Naar aanleiding van de publicatie van het 23ste jaarrapport van het Network of Concerned Historians over gecensureerde geschiedenis (hier te vinden) en onder druk staande historici spreekt Over de Muur met Antoon de Baets (61), oprichter en coördinator van het netwerk en bijzonder hoogleraar geschiedenis, ethiek en mensenrechten aan de RUG. 

Antoon de Baets (historici.nl)

Wat zijn de doelstellingen van het Network of Concerned Historians?

Het doel van het netwerk is tweeledig. Wij nemen deel aan campagnes van internationale mensenrechtenorganisaties, zoals Amnesty International, voor vervolgde of onder druk staande historici. Daarnaast publiceert het netwerk elk jaar een rapport over de vervolging van historici van allerlei slag en de censuur van de geschiedenis over de hele wereld.

Hoe werkt de organisatie?

Het is geen organisatie, want er zijn geen leden en er is geen bestuur, kantoor of budget. Het is een netwerk waarmee ik drieëntwintig jaar geleden ben begonnen. Het is voornamelijk een eenmansoperatie, en het is geduldige huisvlijt. Elke week scan ik vele nieuwsbrieven van mensenrechtengroepen en organisaties van historici. Verder sturen collega’s van over de hele wereld me af en toe berichten over de situatie in hun land. Vervolgens kijk ik of deze berichten informatie bevatten over vervolgde historici of de censuur van de geschiedenis en breng ik die onder in een database. in de zomer voeg ik alle recente résumés van gevallen en affaires samen en publiceer die in het jaarrapport.

In heel veel landen zijn historici niet vrij om hun werk te doen, zeker niet als ze zich bezig houden met de recente geschiedenis. In wat voor soort landen staan historici het meest onder druk?

Dit is moeilijk met zekerheid te zeggen. Ik krijg niet van elk land evenveel en even volledige informatie. Er komen bijvoorbeeld veel berichten uit de VS, maar dit betekent zeker niet dat historici hier het meest onder druk staan. Op basis van de ernst van de berichten schat ik in dat momenteel historici in China, Rusland en Turkije het nu het zwaarst hebben.  

Waarom is het voor historici moeilijk om te werken in China?

Dat is een ingewikkelde vraag waarop ik alleen maar een versimpeld antwoord kan geven. De Chinese overheid, een dubbelganger voor de Chinese Communistische Partij, probeert de informatie over het verleden te monopoliseren. Dit doet ze op twee manieren. Aan de ene kant voert ze propaganda voor haar specifieke kijk op het verleden, bijvoorbeeld door leerboeken uit te geven en herdenkingen te organiseren, en aan de andere kant censureert ze alternatieve visies op het verleden. Deze censuur is zelf ook weer tweeledig. Het gaat om beroepshistorici, die door hun onderzoek of in hun onderwijs tot andere conclusies komen dan de overheid, maar ook om onwelgevallige manifestaties van het collectieve geheugen. Elke historicus die afwijkt van de officiële interpretatie kan in de problemen komen en daarnaast worden niet-officiële herdenkingen, zoals die van de studentenopstand van 1989 op het Plein van de Hemelse Vrede, gecensureerd of verboden (behalve in Hongkong).

Dit basispatroon is overigens in bijna alle landen aanwezig: de overheid probeert de interpretatie van het verleden door middel van propaganda en censuur te monopoliseren. In autoritaire landen, zoals Rusland, China of Turkije, neemt dit gevaarlijke en ondermijnende vormen aan.

Turkije is een ander goed voorbeeld. Na de mislukte staatsgreep van 15 juli 2016 werden veel kritische academici, waaronder tenminste vier historici, ontslagen. Daarnaast probeert de Turkse overheid de geschiedenisboeken aan te passen. Dit is ernstig omdat het hier gaat om controle op de popularisatie van de geschiedenis: een vorm die tussen academische geschiedschrijving en het collectief geheugen in staat. De overheid lijkt de leerlingen steeds vaker te willen drillen in de zogenaamde neo-Ottomaanse kijk op het verleden.

Liu Xiaobo (Wikimedia)

Zijn er individuele gevallen van vervolgde historici uit het afgelopen jaar die u zijn bijgebleven?

Bijna elk jaar worden er historici om politieke motieven vermoord of ernstig onderdrukt. Denk aan Khaled al-Asaad, de archeoloog van Palmyra die in 2015 door militanten van Islamitische Staat werd onthoofd en opgehangen. De dood van de Chinese schrijver en mensrechtenactivist Liu Xiaobo eergisteren (13 juli, red) heeft me erg aangegrepen. Liu was een van de belangrijkste ondertekenaars van Charta 08: een manifest dat niet alleen pleit voor mensenrechten en democratie, maar ook voor onderzoek en berechting van in het verleden begane misdaden. Een ander geval is dat van de Russische historicus Yuri Dmitriyev die zich bezighoudt met onderzoek naar de zuiveringen onder het Stalinisme. Hij wordt vastgehouden omdat hij pornografie zou hebben verspreid, maar iedereen die iets van de zaak weet, zegt dat het hier gaat om framing: een pseudo-aanklacht. Het onderzoek van Dmitriyev past niet in het beleid van de huidige regering dat gericht lijkt te zijn op de rehabilitatie van Stalin.

Hoe staat het er voor in Westerse landen?

Hier wordt het verleden van overheidswege minder gemonopoliseerd, maar toch zijn er ook grote gevoeligheden en taboes. Veel westerse overheden proberen nog altijd de visie op hun koloniale verleden te monopoliseren: de vrije geschiedschrijving staat op dit punt al decennia permanent onder druk (De Baets publiceerde hier een artikel over, red). Westerse landen waren democratieën thuis, maar dictaturen in hun kolonies. Soms uitte zich dit in het vernietigen, of niet vrijgeven van belangrijke archieven over misdrijven tegen de menselijkheid in hun (ex-)kolonies. In het jaarrapport 2017 blijkt dat Frankrijk hiervan door verschillende ex-koloniën beschuldigd wordt en eerder bleek Groot-Brittannië een archief over het neerslaan van de Mau Mau opstand (1952-1956 in Kenia geheim te hebben gehouden.

 Klinkende namen, zoals Joyce Appelby, Peter Burke, Natalie Zemon Davis, Jürgen Kocka en Hayden White, ondersteunen het netwerk. Wat kunnen minder bekende historici doen die ook bezorgd zijn?

Dit is heel simpel. Ze kunnen zich op de website aanmelden voor de mailinglijst en kunnen dan meedoen aan de campagnes en ontvangen het jaarrapport. Zo kan iedereen een klein stukje bijdragen.

Informatie over het Network of Concerned Historians is te vinden op http://www.concernedhistorians.org

In 2015 werd Antoon de Baets door Leonieke Vermeer geïnterviewd voor Historici.nl (link & link)

Thomas Smits promoveert aan de Radboud Universiteit op een onderzoek naar geïllustreerde nieuwstijdschriften en identiteitsvorming in de negentiende eeuw. Voor het KNAW project Faces of Science blogt hij over zijn werk. Vanaf Mei 2017 is hij een half jaar researcher-in-residence bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.