Een historische blik helpt het nationale identiteitsdebat in perspectief te plaatsen

Met de stemmige titel ‘Denkend aan Nederland’ bracht het Sociaal en Cultureel Planbureau vorige maand een rapport uit over de Nederlandse identiteit. De beelden en standpunten die in dit rapport naar voren komen zijn allesbehalve nieuw, en de manier waarop de mediastrategie van het SCP inzet op het propageren van eensgezindheid is dat al evenmin.

Het nationale identiteitsdebat is een ‘hot topic’: er worden steeds verhittere discussies gevoerd over de Nederlandse identiteit waarbij vaak de vraag terugkeert of deze al dan niet onder druk staat door ‘golven van migranten’ of anti-Zwarte-Piet-demonstranten. Het SCP vond het dan ook tijd voor een gedegen onderzoek en presenteerde “een empirische basis voor een onderbouwde dialoog over identiteit en verbinding tussen mensen in onze huidige en toekomstige samenleving.”[1] Het rapport ‘Denkend aan Nederland’ vormt daarmee een belangwekkende bijdrage aan de discussie over een Nederlandse identiteit. Het bevestigt de herleving van een nationaal bewustzijn en de polarisatie van het nationale identiteitsdebat, maar hanteert verder toch vooral een de-escalerende toon die in de conclusie nog eens duidelijk naar voren komt.

Zo stelt het SCP in het persbericht dat “ondanks scherpe tegenstellingen in het publieke debat […] Nederlanders eensgezind [zijn] over wat Nederland tot Nederland maakt.” Het is natuurlijk in zekere zin de rol van het SCP om geen duidelijk standpunt in te nemen, maar door deze positie in te nemen laat het SCP de algemene conclusies van het rapport wel meegaan in een eenheidspropaganda die nationalismediscoursen zo typeert, in heden en verleden. Of zoals Tamar de Waal in De Groene Amsterdammer van 3 juli terecht opmerkt: “Geen enkel onderzoek is neutraal; elke vraag is moreel gedreven, alleen al omdat zij gesteld wordt. Zo legitimeert en voedt dít onderzoek het nationale identiteitsdebat – en wel in een vocabulaire dat dit debat al decennialang domineert, zoals ‘typisch Nederlands’ en ‘verbinding’.”

De centrale boodschap van het rapport is dus een nadruk op ‘eensgezindheid’, een focus die in de mediastrategie rondom de publicatie nog eens extra dik aangezet wordt. De ‘scherpe tegenstellingen’ uit de conclusie worden in de presentatie van het rapport grotendeels gerelativeerd, terwijl in het rapport ook te lezen valt dat 77% van de Nederlanders de toename van tegenstellingen in de samenleving als de grootste bedreiging voor Nederland ziet. Ruim driekwart van de Nederlandse bevolking moet dus gerustgesteld worden, en de boodschap van het SCP is – kort samengevat – dat ondanks de toenemende polarisatie we het er gelukkig allemaal over eens zijn dat schaatsen een typische Nederlandse sport is. Dit propageren van nationale eensgezindheid doet denken aan de retoriek van het publieke debat rond 1800. Ook toen – in een tijd waarin de Republiek op haar einde afstevende, de Fransen het in Nederland enige tijd voor het zeggen hadden en er uiteindelijk in 1813 over een ‘nieuw’ Nederland nagedacht moest worden – lag de nadruk op eensgezindheid en een nationale identiteit. En ook toen probeerde een eenheidspropaganda de grote verschillen en tegenstellingen in de samenleving te negeren. Hier valt dus een interessante historische parallel te ontdekken.

De omslag van het SCP-rapport

Aan historische contextualisatie ontbreekt het in het SCP-rapport uiteraard niet. Zo is het tweede hoofdstuk een lang essay van Willem Frijhoff dat een informatief beeld schetst van de Nederlandse identiteit doorheen de Nederlandse geschiedenis. Het blijft echter bij een puur informatief en weinig kritische analyse, al worden er wel een belangrijke waarschuwing én een opdracht aan historici gegeven (die het waard zijn hier in hun geheel te citeren): “Identiteitsdenken roept bijna ongemerkt tot reductionisme op, tot ogenschijnlijk simpele, vaak stereotiepe beelden waarmee we ons gemakkelijk kunnen identificeren. Maar de historicus moet zulk reductionisme tot een al te grof eenheidsbeeld proberen te vermijden. Hij [sic] zal de verscheidenheid van groeperingen, hun belangen en hun zelfbeeld in de wisselende historische omstandigheden en verhoudingen voor ogen houden, en de cultuur zien als een discussie tussen zulke zich voortdurend herschikkende groepen over punten die vaak van triviaal, soms van cruciaal belang zijn voor hun plaats in de globale samenleving.”[2] Ondanks deze terechte analyse maakt het SCP zich in het in de samenvattingen en persberichten alsnog zelf schuldig aan precies dat reductionisme en die stereotypering.

Volgens het SCP-rapport hechten de Nederlanders van vandaag vooral waarde aan hun (burgerlijke en democratische) vrijheden. Vrijheid wordt, naast ‘typisch Nederlandse’ symbolen en tradities, gezien als de kernwaarde van de Nederlandse samenleving. Om terug te keren naar de historische parallel: dat was in de late achttiende eeuw niet anders. Pamfletten, kranten, literatuur en andere publieke uitingen stonden bol van verheerlijkingen van de ‘typisch Nederlandse’ vrijheid. Zo was voor de Patriotten vrijheid het hoogste goed, en onder het zingen van odes aan deze ‘Vrijheid’ verenigden ze zich in genootschappen met namen als ‘Voor Vrijheid en Vaderland’. Die vrijheid was volgens hen een historisch recht van de Nederlanders, verworven door de ‘moedige Bataven’ die ook al liever stierven dan als ‘slaven’ van een ongewenst regime te leven. Natuurlijk is de invulling van het begrip ‘vrijheid’ vandaag de dag anders dan bijna 250 jaar geleden, maar het kernidee is hetzelfde gebleven: vrijheid kenmerkt de Nederlandse identiteit.

Vrijheid als gedeelde kernwaarde betekent echter nog niet dat er eensgezindheid is over de invulling van die vrijheid, zoals ook het SCP-rapport laat zien. Net als vandaag de dag, was het Nederland van rond 1800 allesbehalve eensgezind. In 1786 werd er zelfs een kleine burgeroorlog uitgevochten naar aanleiding van de ideologische verschillen tussen Patriotten en Prinsgezinden. Waar de tegenstellingen nu vooral via sociale media benadrukt worden, waren het in die tijd kranten, pamfletten en liedjes waarin mensen elkaar bestreden en beschimpten. Politici van toen en nu speelden en spelen graag in op die tegenstellingen en sommigen wakkeren de polarisering zelfs met alle liefde aan. Het SCP-rapport lijkt de karikatuur van de ‘boze en bezorgde burger’ die de (vooral rechtse) politiek gecreëerd heeft te willen relativeren. Toch is het uiteindelijk weinig kritisch en vooral generaliserend. Daarmee rijst de vraag of we tegenstellingen niet juist zouden moeten omarmen om het democratische debat gaande te houden zouden. “Is [de door het SCP gemeten eensgezindheid] niet juist de kiem van tegenstellingen?”, schrijft ook De Waal. Polarisatie is te veel een onderwerp geworden waar ‘we’ bang voor zijn, in plaats van dat we kijken naar de mogelijkheden die uit verschillen binnen een samenleving voort kunnen komen.

Kijken naar het verleden kan ons dus bewust maken van paralellen tussen historische en huidige situaties. Zo zien we dat de propaganda van een nationale identiteit vaak samengaat met het benadrukken van een eensgezindheid, met het uitsluiten van anders-zijnden tot gevolg. In de vroege negentiende eeuw werd er in ieder geval geprobeerd ondanks alle verschillen toch een Nederlandse natie te vormen. Wellicht kan de huidige politiek nog wat leren van haar vroegmoderne voorgangers en moet ze de verschillen in de Nederlandse samenleving niet uitbuiten voor haar politieke doeleinden, maar deze verschillen juist omarmen om zo een Nederland te creëren waarin niét ruim driekwart van de bevolking deze tegenstellingen als een bedreiging ziet.

 

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Renee-Vulto-200x300.jpg

Renée Vulto is muziekwetenschapper met een brede interesse voor de rol van muziek in de maatschappij. Momenteel promoveert zij aan de Universiteit Gent in de letterkunde. Daar doet zij onderzoek naar de rol van politieke liederen in de constructie van een nationaal bewustzijn in de noordelijke Nederlanden van de late 18e en vroege 19e eeuw.


[1] Denkend aan Nederland Publieksmagazine, Sociaal en Cultureel Rapport 2019, blz. 3.

[2] Denkend aan Nederland, Sociaal en Cultureel Rapport 2019, blz. 27.