1990 maar werd in 2000 afgeschaft omdat het naast erg duur ook onwerkbaar was. VVD, D66, CDA en SGP stellen dat alleen kerngezinsleden – partners en kinderen tot de leeftijd van achttien jaar – voor gezinshereniging in aanmerking zouden moeten komen. Dit is echter al jarenlang staande praktijk. Alleen de PvdD pleit voor een uitbreiding van de definitie van kerngezin, zodat ook niet-traditionele vormen van familie, zoals queer stellen, in aanmerking komen voor hereniging.

Hoewel het een belangrijk verkiezingsthema is, doen politieke partijen geen nieuwe of werkbare voorstellen om migratie te beperken. De partijen verschillen wel sterk in hun aanpak van de oorzaken van migratie. Zo pleiten PvdA/GL, D66, en CDA ervoor om 0,7% van het Bruto Nationaal Inkomen (BNI) aan ontwikkelingssamenwerking te besteden, om zo economische groei in herkomstlanden te bevorderen en migratie te beperken. De PvdD wil zelfs een verhoging naar 1%. Ofschoon de partij al dertien jaar pleit voor opvang in de regio, schrapt de VVD alle ontwikkelingshulp.

Als we een sprong terug in de tijd maken, zien we dat er net na de Tweede Wereldoorlog nauwelijks aandacht was voor vluchtelingen. Dit is opvallend aangezien migratie op dat moment een belangrijk beleidsterrein was. Zo probeerde de Nederlandse overheid immigratie af te remmen door Displaced Persons (ontheemden) uit kampen in Duitsland te weren. Daarnaast werd er een actieve emigratiepolitiek gevoerd met als belangrijkste argument dat Nederland met ruim tien miljoen inwoners vol was. In deze periode vertrokken 400.000 Nederlanders met overheidsubsidie naar overzeese bestemmingen, zoals Canada en Australië. Dit soort politieke keuzes vinden we echter niet terug in de naoorlogse verkiezingsprogramma’s. Slechts twee partijen spraken zich nadrukkelijk uit. De Katholieke Volkspartij (KVP) pleitte in 1956 en 1963 voor de bevordering van emigratie terwijl de Communistische Partij Nederland (CPN) juist wilde voorkomen dat mensen ‘gedwongen’ werden te emigreren, ‘een onzekere toekomst tegemoet.’ Landbouwhervorming en omscholing naar werk in de industrie zou emigratie overbodig moeten maken. Andere partijen spraken zich niet over migratie uit. Naast de woningnood kreeg de situatie in Nederlands-Indië/Indonesië wel ruimschoots aandacht in alle verkiezingsprogramma’s. Vrijwel alle partijen zegden steun toe aan de ruim 400.000 repatrianten uit de voormalige kolonie. De PvdA (1952 en 1956) noemde als enige partij expliciet de noodzaak voor versnelling van hun integratieproces.

Vanaf de jaren zestig pleitten werkgevers voor de werving van gastarbeiders, vakbonden waren kritisch en de overheid was verdeeld. In verkiezingsprogramma’s is deze discussie echter nauwelijks terug te vinden. In 1977, toen de werving van gastarbeiders werd gestopt, dook de term ‘illegaal’ op in verkiezingsprogramma’s. CDA, PvdA en VVD stelden dat illegaal ronselen van arbeidskrachten moest worden tegengegaan en dat illegaal te werk stellen van mensen strafbaar moest worden. De VVD wilde een strikt toelatingsbeleid omdat de uitbreiding van de Europese Gemeenschap (EG) zou leiden tot meer binnen-Europese arbeidsmigratie. In de jaren 1970 werd ontwikkelingssamenwerking door alle partijen genoemd, met percentages tussen 1 en 2 van het BNI, maar deze uitgave werd niet gekoppeld aan migratie. In de jaren tachtig spraken alle partijen zich nadrukkelijk uit voor gelijke behandeling van vreemdelingen, en tegen racisme en discriminatie.

Marlou Schrover

Aan het eind van jaren zeventig kwam er langzaam meer aandacht voor vluchtelingen in partijprogramma’s. De aantallen asielzoekers bleven gering, maar ze komen in deze periode wel uit andere landen, zoals Chili en Vietnam. In 1977 pleitte het CDA voor een ruimere interpretatie van het asielrecht. In 1981 combineerde het CDA dat standpunt met een pleidooi voor een jaarlijkse limiet aan asielzoekers. Ook de VVD was in 1981 en 1986 voor een ruimhartig beleid. PvdA (1982) en VVD (1986) onderstreepten nadrukkelijk het belang van een verkorting van de asielprocedures. De CPN (1986) wilde een betere naleving van het Vluchtelingenverdrag, geen beperking van het asielrecht en erkenning van homoseksualiteit als grond voor een vluchtelingenstatus. In verkiezingsprogramma’s uit de periode 1946-1986 komen verschillende punten terug die ook nu hoog op de politieke agenda staan, zoals het bestraffen van illegale activiteiten, de noodzaak tot het reguleren van binnen-Europese arbeidsmigratie, het verkorte van asielprocedures, en een asiellimiet. Als we vanuit een historisch perspectief naar de huidige discussie rondom migratie kijken, valt vooral op dat sommige voorstellen al decennialang herhaald worden, zonder dat ze effectief of haalbaar zijn. Een grotere rol van historici in het debat zou dit soort herhalingen kunnen voorkomen.

Marlou Schrover is hoogleraar migratiegeschiedenis in Leiden