Nederland kent veel ggz-terreinen met een rijke historie. Dat geldt ook voor het 125 jaar oude Groot Graffel, in het bos bij Warnsveld onder de rook van Zutphen. Toch is het verhaal van dit landgoed tijdens de Tweede Wereldoorlog uitzonderlijk. Dat bleek wel tijdens een onverwachte zoektocht naar een portret.
Toen ik ruim 10 jaar geleden voor een sollicitatiegesprek voor het eerst Het Groot Graffel betrad, kon ik me direct voorstellen dat patiënten daar konden herstellen tussen de oude bomen in het coulisselandschap van de Achterhoek. Met plezier ging ik er later aan de slag als psycholoog.
Naast behandelen en diagnostiek vervul ik taken op het gebied van wetenschappelijk onderzoek. Voor een van de projecten werken we samen met de Amsterdamse hoogleraar Marrie Bekker. Tijdens de voorbereiding op een training waarvoor Marrie naar Warnsveld zou komen, vertelde zij over een voormalig zenuwarts (psychiater-neuroloog): Marius ten Raa. Zijn kleinzoon was een bekende van Marrie, en hij had haar verteld dat er uitgerekend op ons terrein een portret van Ten Raa aanwezig moest zijn. Zou dat er nog steeds zijn?
Ik begon te lezen over Ten Raa. De connectie met onze instelling was niet meteen logisch. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werkte hij nog bij Provinciaal Ziekenhuis Duin en Bosch in het Noord-Hollandse Bakkum. Maar toen de Duitse bezetter in 1942 de Atlantikwall aan ging leggen, moest die locatie worden ontruimd. Met 195 patiënten – 94 vrouwen en 101 mannen – week hij uit naar Groot Graffel, waar ze twee paviljoens betrokken. Daarnaast verbleven in zijn huis in Bakkum tijdens de Tweede Wereldoorlog Joodse vluchtelingen uit Duitsland.
De omstandigheden op Het Groot Graffel waren moeilijk. De instelling bood aan het begin van de oorlog plaats aan maximaal 472 patiënten. In 1945 waren het er volgens Ten Raa, die een dagboek bijhield, tenminste 1250. De hongerwinter was dan ook een enorme beproeving. Ten Raa schreef op 16 januari 1945 bijvoorbeeld: ‘Gehele spekvoorraad van O.N.G. (ziekenhuis en gestichten) blijkt vannacht te zijn gestolen (300 pond!). Keuken v.h. gesticht kan onvoldoende werken daar alle kolen op zijn. Geprobeerd wordt een mengsel van hout en cokes.’

De overbevolking heeft hoogstwaarschijnlijk bijdragen aan een aanzienlijk aantal doden. Op de begraafplaats van Warnsveld liggen 225 patiënten sober begraven, zonder steen of nummer, in vak D. Maar het had nog veel erger af kunnen lopen. Tijdens de bevrijding, op 4 april 1945, zagen de Canadezen Groot Graffel vermoedelijk aan voor een kazerne (waarschijnlijk vanwege de loopgraven die op het terrein waren aangelegd). Het terrein werd beschoten. Geneesheer-directeur Paul van Bork wist dit zwaaiend met de witte vlag tijdelijk te stoppen, maar in de nacht begon het opnieuw (door een andere eenheid van het Canadese leger, zo wordt gedacht). De beschietingen eisten meerdere levens. Uiteindelijk waren het Marius ten Raa en hoofdverpleger Joop Nonnekes die ingrepen. Met gevaar voor eigen leven wisten zij de Canadezen te bereiken en hen bijgelicht door een lantaarn ervan te overtuigen dat het om een ziekenhuis ging. Een nog groter drama was voorkomen door deze heldendaden, want de eenheid zou de opdracht hebben gehad de gebouwen volledig te vernietigen.
Toen ik dit verhaal op me in had laten werken, liet het schilderij me niet meer los. Waar kon het zijn? Er waren behoorlijk wat opties. De laatste jaren zijn op het terrein meerdere moderne klinieken verrezen, maar verschillende gebouwen en plekken zijn ook verbonden met geschiedenis, zo ontdekte ik tijdens mijn lunchwandelingen. Het statige hoofdgebouw uit het begin van de twintigste eeuw wordt momenteel opgeknapt. Eraan vast gebouwd is een oude poort van een nog ouder gasthuis, die ooit uit Zutphen verplaatst is. Op die poort is weer een plaquette aangebracht om 20 Joodse patiënten te herdenken die in 1943 in Sobibor omkwamen. Een van de paviljoens is vernoemd naar Engelbert Kreynck die in de 15e eeuw in Zutphen een gasthuis stichtte voor zieken, armen en andere hulpbehoevenden. GGNet, waar ik werk, en nu de beheerder van Groot Graffel, komt daar onder andere uit voort.

Maar waar was nou het portret dat door de kleinzoon van Ten Raa aan Marrie Bekker was omschreven? Op een dag moest ik ineens denken aan het schilderij van de nette, misschien wat bezorgde man dat ik op de bestuurskamer had zien hangen. Deze is momenteel gevestigd in gebouw Ruimzicht waar de Duitsers ooit nog granaatwerpstellingen voor hadden opgesteld. Ik vroeg een van de bestuurders of hij wist van wie portret was. Hij was niet zeker. Het kon Ten Raa zijn, maar ook Van Bork. We kregen toestemming het schilderij te inspecteren, want mogelijk stond de naam achterop. Tijdens de lunchpauze van onze cursus die door Marrie en een collega werd verzorgd gingen Luuk, de promovendus op het project, en ik door de regen op expeditie naar de kamer van de Raad van Bestuur. Voorzichtig tilden we het schilderij van de muur. Helaas, geen naam! Later die dag keerden we terug met Marrie. Een foto van het schilderij ging naar de familie, en later die avond kwam het antwoord: zeker Ten Raa! De hieronder afgebeelde foto die werd terug gezonden maakte het helemaal duidelijk. Bovendien kon kleinzoon Thijs ten Raa bevestigen dat hij in 2008 zelf aanwezig was geweest tijdens een ceremonie om zijn grootvader te eren. Hem werd toen verzekerd dat het schilderij een belangrijke plek zou krijgen.

Sindsdien valt er nog meer te overdenken tijdens mij lunchrondjes over Groot Graffel. Het is onrustig in de wereld en aan de grenzen van ons continent woedt een grote oorlog. Zijn we voorbereid op de toekomst? De geschiedenis van onze instelling die in de Tweede Wereldoorlog samenviel met die van Duin en Bosch, laat zien hoe moeilijk de keuzes kunnen zijn. Daarbij is de verleiding groot om je af te vragen: zou ik een Ten Raa, Nonnekes of Van Bork zijn? Maar we weten uit onderzoek dat dit nu juist het moeilijkst te voorspellen is. Deze drie mannen zullen zich bijzonder verantwoordelijk hebben gevoeld, maar of dat ook maakt dat je je op het moment suprême heldhaftig kunt gedragen, kun je eigenlijk alleen dan weten. Bemoedigend is wel dat op belangrijke momenten dus mensen opstaan en voor elkaar opkomen. Wat de geschiedenis van Groot Graffel verder leert is dat er grote logistieke uitdagingen kunnen komen als een ernstige situatie lang aanhoudt. Hoe bevoorraden we klinieken? Waar gaan de patiënten heen en hoe houden we contact? Hoe houden we zorgpersoneel vast? Zou ik met mijn patiënten mee verhuizen naar de andere kant van het land? Saillant detail is nog dat bij een van de uitgangen van Groot Graffel een monument staat voor de Canadezen die Zutphen bevrijdden. Dat is zeer terecht, maar hoe voorkom je nu dat bevrijders een ggz-instelling aanzien voor een doelwit?
Op voorgaande kwesties kunnen we ons zo goed mogelijk proberen voor te bereiden. En om ons daaraan te herinneren is het een goed idee om schilderijen zoals die van de dappere Ten Raa op een prominente plek op te hangen. Opdat we niet vergeten, en ook niet vergeten voorbereid te blijven.
Bronnen: Oorlogsjaren van Het Groot Graffel ; meer lezen: Aan de Stegge, C. (2006, 4 oktober). Teruggevonden: Het oorlogsdagboek van zenuwarts Marius J. ten Raa. NH Nieuws, (4). Noord-Hollands Archief.
Met dank aan Thijs ten Raa die mij van aanvullende informatie voorzag voor dit artikel.

Klaas Huijbregts werkt als klinisch psycholoog bij GGNet, de ggz-instelling die onder andere op Het Groot Graffel gevestigd is. Naast behandeltaken doet hij wetenschappelijk onderzoek naar persoonlijkheid en psychosomatiek. Daarnaast schreef hij al eerder over de geschiedenis van mentale en psychiatrische problematiek.