Categorieën
Geschiedenis actueel

Een onvergetelijke onafhankelijkheidstoespraak? Interview met Gertjan Desmet

Archivaris Gertjan Desmet vond hoogstwaarschijnlijk het originele exemplaar van de toespraak die Patrice Lumumba hield op de Congolese Onafhankelijkheidsdag (30 juni 1960). In dit interview vertelt hij over zijn onderzoekmethode, de mythevorming rond Lumumba en het belang van gedegen bronnenonderzoek.

 30 juni 1960. In een volle feestzaal van het Palais de la Nation in Leopoldstad, vandaag Kinshasa, stapt een man in zwart kostuum achter een houten spreekgestoelte. Het publiek houdt de adem in. Links van hem schuifelen hoogwaardigheidsbekleders zenuwachtig op hun stoel. Het programma voorzag namelijk niet dat deze man het woord zou nemen. Zijn naam is Patrice Lumumba. Hij is de gloednieuwe eerste minister van de onafhankelijke Republiek Congo.

Lumumba’s toespraak gaat de geschiedenisboeken in als symbool van antikoloniaal verzet. Met zijn scherpe woorden verbrijzelt hij het beeld van een goedbedoelde kolonisatie. De premier beschrijft de weg naar de Congolese onafhankelijkheid als “een noodzakelijke strijd om een einde te maken aan de vernederende slavernij die ons met geweld was opgelegd.” Lumumba’s optreden wordt hem niet in dank afgenomen. Zeven maanden na de onafhankelijkheidsceremonie is de eerste minister van Congo dood, vermoord met steun en medeweten van de Belgische en Amerikaanse regering.

Meer dan zestig jaar later vindt rijksarchivaris Gertjan Desmet naar alle waarschijnlijkheid de originele bladzijden die Lumumba vasthield tijdens zijn toespraak. Desmet vertelt over zijn onderzoek en over het academisch en maatschappelijk debat rond de speech. Hoe verifieerde hij de authenticiteit van het archiefstuk? Was Lumumba’s toespraak wel zo onverwacht als we denken? En wie herinnert zich nog de exacte woorden die Lumumba uitsprak op 30 juni 1960?

 

Een eureka-moment?

In de herfst van 2022 inventariseert Desmet de collectie dagboeken en manuscripten van het CegeSoma, het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij van het Belgische Rijksarchief. Tussen dagboeken, memoires en losse stukken ontdekt hij een geannoteerd typoscript van de beroemde onafhankelijkheidsspeech. Dat het mogelijks Lumumba’s persoonlijke exemplaar is, komt niet bij hem op. “Ik ben altijd heel sceptisch op dat vlak”, vertelt Desmet, “het zou te mooi zijn om waar te zijn.”

Op vrije momenten zoekt de archivaris verder naar de oorsprong van het typoscript. Zo achterhaalt hij dat de toespraak in het bezit was van Pierre Lenain, één van de topambtenaren bij het Commissariaat-Generaal van Voorlichting van de koloniale overheid. Vanaf 30 juni werkte dat Commissariaat-Generaal officieel voor de Congolese overheid. De wisseling in opdrachtgever leidde initieel niet voor een radicale breuk binnen de organisatie. Dezelfde ambtenaren voerden dezelfde taken uit, namelijk officiële communicatie vanuit de overheid verspreiden onder journalisten en andere belanghebbenden. Lenain was zelf aanwezig bij de onafhankelijkheidsceremonie. Zijn dienst moest Lumumba’s toespraak na afloop zo snel mogelijk verspreiden. Daarom is het goed mogelijk dat Lenain het originele exemplaar van Lumumba in handen kreeg en dat vervolgens bijhield in zijn persoonlijk archief. Opeens lijkt het niet zo gek dat het door Desmet gevonden exemplaar de originele versie zou kunnen zijn.

Een grondige bronnenanalyse bevestigt de vermoedens van de archivaris. Wanneer hij verschillende exemplaren van de toespraak vergelijkt, komt deze versie inhoudelijk het meest overeen met de uiteindelijk uitgesproken toespraak. Desmet besteedt ook veel aandacht aan de materiële aspecten van het archiefstuk. Zo achterhaalt hij op basis van beeldmateriaal dat de vouwlijnen op het document overeenkomen met de manier waarop Lumumba zijn exemplaar had gevouwen. Bovendien is het handschrift van de verschillende annotaties bij de tekst overduidelijk dat van Lumumba zelf. Desmets analyse toont aan hoe belangrijk de materiële context en ontstaansgeschiedenis zijn bij het verifiëren van primaire bronnen.

Perscommunique nr.237: De versie van Lumumba’s toespraak die verspreid werd door het Commissariaat-Generaal van de Voorlichting. Bron: ULB Archives, patrimoine et réserve précieuse, Archief Walter Ganshof van der Meersch (180PP), nr. 1079.

Eerste hulp bij bronnenonderzoek

Waarom voerde niemand dit onderzoek eerder uit? Het archiefstuk dat Desmet identificeerde als Lumumba’s originele exemplaar stond al twintig jaar keurig beschreven in de online catalogus van het CegeSoma. De archivaris kijkt naar de manier waarop academische kennis vandaag geproduceerd wordt. In zijn artikel bekritiseert hij hoe onderzoekers telkens dezelfde publicaties citeren, zonder die nog kritisch aan het licht te houden. Zo citeren historici al decennialang een foute transcriptie van Lumumba’s speech uit het gekende boek Congo Mai-Juin 1960 van Walter Ganshof Van der Meersch. Desmet vindt het opmerkelijk dat deze versie nog niet eerder vergeleken en verbeterd werd aan de hand van het bestaande video- en audiomateriaal.

Tegelijkertijd missen historici soms de expertise om grondig herkomstonderzoek te voeren. In 2015 beweert Ludo De Witte, gerenommeerd expert over de koloniale geschiedenis, dat hij Lumumba’s originele toespraak vond in de archieven van het voormalige Finoutremer, een Belgische koloniale holding. Dat exemplaar verschijnt vervolgens in handboeken voor middelbare scholen. Nochtans levert De Witte geen overtuigend argument waarom de speech in deze collectie terechtkwam. Bovendien is zijn gevonden exemplaar duidelijk een fotokopie. Op menselijk niveau snapt Desmet het enthousiasme van De Witte, maar een snelle analyse van de vorm en oorsprong van het archiefstuk zou zijn conclusie al snel afgewezen hebben.

Om gelijkaardige misverstanden te vermijden, pleit de archivaris ervoor om basiskennis van de archivistiek beter te integreren in elke geschiedkundige opleiding. Opleidingscommissies zouden van een archiefkundige vorming een hogere prioriteit kunnen maken. Hoewel Desmet de hernieuwde aandacht voor archieven binnen postkoloniale en postmoderne theorieën waardeert, is hij ook kritisch: “We zijn heel veel bezig over ‘Het Archief’, vaak zelfs met een hoofdletter, (…), maar elk geheel aan informatie is niet noodzakelijk een archief.” Een archief is een specifiek product van het functioneren van een organisatie of ambt. Volgens Desmet is het essentieel om dat functioneren eerst te doorgronden alvorens archiefstukken te interpreteren. Natuurlijk zijn archiefcollecties selectief, maar wie geeft historici het recht om stiltes in het archief te interpreteren? Zeker wanneer geschiedkundigen zich opwerpen tot woordvoerders van de slachtoffers van de geschiedenis, vraagt Desmet voor meer behoedzaamheid.

 

De woorden van de Premier

Op de vraag hoe zijn analyse bijdraagt aan ons begrip van Lumumba’s toespraak, antwoordt Desmet voorzichtig. Hij benadrukt dat hij zich eerder een toerist voelt binnen de geschiedschrijving van de koloniale periode. Hoewel zijn onderzoek geen inhoudelijke discoursanalyse omvat, levert de blik van een archivaris wel nieuwe inzichten op. “Ik vind geschiedschrijving het beste als ze demythologiseert,” vertelt hij. Zo dachten historici lange tijd dat Lumumba een protocollaire begroeting oversloeg en enkel de Congolese bevolking aansprak met de woorden “Congolais, Congolaises”. Dat blijkt niet te kloppen. Door tekst, audio- en beeldopnames te vergelijken, merkt Desmet op dat de Congolese eerste minister wel degelijk opent met “Excellences, Mesdames et Messieurs”. Zijn eerste woorden werden echter niet opgenomen omdat een medewerker op dat moment zijn microfoon aan het geluidssysteem connecteerde.

De controverse rond de protocollaire begroeting versterkte de indruk dat Lumumba’s toespraak de Belgische regering volledig verraste. Dat het optreden van Lumumba een scherpe publieke aanklacht vormde, lijdt geen twijfel. Dat zijn speech volkomen onverwachts was, is minder correct. De eerste minister gaf zijn adjudant René Boland de opdracht om voor de start van de ceremonie aan te kondigen dat hij zou spreken. De Belgische Koning Boudewijn zou tot driemaal toe verwittigd zijn over Lumumba’s intenties. Bovendien toont Desmet dat Lumumba via handgeschreven annotaties de tekst milder maakte tot vlak voordat hij het podium betrad. Zo voegt de Premier nog snel een begroeting aan de Belgische koning toe op het einde. Lumumba bemiddelt dus tussen scherpe kritiek en ceremoniële codes. Desmet leest zijn toespraak vandaag vooral als een klassiek betoog voor nationale bevrijding.

 

Symboolpolitiek

In het collectief geheugen blijft de speech van Lumumba hét symbool van de Congolese onafhankelijkheid. Desmet ziet een boeiende paradox. Enerzijds domineert de figuur van Lumumba hedendaagse debatten over het koloniale verleden. Denk bijvoorbeeld aan Michel Kuka Mboladinga, de man die verkleed als Lumumba op elke voetbalmatch van het Congolese elftal verschijnt. “Er wordt vooral veel op Lumumba geprojecteerd”, merkt Desmet op. De Congolese premier staat symbool voor antikolonialisme, panafrikanisme, onafhankelijkheid van het Westen en gelijkheid. Het feit dat Lumumba op jonge leeftijd vermoord werd, versterkt de mythevorming rond zijn figuur.

Anderzijds is er opvallend weinig interesse in de eigenlijke woorden van Lumumba en de historische feiten rond zijn optreden. Publicaties over Lumumba refereren nauwelijks naar de verschillende versies van de speech of het bestaande audio- of videomateriaal. Men gaat ervan uit dat alle feiten rond Lumumba’s optreden bekend zijn. Hoewel koloniale geschiedenis volgens Desmet bijzonder populair is, gaan weinig publicaties verder dan symboolpolitiek. Na een opsomming van het koloniale leed bespreekt Lumumba in zijn toespraak bijvoorbeeld hoe hij de nieuwe postkoloniale samenleving wil vormgeven. Hij belooft onder andere om de Congolese grondstoffen te vrijwaren voor de Congolese bevolking, om nieuwe, rechtvaardige wetten door te voeren en om samen te werken met andere landen op gelijkwaardige voet. Dat tweede deel van de tekst is nauwelijks gekend. Desmet merkt op: “Ik beschouw Lumumba niet meteen als subaltern, maar als een subalterne stem dan toch spreekt, luistert blijkbaar niemand.”

Wanneer ik ten slotte vraag wat er met dit archiefstuk moet gebeuren, lacht Desmet. “Dat is een politieke vraag, maar volgens mij is dit archief van de Republiek Congo.” Zijn Congolese collega’s zijn op de hoogte van de vondst. Een gedigitaliseerde versie zal binnenkort op de website van het Rijksarchief verschijnen. Het liefst wil Desmet dat de woorden van de Congolese eerste minister opnieuw gelezen en bediscussieerd wordt. Zo kan een nieuwe discussie over de woorden van Lumumba zuurstof geven aan het debat over onze koloniale erfenis.

 

Het volledige onderzoekartikel van Gertjan Desmet, inclusief afdrukken van de originele toespraak, is in open access raadpleegbaar bij het Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis.

 

Sofie De Baere is doctoraal onderzoeker aan het European University Institute. Daar werkt ze aan een project over postkoloniale migraties in voormalig Belgisch-Congo.

Gertjan Desmet werkt als archivaris bij het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij van het Belgisch Rijksarchief.