Naast Sinterklaas loopt nu een bloeddorstige slavenhandelaar

In Amsterdam is Zwarte Piet vervangen door een Spaanse edelman, volgens de organisatie een neutraal figuur. De reacties op Sinterklaas zijn nieuwe helper laten zien dat de Zwarte Legende echter nog springlevend is en Spaansheid in Nederlandse ogen onlosmakelijk verbonden is gebleven met wreedheid en bloeddorst.

Sinterklaas is weer in het land en dat betekent automatisch dat het uiterlijk van zijn knecht weer ter discussie staat. De snelweg-blokkades bij Dokkum, de inval van ‘Zwarte Pieten’ in een basisschool en de bedreigingen die anti-piet voorstanders zoals Sylvana Simons en Humberto Tan dagelijks te verduren krijgen door pro-pietbewegingen laten zien dat veel Nederlanders maar moeilijk afscheid kunnen nemen van de stereotype blackface Zwarte Piet. Gelukkig zijn steeds meer Nederlanders vóór verandering van deze karikatuur van zwarte mensen: alhoewel de meeste gemeentes nog vasthouden aan zwarte of bruine pieten, waren er dit jaar in de gemeente Den Haag roetveegpieten te zien en kwam de gemeente Amsterdam met een volledig nieuw soort piet: de Spaanse edelman.

Opmerkelijk genoeg leek niemand van de organisatie er bij stil te staan dat een zestiende-eeuwse ‘Spaanse’ edelman ook een karikatuur is van een bevolkingsgroep, alleen dan nu eentje van nationale in plaats van raciale aard. Sinds de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) is de Spanjaard alles behalve een neutraal figuur in Nederland. Om de rebellie van Willem van Oranje (1553-1584) tegen de rechtmatige Spaanse koning Filips II (1527-1598) te rechtvaardigen, zette Willem’s adviseur Marnix van St. Aldegonde (1540-1598) oorlogspropaganda in om de Spanjaard als een bloeddorstig, wreed en verraderlijk monster af te schilderen. Zoals de Spanjaard tekeer was gegaan tegen de Indianen in Zuid-Amerika, zo zou ook de Nederlandse bevolking slachtoffer worden van de ‘Spaenscher tirannije’ en moest ‘desen cancker van Spaegnien’ koste wat het kost uit het land verdreven worden. Het belangrijkste kenmerk van dit narratief, ook wel de Zwarte Legende genoemd, was dat elke Spanjaard in essentie verdorven was. In het pamflet ‘aerdt ende eygenschappen van Seignor van Spangien’ (1598) zijn al deze verdorven eigenschappen van Spanjaarden op een rijtje gezet: hij is fanatiek religieus, duivels, vraatzuchtig, vies, arrogant, listig, pocherig, laf, hebzuchtig, eergierig, bloeddorstig, wraaklustig en trouweloos.

Aerdt ende Eygenschappen van Seignor van Spangien (1598), Koninklijke Bibliotheek. (Klik voor detail)

Waar de woordvoerder van Sint in Amsterdam Spaanse edelmannen ‘op geen enkele manier kon associëren met mensen uit de tijd van de slavernij,’ werd die associatie vrijwel direct een trending bericht op Twitter. Ook volgens het Platform Slavernijverleden ‘zijn Spaanse edellieden over de hele linie verantwoordelijk geweest voor mensenrechtenschendingen’ en zou zo het ene kwaad voor het andere ingewisseld worden. Arjen Lubach tenslotte gebruikte een van de velen anti-Spaanse propagandaprenten van Theodor de Bry (1528-1598) in zijn satirische programma om te laten zien hoe ‘wreed’ die Spaanse edelmannen vroeger wel niet waren. De Spaanse edelman is dus alles behalve neutraal in onze tijd: hij is wreed, een slavenhandelaar en heeft Naarden, Zutphen, Haarlem en Oudewater uitgemoord.

Filmstill van aflevering 8 seizoen 7 van Zondag met Lubach in een item over het nieuwe pietenpak

Ik zeg in onze tijd, want in de zestiende en zeventiende eeuw waren er meerdere soorten Spanjaarden die elk hun eigen stereotype eigenschappen hadden. De Spaanse overheerser voldoet aan het bovenstaande stereotype. Deze was wreed, bloeddorstig en wraakzuchtig en erop uit Nederlanders tot slaven te maken. Hij is verbeeld in de laatste zeven afbeeldingen van het pamflet ‘Aerdt ende Eygenschappen’ en was een figuur die vooral angst en wantrouwen inboezemende. Dan was er ook nog de Spaanse soldaat, verbeeld in afbeelding zeven, acht en negen. Dit type Spanjaard was al een stuk minder eng. Zijn hoofdkenmerk was zijn lafheid, omdat hij zodra de vijand in zicht kwam het slagveld ontvluchtte als een haas. De Spaanse edelman ten slotte was vooral belachelijk en niet al te serieus te nemen. Hij is verbeeld in de eerste zes afbeeldingen van het pamflet: hij is zo gelovig als een engel; een duiveltje in huis; zo vraatzuchtig als een wolf; zo vies als een varken; zo arrogant als een pauw; en zo listig als een vos.

De Spaanse edelman was een typetje dat zijn intrede deed in de schelmenroman La vida de Lazarillo de Tormes (1554). Dit oorspronkelijk Spaanse boekje werd in 1579 vertaald als De gheneuchlicke ende cluchtighe Historie van Lazarus van Tormes, wt Spaignien. De hoofdpersoon, de laag-geboren knecht Lázaro de Tormes, dient verschillende meesters uit verschillende lagen van de Spaanse samenleving en laat daarbij zien hoe belachelijk die meesters zich gedragen. Terwijl het Spaans origineel bedoeld was als satire en de Spaanse samenleving met een grote knipoog op de hak nam, werd het hypocritische, arrogante, wrede en listige gedrag van Lazaro’s meesters in de Nederlandse vertaling letterlijk genomen en gebruikt als bewijs voor de slechtheid van Spanjaarden. Zoals in de titel is te lezen is het boek een voorbeeld van ‘de maniere, condicien, zeden ende schalckheyt der Spaegnaerden’, dus de gewoontes, natuur en listigheid van Spanjaarden.

Zittende toneelspeler in de rol van Capitano, Rembrandt Harmensz. van Rijn, ca. 1634 – ca. 1636, Collectie Rijksmuseum.

Het is in deze roman dat de Spaanse edelman onlosmakelijk verbonden werd met arrogantie, een eigenschap die in navolgende literaire werken breed uitgemeten werd. Het bekendste voorbeeld van een arrogante ‘Spaanse’ edelman is de berooide Jerolimo, de hoofdpersoon uit de komedie de Spaanschen-Brabander uit 1617 geschreven door G.A. Bredero (1585-1618). De Spaanschen-Brabander Jerolimo lijkt in veel gevallen op zijn Spaanse voorganger, maar diens negatieve eigenschappen zijn uitvergroot door Bredero. Zijn arrogantie en ijdelheid is goed te zien in een tekening van Rembrandt, die het toneelpersonage Jerolimo zo trots als een pauw afbeeldt. Het toneelstuk was ontzettend populair: het werd in de zeventiende eeuw dertien keer herdrukt en zes-en-veertig keer opgevoerd in de Amsterdamse Schouwburg.

En nu is de Spaanse edelman als vervanger aangedragen voor Zwarte Piet. Een figuur die volgens de organisatie geen arrogantie, maar allure zou moeten uitstralen omdat de knecht tot de adelstand is verheven. Maar ook een figuur die direct de meest negatieve stereotyperingen van Spanjaarden stammend uit de Zwarte Legende oproept: zijn wreedheid en bloeddorst. Daarom is de Spaanse edelman geen geschikt alternatief voor Zwarte Piet, omdat deze raciale stereotypering vervangt voor een zeer negatieve nationale stereotypering die vierhonderd jaar na dato nog hardnekkig blijkt. En zoals Fokke en Sukke laten zien: een ‘echte’ zestiende-eeuwse Spaanse edelman zou door zijn arrogantie nooit door een schoorsteen kruipen.

Fokke & Sukke, Maandag 27 november 2017. © Reid, Geleijnse & Van Tol

Sabine Waasdorp is promovendus vroegmoderne letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek richt zich op de beeldvorming van Spanje en Spanjaarden in Engelse en Nederlandse literatuur uit de zestiende eeuw.