Een goede beheersing van het Nederlands wordt in Vlaanderen dikwijls gezien als de sleutel voor een succesvolle integratie. Dat was vroeger niet anders. Opvallend echter is dat Turkse taallessen voor Belgische kinderen van Turkse origine vandaag controversieel blijken, terwijl in de jaren tachtig gelijkaardige lessen voor Turkse gastarbeiderskinderen deel uitmaakten van het integratiebeleid.

Begin juni verkondigde Zuhal Demir, een Belgische staatssecretaris van Koerdische origine van de Vlaams-nationalistische NVA, dat ze niet te spreken was over een initiatief van enkele ouders in Gent om hun kinderen na school Turkse les te laten volgen. Haar kritiek op het initiatief, dat ze bestempelde als ‘gesubsidieerde anti-integratie’, was tweevoudig.

Ten eerste zat het Demir dwars dat het loon en het verblijf van de Turkse leerkrachten betaald werd door de Turkse overheid. Ten tweede stelde Demir dat er eerder aandacht besteed zou moeten worden aan het verbeteren van het Nederlands van de kinderen. Geert Bourgeois, Vlaams minister-president en partijgenoot van Demir, sloot zich aan bij Demir. Zijn woordvoerder verklaarde: ‘Nederlands is de sleutel voor een succesvolle integratie, zeker bij kinderen.’

De initiatiefnemers en onderzoekers van de UGent reageerden op Demirs bezwaren. Ze verklaarden dat een Turkstalige onderzoeker van de UGent alle lessen bijwoont en erop toekijkt dat de inhoud van de lessen niet politiek of religieus geïnspireerd is. Daarnaast wezen ze erop dat de kinderen in kwestie al Nederlands spreken. Ze gaan naar Gentse scholen en spreken soms ook thuis Nederlands. Bovendien blijkt uit taalkundig onderzoek dat een betere beheersing van de moedertaal, het Turks, hun Nederlandse taalvaardigheid ten goede komt. Kortom, gesubsidieerd ja, anti-integratie nee.

Experimenten met moedertaalonderwijs
Twee jaar geleden deed ik onderzoek naar de ideeën die in de jaren tachtig circuleerden in Vlaamse katholieke onderwijskringen inzake het onderwijs voor kinderen van Turkse en Marokkaanse gastarbeiders. Aangezien het destijds al duidelijk was dat het merendeel van deze kinderen hoogstwaarschijnlijk niet zou terugkeren naar het land van herkomst, zochten politici en pedagogen samen naar een gepast beleid om deze gastarbeiderskinderen zo goed mogelijk te integreren. Daarbij ging veel aandacht uit naar taal.

Uit mijn onderzoek bleek dat enkele Vlaamse basisscholen experimenteerden met lessen in de moedertaal van de gastarbeiderskinderen. Nederlands leren kreeg voorrang, maar dat betekende niet dat de moedertaal verwaarloosd moest worden. Integendeel, volgens taalexperts was een goede beheersing van de moedertaal noodzakelijk om Nederlands te leren. Die taalkundige inzichten zijn sindsdien niet herzien.

Verder werden leerkrachten aangespoord om activiteiten te organiseren waarbij Vlaamse kinderen zouden leren over de leefwereld en culturele achtergrond van hun Vlaams-Turkse klasgenootjes, en omgekeerd. Dat maakte het voor de Vlaams-Turkse kinderen gemakkelijker zich te verbinden met zowel de Turkse en de Vlaamse gemeenschap en in beide op speelse wijze te integreren.

Een vraagstuk van loyaliteiten
Loyaliteit is een begrip dat in het publieke debat omtrent integratie zelden expliciet genoemd wordt. Toch schuilt er achter vele integratiedebatten een vraagstuk van loyaliteiten. Integratie wordt geïnterpreteerd als een kwestie van loyaliteit ten aanzien van de samenleving waarin iemand leeft. Staatssecretaris Demirs conclusie wijst in die richting: ‘We moeten de inhoud van die Turkse lessen controleren. Maar nog liever schaffen we de lessen af en kiezen we voor echte integratie.’ Hoewel Demir niet ingaat op wat ‘echte integratie’ inhoudt, geeft ze met deze formulering te verstaan dat er ook iets als onechte integratie bestaat. Ze insinueert dat kinderen van Turkse origine die graag Turks willen leren niet tegelijkertijd loyaal kunnen zijn aan Vlaanderen.

In Vlaanderen is taal één van de belangrijkste manieren om die loyaliteit te meten. In het Nederlandse integratiedebat, dat vergelijkbaar is met dat in Vlaanderen, worden voornamelijk dubbele nationaliteiten geproblematiseerd. Loyaliteit ten aanzien van een ander land dan Nederland wordt vaak in een kwaad daglicht gezet, omdat een sterke verbondenheid met het land van herkomst in strijd zou zijn met ‘echte integratie’.

Tegelijkertijd Vlaams én Turks
‘Speelde het loyaliteitsvraagstuk dan niet in de jaren tachtig?’ hoor ik u al denken. Toch wel, maar het werd anders geïnterpreteerd. De pedagogen die in de jaren tachtig het onderwijsbeleid voor de gastarbeiderskinderen uitdachten, vertrokken vanuit de veronderstelling dat de gastarbeiderskinderen een kloof ervoeren tussen hun moeder- en gastland. Die kloof moest overbrugd worden, maar dat betekende niet dat er van de gastarbeiderskinderen verwacht werd dat ze de banden met hun land van herkomst opgaven.[1]

Natuurlijk zijn er ook dingen aan te merken op het integratiebeleid van de jaren tachtig. Zo werden culturen al te gemakkelijk gereduceerd tot lijstjes van typische gerechten en traditionele dansen. Toch is Demirs alternatief kwalijker. Wat me het meest verontrust is dat Demir en gelijkgestemden in elke vorm van verbondenheid met Turkije een teken van ‘anti-integratie’ zien. Waar men in de jaren tachtig meervoudige loyaliteiten van gastarbeiders en hun kinderen erkende en dat als uitgangspunt nam in de zoektocht naar een passend integratiebeleid, lijkt de ontvangende samenleving vandaag te veronderstellen dat loyaliteit één en ondeelbaar is en dat ook hoort te zijn.

Edurne De Wilde is een Belgische studente aan de Universiteit Leiden. Ze volgt er sinds september 2017 de Research Master Cities, Migration and Global Interdependence en legt zich daarbij vooral toe op moderne en eigentijdse migratiegeschiedenis.

Meer lezen:

http://www.standaard.be/cnt/dmf20180601_03541829

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/06/02/-turkse-taallessen-zijn-nefast-voor-integratie-/

http://www.standaard.be/cnt/dmf20180603_03543703

http://www.standaard.be/cnt/dmf20180603_03543771

https://www.ad.nl/binnenland/wilders-stem-kwijt-bij-dubbele-nationaliteit~a5769842/

Edurne  De Wilde, “Nog nooit zag ik Mohammed zo fier!” Basis COV, 30 september 2017, https://cov.acv-online.be/Images/Basis-8-In-de-Focus-Mohammed-tcm194-418087.pdf.

[1] Pedagogische Periodiek: Spiegel van de pedagogische stromingen in het kleuter-, het lager en het buitengewoon lager onderwijs, 1970-1973. Collectie Bibliotheek Psychologie en Pedagogische Wetenschappen KU Leuven.