Eten voor olympisch goud

Waar serieus gesport wordt, is als vanzelfsprekend aandacht voor het voedsel dat de atleten tot zich nemen. Maar zo constant als die aandacht, zo veranderlijk is het dieet van de sporter. Jon Verriet over de trends en hypes van atletenvoedsel in historisch perspectief.

Nu de Olympische winterspelen in Pyeongchang in volle gang zijn, strooien tal van media weer met artikelen over de voedingsgewoonten van sportsterren. Niet alleen op Amerikaanse websites (1, 2, 3, 4), maar ook in media als de Telegraaf (1, 2), het Algemeen Dagblad en de NOS. Nederlanders krijgen geen genoeg van de eettips van atleten: na bestsellers van hockeyster Ellen Hoog (1, 2) en hardloopster Dafne Schippers, verschijnt volgende maand het kookboek van Shane Kluivert, het tienjarige, bij FC Barcelona spelende zoontje van oud-voetballer Patrick Kluivert. Het verwondert wellicht, al die aandacht voor de kooktips van mensen zonder enige culinaire achtergrond. De populariteit van Shane en andere sportende voedselgoeroes is te verklaren door te kijken naar de geschiedenis van de aanhoudende maatschappelijke interesse in het sportersdieet.

De oude Grieken hadden al serieuze interesse in atletenvoeding. Zoals in vele andere culturen hanteerden zij het concept van incorporatie: je bent – of wordt – wat je eet. Voor sprongkracht at men dus geitenvlees, terwijl sprinters een stierenbiefstukje moesten hebben. Bovendien gingen er mythische verhalen rond over sportvoeding, zoals de mythe over de hardloper Dromeus, die voorafgaand aan een race negen kilo vlees, negen kilo brood, en negen liter wijn naar binnen zou werken.

Jack London, Olympische spelen 1928 in Amsterdam, Wikimedia Commons

Fast forward naar het begin van de twintigste eeuw, toen de allure van sportvoeding snel toenam. Hoewel incorporatie voor sommigen de leidraad bleef – voor het kweken van sterke spieren aten zij sterke spieren (rood vlees) – ontstonden er ook andere trends. Vegetarisch etende atleten maakten bijvoorbeeld uitstekende propaganda voor hun dieet door internationale wedstrijden te winnen. Journalisten constateerden met verbazing: ‘Spinazie en doperwtjes hebben de zege bevochten op ossenrib en kalfskarbonaadjes’.[1]

Ook de ontdekking van vitamines in het interbellum, die leidde tot een ware ‘vitamania’ in de VS en Europa, liet de voedselpraktijken van sporters niet onberoerd. Naast wetenschappers toonden ook commerciële partijen al snel interesse in het sportersdieet. Zo kende Nederland voor de Eerste Wereldoorlog reeds de Manoeuvre chocoladereep van fabrikant Kwatta. Dit Bredase bedrijf was zo slim om sportevenementen te sponsoren. Wielrenners kregen op de finish snel een reep in de handen geduwd.

Vanaf de jaren zestig werden producten regelmatig gekoppeld aan specifieke sporthelden. De sportster werd een onbereikbaar idool, van wie niet enkel de prestaties interessant waren, maar ook de levensstijl die deze prestaties mogelijk maakte. Bedrijven investeerden in de naoorlogse decennia massaal in marketing om voeding met een hip en gezond imago aan te prijzen. De westerse consument vroeg zelf ook in toenemende mate om health foods: voor de kinderen, voor de amateursporter, of voor de lijn. Door de stijgende welvaart was definitief afgerekend met schaarste. Het dieet werd hierdoor voor veel meer mensen een individuele keuze waarmee een identiteit kon worden uitgedragen.

Halverwege de twintigste eeuw bleven traditionele autoriteiten zoals de pastoor, de wetenschapper en de politicus met regels omtrent de vastentijd, met academische publicaties en met het Voorlichtingsbureau voor de Voeding vasthouden aan hun voedselvoorschriften. Maar de aandacht van hun publiek ging steeds vaker uit naar de ‘geleefde’ expertise van celebrity sporters – eerst nog in de sportwereld, maar later ook daarbuiten.

In de jaren zestig en zeventig, toen de greep van deze klassieke gezagsdragers op de samenleving verslapte, lokten de voedseladviezen van atleten bij sommigen al snel imitatie uit. Het sportersdieet werd steeds specifieker en systematischer: een kwestie van meten, wegen, en calorieën tellen. Vooral een groeiende groep gezondheidsfanaten raakte gefixeerd op de impliciete belofte van totale controle over het lichaam. Het micromanagen van het eigen lijf leidde overigens niet altijd tot een betere gezondheid: anorexia, en het recenter gesignaleerde orthorexia, een pathologische focus op gezond eten, lagen en liggen op de loer.

Anno 2018 geven nationale en internationale sporthelden niet langer af en toe een voedingstip, maar schrijven zij dikke kookboeken. Tussen de boerenkoolsmoothies en de speltpasta staan meestal veel foto’s van de atleet in kwestie, pronkend met het lichaam – eindresultaat van een hypergedisciplineerde levensstijl. Of iedereen die de boeken koopt de gepropageerde praktijken ook zo ver doorvoert is maar de vraag. Maar zij die thuis braaf hun bietenburgers en quinoapannenkoeken verorberen, weten zich op heel directe wijze te associëren met een succesvolle leefwijze. En zo komen deze ‘gewone stervelingen’, zoals het Algemeen Dagblad hen noemt, toch weer een stukje dichterbij de onaantastbare gouden helden in Pyeongchang.

Jon Verriet (1985) is promovendus aan de Radboud Universiteit. Zijn specialisaties zijn sport- en voedselgeschiedenis, toespitsend op culturele processen als identificatie, gendering, en othering.

Verder lezen/kijken:

  • Kima Cargill (red.), Food Cults: How Fads, Dogma, and Doctrine Influence Diet (Lanham, MD, 2016).
  • Gyorgy Scrinis, Nutritionism: The Science and Politics of Dietary Advice (New York, 2013).
  • Amy Bentley (red.), A Cultural History of Food in the Modern Age (London 2012).
  • Robert Edelman en Wayne Wilson (red.), The Oxford Handbook of Sports History (New York, 2017).
  • Daniël Rewijk, Captain van Jong Holland: Een Biografie van Pim Mulier, 1865-1954 (Gorredijk 2015).
  • John M. Hoberman, Mortal Engines: The Science of Performance and the Dehumanization of Sport (New York, 1992).
  • Saraï Pannekoek, Titia van der Stelt, en Vera Wisse, Eet als een Atleet (Amsterdam 2017).
  • Zie Shane Kluiverts eerste kookfilmpje van 17 februari 2016 hier.
  • Zie Shane Kluiverts Instagramaccount hier.
  • Zie Dafne Schippers bij DWDD over haar kookboek hier.
  • Zie Jon Verriets persoonlijke website hier.
  • Zie profielpagina Jon Verriet van de Radboud Universiteit hier.

[1] ‘Een overwinning der Vegetariërs’, Het Bataviaansch Nieuwsblad, 22 juli 1893.