Leopold van zijn sokkel: Vlaams-nationalisten, ga eigen rol in het koloniale verleden niet uit de weg

Vlaams-nationalistische politici vergeten in de discussie over de standbeelden van Leopold II de steun van hun beweging voor het koloniale project. Het is de hoogste tijd dat Vlaamsgezinden hun rol in de koloniale geschiedenis onder ogen zien, zo betoogt Hidde Slotboom.

Nu Black Lives Matter in België zorgt voor een felle discussie over de standbeelden van Leopold II, komt in Vlaanderen opnieuw een problematisch aspect van de postkoloniale herinnering aan de oppervlakte: Vlaams-nationalisten gebruiken de discussie over de plaats die Leopold inneemt in de publieke ruimte om de rol van hun eigen beweging in het koloniale verleden te verdoezelen. Het imago dat zij zich aanmeten doet geen recht aan de brede steun voor het koloniale project die ook in Vlaamsgezinde kringen tijdens de gehele koloniale periode bestond.

Leopold II, van 1865 tot zijn dood in 1909 koning van België, was vanaf 1885 ook heerser over de Congo-Vrijstaat, dat in zijn persoonlijk bezit was gekomen tijdens de Conferentie van Berlijn (1885). In 1908 zou de Vrijstaat, na grote internationale druk, worden overgedragen aan België. Deze druk was een reactie op Leopolds schrikbewind in Congo, dat gekenmerkt werd door uitbuiting, geweld en ziekte.

Ruiterstandbeeld van Koning Leopold II in Oostende (ca.1937). Herkomst:
Andries van Rijsbergen / Beeldbank Kunsterfgoed

Vlaams-nationalisten, die zich afzetten tegen de Belgische monarchie en pleiten voor een onafhankelijker Vlaanderen, komen in het debat over Leopold in een spagaat terecht. Enerzijds hebben zij een afkeer van het koningshuis. Eerdere vernielingen van standbeelden van Leopold kwamen bijvoorbeeld niet zelden voor rekening van Vlaams-nationalistische groeperingen. Tom Van Grieken, partijvoorzitter van het nationalistische Vlaams Belang, twitterde onlangs dat wat hem betreft alle standbeelden van Leopold naar de stort konden. N-VA-politicus Bart De Wever betoogde vorig jaar in een televisie-interview dat de huidige Belgische koning Filip excuses moest maken voor het koloniale verleden. Het had er alle schijn van dat daarmee voor De Wever de kous af zou zijn.

Anderzijds willen Vlaams-nationalisten voor geen goud gezien worden als progressief. Theo Francken, een partijgenoot van De Wever, balanceerde in een recent interview tussen kritiek op Leopold en huiver voor doorgeslagen ‘politieke correctheid’. Dries Van Langenhove, nog van rechtsere snit dan Francken, duidde de kritiek op Leopold als onderdeel van een cultuurstrijd die ook de Vlaamse geschiedenis zal treffen. De afkeer van de monarchie is hier ondergeschikt aan afkeer van links iconoclasme.

https://twitter.com/l_thefrozen/status/1266781114334621701

Beide reacties geven blijk van politiek rekenwerk. Het standpunt, of dat nu inspeelt op afkeer van Leopold en België of een afkeer van de politieke correctheid van linkse activisten is afgeleid van wat electoraal succesvol lijkt. Beide posities laten Vlaams-nationalisten ook toe om de eigen verantwoordelijkheid voor de erfenis van het kolonialisme buiten de discussie te houden.

In weerwil van wat sommige Vlaamsgezinde media willen doen geloven, spraken al voor 1908, toen Congo nog privé-eigendom was van Leopold II, Vlaamsgezinde intellectuelen hun steun uit voor het koloniale project. Lodewijk De Raet, de huiseconoom van de Beweging, schreef in 1905 bijvoorbeeld vol lof over de koloniale onderneming van de ‘geniale econoom’ Leopold. Drie jaar later publiceerde De Raet een stuk waarin hij pleitte voor een Vlaamse vestigingskolonie in het zuiden van Congo. Over de onderdrukte Congolese bevolking zweeg hij.

Ook later, zoals blijkt uit het baanbrekende boek Congo made in Flanders? (2003) van antropologe Bambi Ceuppens, hadden veel prominente flaminganten een band met Belgisch-Congo Ze waren er geboren, werkten er of schreven erover. Onder hen ook Vlaams-nationalisten zoals Jef Van Bilsen, die in een beroemd plan uit 1955 een dertigjarig traject voor Congolese onafhankelijkheid voorstelde.

Pas wanneer wordt erkend dat veel prominente Vlaamsgezinden de kolonisatie steunden, kan men de sporadische Vlaamsgezinde kritiek op de kolonisatie goed duiden. Deze kritiek was vrijwel altijd bedoeld als spiegel om te laten zien dat de Vlamingen het nog zwaarder hadden dan de Congolese bevolking en stelde impliciet Vlaamse emancipatie boven respect voor de Congolese bevolking. Wat haar belang ook mag zijn, deze kritiek is dus zeker geen grond voor Vlaams triomfalisme.

In plaats van het debat uit de weg te gaan, zouden Vlaams-nationalisten (en alle anderen met sympathie voor de Vlaamse Beweging) het verleden onder ogen moeten zien. De discussie over standbeelden gaat immers ook over de vraag hoe het koloniale verleden doorwerkt in het heden. In het geval van Vlaams-nationalisten is die doorwerking zichtbaar in vormen van koloniale nostalgie en in hedendaags racisme. Pas wanneer dat wordt erkend, kan de broodnodige mentale dekolonisatie doorgang vinden.

Hidde Slotboom is promovendus aan de Universiteit Leiden en studeerde Engels, Nederlands en geschiedenis in Leiden en Utrecht. In zijn masterscriptie Nederlandse literatuur en cultuur (Universiteit Utrecht) onderzocht hij hoe voor de Eerste Wereldoorlog door Vlaamsgezinde intellectuelen werd gedacht over de kolonisatie van Congo.