Lange tijd waren er geen vrouwen werkzaam op universiteiten. Maar in het Engeland van de jaren zestig bracht Catherine Belsey daar verandering in, gevolgd door vele andere vrouwen na haar. Renée Vulto ontmoette Belsey en grijpt haar verhalen aan om te pleiten voor meer gendergelijkheid op universiteiten.

Catherine Belsey vertelt met grote handgebaren en een enthousiaste twinkeling in haar ogen over het verloop van haar academische carrière. Ze begon haar loopbaan in de jaren ’60 aan de Universiteit van Cambridge, om vervolgens in 1975 te verhuizen naar Cardiff. Hier stond ze in 1988 aan de wieg van het Centre for Cultural and Critical Theory, een onderzoeksinstituut dat ruimte wilde bieden voor het groeiende belang van ‘theory’ in literatuuronderzoek. Ze zou er tot eind 2003 werkzaam zijn. Maar daar eindigde haar werkzame leven niet. De 77-jarige Belsey is nog altijd bijzonder actief en lijkt nog lang geen genoeg te hebben van haar werk.

Belsey was een nieuw type academicus, vooral vanwege haar nieuwe en verbredende benadering van historische teksten. Ze zette zich al in het begin van haar carrière af tegen het Angelsaksische New Historicism en Cultural Materialism, dat er volgens haar te veel vanuit ging dat historische teksten een homogeen beeld van een historisch moment bieden. Ze introduceerde het Franse poststructuralisme – van vooral Foucault en Lacan – in de Britse literatuurhistorische praktijk. Die vernieuwende manier van cultuurhistorisch onderzoek noemde ze Cultural Criticism. Belsey verenigde in haar aanpak de historische en theoretische aspecten van literatuurhistorisch onderzoek en ging daarbij veel verder dan haar voorgangers of tijdgenoten. Ook besteedde ze als feminist in haar werk aandacht aan de positie van minderheden, zoals bijvoorbeeld in The Subject of Tragedy (1985). De kern van Belseys denken is dat er niet zoiets bestaat als ‘human nature’, maar dat ieder individu sociaal en historisch geconstrueerd is. Het discours van het historische moment bepaalt hoe een individu de wereld om zich heen begreep en hoe wij wederom als historici de teksten kunnen interpreteren.

Belsey

Vrouwelijke studenten geneeskunde, University of Melbourne, 1887, fotograaf onbekend, University of Melbourne Archives (UMA/I/2003).

De vernieuwende aard van haar ideeën maar vooral het feit dat ze een vrouw is, zorgde aanvankelijk voor veel weerstand jegens haar persoon. In het gesprek dat ik met  Belsey had, vertelt ze hoe ze openlijk werd tegengewerkt door mannelijke collega’s, die haar hysterisch en veel te aanwezig vonden. Haar beoogde publicaties werden afgewezen omdat ze niet rationeel – lees: mannelijk – genoeg zouden zijn, ze kreeg minder betaald dan mannen met een lagere academische status dan zij en ook kreeg ze geen bureau bij haar eigen afdeling, maar werd ze weggestopt in een afgelegen toren – hoe cliché wil je het hebben. Dat Belsey desondanks voor haar positie bleef vechten en uiteindelijk nooit de academische wereld ontvluchtte, heeft er mede aan bijgedragen dat de situatie van vrouwen anno 2018 een stuk beter is.

Maar we zijn er nog lang niet. De meest recente cijfers uit de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2017 laten zien dat van het totaal aantal hoogleraren in Nederland nog maar 18,3% vrouw is.[1] Het rapport toont aan dat dit direct financieel nadelig is voor onze economie, [2] en ook op de langere termijn maatschappelijke nadelen met zich meebrengt. Het feit dat hoogopgeleide vrouwen minder kinderen krijgen – doordat zij in het huidige systeem nog steeds vaak de keuze moeten maken tussen gezin of carrière – leidt tot een kindertekort bij hoogopgeleide vrouwen. En zal, gezien het effect dat het opleidingsniveau van de ouders op kinderen heeft, uiteindelijk leiden tot een lager opleidingsniveau van de toekomstige bevolking.[3]

Een cruciaal argument wat ik daar – vanuit mijn persoonlijke perspectief als jonge vrouwelijke wetenschapper aan het prille begin van haar carrière – aan toe wil voegen is het belang van rolmodellen. 53,3% van de universitair afgestudeerden is vrouw, maar gedurende het academische carrièrepad slinkt het aandeel vrouwen dus met 35%. Ik denk dat een deel van deze enorme afname te wijten valt aan het feit dat studentes te weinig met eigen ogen zien dat het als vrouw mogelijk is om het tot hoogleraar te schoppen. En die verkeerde beeldvorming lopen vrouwen niet alleen in de collegezaal op, ook in de media[4] overheerst het beeld van de wetenschapper als witte man, waardoor dat nog steeds het mainstream idee is – bewust en onbewust. Het middeleeuwse idee dat vrouwen emotioneler, labieler, minder competitief en subjectiever, kortom: minder geschikt voor de wetenschap, zijn dan mannen overheerst dus nog steeds. Om dat beeld tegen te gaan moeten er zo snel mogelijk meer vrouwen op alle posities in de academische wereld komen, ook als dat betekent dat er quota ingesteld moeten worden.

Uiteraard wil geen enkele vrouw omwille van haar vrouw-zijn aangesteld worden, maar vrouwen moeten wel de kans krijgen om te laten zien dat ze wel degelijk over de kwaliteiten beschikken die een academische functie vereist. En ik geloof dat zodra er een betere genderbalans is, de vraag of iemand zo’n functie als man of vrouw vervult vanzelf totaal irrelevant wordt. Tot het zo ver is moeten we – vrouwen én mannen[5] – blijven strijden voor gendergelijkheid. Iemand als Catherine Belsey kan daarbij een inspiratie zijn. Zij heeft laten zien dat je als vrouw wel degelijk de capaciteiten hebt om ideeën te ontwikkelen die een academische discipline ingrijpend beïnvloeden. Belsey heeft mij in ieder geval laten zien dat je niet bang moet zijn om tegen de gevestigde orde aan te schoppen, niet bang moet zijn om achter je eigen ideeën te staan, dat je optimistisch moet blijven en vooral vol moet houden – zowel wat betreft je wetenschappelijke ideeën als je positie als vrouw in de academie. Ik hoop dan ook dat haar verhaal meer jonge (en ook oudere) wetenschappers zal inspireren, vrouwen én mannen, en de poel Belseys die we in Nederland hebben[6] steeds verder zal doen groeien.

Renee Vulto

Renée Vulto is muziekwetenschapper met een brede interesse voor de rol van muziek in de maatschappij. Momenteel promoveert zij aan de Universiteit Gent in de letterkunde. Daar doet zij onderzoek naar de rol van politieke liederen in de constructie van een nationaal bewustzijn in de noordelijke Nederlanden van de late 18e en vroege 19e eeuw.

 

[1] LNVH Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2017, p. 15. (https://monitor.lnvh.nl/)

[2] LNVH Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2017, p. 7-13.

[3] http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/de-mythe-van-de-voltooide-emancipatie

[4] https://overdemuur.org/wie-laten-we-de-historische-gildemeesters-zijn/

[5] Ook mannen hebben belang bij een situatie van gendergelijkheid. In zo een situatie kunnen ze zich bijvoorbeeld bevrijden van de druk kostwinner te moeten zijn en zouden ze door bijvoorbeeld  een gelijke verdeling van ouderschapsverlof meer gelegenheid krijgen een band met hun kinderen op te bouwen.

[6] Ik kan hier onmogelijk recht doen aan alle vrouwelijke wetenschappers die dagelijks laten zien dat vrouwen goede wetenschappers kunnen zijn. Initiatieven zoals het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren en de persoonlijke inzet van vrouwelijke en mannelijke wetenschappers op alle niveaus spelen hier een belangrijke rol in.