Gaat Trump Nixon achterna?

In het drama rondom het onderzoek naar Russische bemoeienis met de Trump-campagne komt de vergelijking met Richard Nixon steeds weer boven water. Is dat terecht? Komt er een impeachment aan?

De getuigenis van de door Donald Trump ontslagen FBI-directeur James Comey op 8 juni leek op een spannende aflevering in een dramaserie. Er komen er meer: minister van Justitie Jeff Sessions, en mogelijk ook Trump zelf zullen binnenkort wellicht voor dezelfde Senaatscommissie verschijnen. De historische vergelijking die steeds opduikt, is die met voormalig president Richard Nixon (1969-1974).

Nixon, de man van het Watergateschandaal, waardoor ieder schandaal in de VS nog altijd een ‘-gate’ wordt genoemd, kreeg, anders dan je soms hoort, geen impeachment aan zijn broek. Hij trad vrijwillig af voor het zover kon komen. Verwarrend genoeg hebben de twee

President Richard Nixon (Wikimedia Commons, public domain)

presidenten die wel een impeachment over zich hoorden uitspreken – Andrew Johnson in 1868 en Bill Clinton in 1998 – hun presidentstermijnen gewoon afgemaakt.

Een presidentieel impeachment betekent eigenlijk dat het Huis van Afgevaardigden de president officieel in staat van beschuldiging stelt. De Senaat moet dan volgens de Grondwet als rechter optreden en beslissen of er inderdaad sprake geweest is van “Treason, Bribery, or other high Crimes and Misdemeanors” (Art II, Section 4). Om een president daadwerkelijk af te zetten, moet tweederde van de Senaat instemmen. Zo kan het gebeuren dat het Huis van Afgevaardigden met een simpele meerderheid een Article of Impeachment aanneemt, maar de Senaat de president alsnog vrijspreekt, of in elk geval niet veroordeelt.

Het is overduidelijk  dat Trump er een potje van maakt, maar afzetten is voorlopig niet aan de orde. Uiteindelijk is impeachment een politiek proces. Dat betekent dat er politieke wil nodig is, en die is er in het huidige Congres niet. Logisch, bij een Congres waar de Republikeinen de meerderheid hebben en een partijgenoot als president. Ze weten maar al te goed hoe slecht het Watergateschandaal was voor de Republikeinse partij en de politiek in het algemeen. De Republikeinse vice-president Gerald Ford die Nixons afgebroken termijn afmaakte, en ook de daarna verkozen Democraat Jimmy Carter leden enorm onder de schade die het presidentschap als instituut had opgelopen.

In het Watergategebouw was het hoofdkantoor van de Democratische partij gevestigd. Het bleek te worden afgeluisterd. Toen via informant ‘Deep Throat’ – de adjunct-directeur van de FBI, bleek later – naar buiten kwam dat president Nixon en zijn entourage daar achter zaten, deed Nixon er alles aan om het onderzoek naar de zaak te traineren. Er werd, net als nu, een speciale aanklager aangesteld om het onderzoek te leiden: Archibald Cox. Toen Cox gevaarlijk dicht bij de waarheid kwam, ontsloeg Nixon hem. Eerst gaf hij zijn minister en staatssecretaris van Justitie opdracht dat te doen. Zij weigerden en namen zelf ontslag in de nacht die wat dramatisch de ‘Saturday Night Massacre’ is gaan heten.

Op de dag dat Donald Trump FBI-directeur James Comey ontsloeg, hadden verschillende media het opeens over ‘FBI-directeur Archibald Cox’ die door Nixon was ontslagen. Waarop de Richard Nixon Presidential Library – geestig en terecht – twitterde “Nee hoor, Nixon heeft nooit een FBI-directeur ontslagen” – Cox was geen FBI-directeur. Feiten zijn feiten.

Tweet van Richard Nixon Presidential Library (National Archives and Records Administration)

Inmiddels heeft Trump – per ongeluk, lijkt het – toegegeven dat hij Comey ontslagen heeft vanwege zijn rol in het onderzoek naar Russische inmenging in de verkiezingen. Comey heeft verklaard dat Trump hem om persoonlijke loyaliteit vroeg en hem verzocht geen verder onderzoek te doen naar de ontslagen veiligheidsadviseur Michael Flynn.

Aanvankelijk leek Comey een machtige Trumpfan. De FBI-directeur, privé een Republikein, werd twee weken voor de presidentsverkiezingen in één klap wereldberoemd door bekend te maken dat het onderzoek naar Hillary Clintons emails was heropend. Als hij zich op dat politiek cruciale moment op de vlakte had gehouden, had de verkiezingsuitslag heel goed anders kunnen uitvallen. Trump was door het dolle heen en bedankte Comey alsof het een persoonlijke vriendendienst was. Er zijn foto’s van Trump waarop hij Comey kushandjes toewerpt en filmpjes waarin hij verkondigt dat Comey bijzonder dapper was geweest en ‘the right thing’ had gedaan.

Inmiddels lijkt het vrij duidelijk dat Comey desalniettemin onafhankelijk van Trump opereerde. Toen Trump hem op 9 mei geleden, anderhalve dag voor hij in het openbaar zou getuigen in het onderzoek van de Senaat, schijnbaar out-of-the-blue ontsloeg, dacht ik ook onmiddellijk aan Nixons Archibald Cox. Natuurlijk, een president mag een topambtenaar in zijn eigen regering ontslaan, maar niet omdat ze hun werk zo goed doen dat ze daarmee misdragingen van de president zichtbaar maken. In Nixons geval was het vertrek van Cox de druppel die, voor het Congres en het publiek, de emmer deed overlopen. Het is beslist niet gezegd dat het Trump zo zal vergaan als Nixon, maar ik raad hem aan speciaal aanklager Bob Mueller niet dwars te zitten.

Een eerdere versie van dit artikel heeft in het Leidsch Dagblad gestaan.

Sara Polak (© Hedske Vochteloo)

Sara Polak is universitair docent American Studies aan het Leiden University Centre for the Arts in Society, gespecialiseerd in Amerikaanse cultuurgeschiedenis en letterkunde. Ze doet momenteel onderzoek naar culturele herinneringen en verhalen op Twitter en schrijft voor o.a. het Leidsch Dagblad over Amerikaanse politiek, cultuur en geschiedenis.