Waarom we een serie wijden aan de omgang met het koloniale verleden in België en Nederland

In december staat Over de Muur in het teken van de nieuwe Vlaamse documentairereeks ‘Kinderen van de kolonie’. Belgisch redactielid Edurne De Wilde volgt het programma op de voet en verzamelde zeven bijdragen die de komende twee weken op Over de Muur zullen verschijnen.

We beginnen deze week met vier artikelen over de Belgische situatie. Volgende week gaat het dan weer vooral over de herinnering aan het Nederlandse koloniale verleden. Is het bijvoorbeeld, in navolging van Lou de Jong’s De Bezetting, niet tijd voor een De Kolonie? Waarom blijft het koloniale verleden een open wond? Een zwart hoofdstuk dat we liever overslaan, maar waar het boek constant op open valt. De komende twee weken staan deze vragen hier centraal.

‘Kinderen van de kolonie’

Sinds 20 november buigen de programmamakers zich zes afleveringen lang over het gedeelde koloniale verleden van België en Congo. Getuigenissen van een diverse groep Congolezen en Belgen staan centraal in de serie. Zij blikken in de eerste plaats terug, maar reflecteren ook op vragen als: “Hoe leeft de kolonisatie tot vandaag door?” en “Hoe gaan we het best om met deze koloniale erfenis?”

De volledige afleveringen kunt u hier bekijken. Meer lezen over het programma zelf of meer videomateriaal bekijken doet u via de website van Canvas.

Aangezien Nederlandse lezers mogelijk minder vertrouwd zijn met het koloniale verleden van België, raad ik u aan vooraf de visuele samenvatting ‘Congo is 58 jaar onafhankelijk’ (02:41) te bekijken. Het filmpje biedt een handige kapstok bij de serie. Voor wie een schriftelijke samenvatting verkiest, schets ik onderaan dit stuk in enkele alinea’s de hoofdlijnen.

‘Kinderen van de kolonie’ op Over de Muur: een vooruitblik…

U kunt hier de komende dagen stukken verwachten waarin een diverse groep van Belgische auteurs getuigen over hun relatie tot het koloniale verleden en zich uitspreken over het belang van de documentairereeks. Volgende week verschuift de focus naar Nederland en gaan Nederlandse historici in op de algemene vragen die ‘Kinderen van de kolonie’ oproept. Een aankondiging volgt later.

Week 1 – België

Dinsdag 11 december

Sarah T. Madimba, dochter van één van de getuigen uit de serie, vertelt het verhaal van haar Congolese (over)grootouders en vertelt over de manier waarop zij en haar familie vandaag de dag omgaan met het koloniale verleden.

Woensdag 12 december

Als kleinzoon van Belgische kolonialen in Burundi brengt Jonas Vernimmen onder woorden wat de herinneringen van zijn grootouders en vader aan hun tijd in Burundi voor hem betekenen. Hij roept op tot het voeren van debat over de koloniale erfenis.

Donderdag 13 december

Awa-Alice Ba beschrijft hoe de kolonisatie van Afrika voor haar als Belgisch-Senegalese een onderwerp is waar ze zowel veel als erg weinig over weet. In welke mate kan ‘Kinderen van de kolonie’ dit soort gaten in het collectieve geheugen dichten?

Vrijdag 14 december

Vormt ‘Kinderen van de kolonie’ een kantelpunt in het Belgische postkoloniale debat? Gert Huskens, historicus en politicoloog, duidt ‘Kinderen van de kolonie’ en stelt dat Vlaanderen vandaag een renaissance van het kolonialismedebat meemaakt.

“In The Rubber Coils” door Edward Linley Sambourne, 1906. (Bron: Wikimedia Commons)

In een notendop: Congo en België

In 1885 kwamen verschillende Europese landen en bedrijven samen om af te spreken hoe ze het Afrikaanse continent zouden verdelen. De Belgische Koning Leopold II, op zoek naar winst en prestige, slaagde erin een privé-kolonie te verwerven: een enorm gebied rondom de Congo rivier. Zijn bewind in de zogenaamde Congo-Vrijstaat berustte op exploitatie van de Congolese bodemrijkdommen en het verlenen van concessies aan rubbervenootschappen. Dit alles resulteerde in de onderdrukking van de Congolese bevolking, die zwaar gestraft werd wanneer ze de opgelegde quota niet haalde. Al snel volgde internationaal protest, waarop de Belgische vorst in 1908 zijn privé-kolonie overdroeg aan de Belgische Staat.

Congo-Vrijstaat werd Belgisch-Congo. Het Belgische kolonialisme – dat actief gepropageerd werd als een beschavingsmissie – steunde op drie pijlers die nauw met elkaar samenwerkten: de koloniale overheid, grote bedrijven en de katholieke Kerk. Hoewel de leefomstandigheden van de Congolezen verbeterden door investeringen in infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg, veranderde er weinig aan de realiteit van economische exploitatie en koloniale onderdrukking.

De internationale dekolonisatiegolf aan het einde van de jaren 50, leidde ook in Congo tot zware rellen en zette de toekomst van Belgisch-Congo hoog op de Brusselse politieke agenda. De onafhankelijkheid kwam er een jaar later op 30 juni 1960. In zijn eerste, ongeplande, speech als premier van het onafhankelijke Congo leverde Patrice Lumumba staalharde kritiek op het koloniale regime. Zijn woorden waren lijnrecht in tegenspraak met die van de toenmalige Belgische Koning Boudewijn die een paternalistische toon aansloeg.

De periode die volgde op de onafhankelijkheid was woelig; Katanga, één van de rijkere provincies trachtte zich, met Belgische steun,  af te scheiden, premier Lumumba werd vermoord met steun van het Westen, waarna generaal Mobutu, die de voorkeur van het Westen genoot, een staatsgreep pleegde en voor 32 jaar een dictatoriaal bewind voerde.

Minder bekend is dat België tussen 1922 en 1962 ook het bewind voerde over Ruanda-Urundi, vandaag Rwanda en Burundi. Dit gebied in Centraal-Afrika was vanaf 1884 in het bezit van Duitsland, maar werd tijdens de Eerste Wereldoorlog door een Belgisch leger, dat voornamelijk bestond uit Congolese soldaten, veroverd. Vanaf 1924 bestuurde België de kolonie als een mandaatgebied en tussen 1946 en de onafhankelijkheid van de landen in 1962 als een trustgebied. Hoewel de bestuursvorm anders was, exploiteerden de Belgen ook in Ruanda-Urundi de plaatselijke grondstoffen. Op politiek vlak controleerden ze de bevolking streng. Daarbij benadrukten ze ook de Hutu-Tutsi tegenstelling, wat gezien wordt als een van de wortels van het conflict dat in 1994 uitmondde in een genocide.

Edurne De Wilde is een Belgische studente aan de Universiteit Leiden. Ze volgt er sinds september 2017 de Research Master Cities, Migration and Global Interdependence en legt zich daarbij vooral toe op moderne en eigentijdse migratiegeschiedenis.