Categorieën
Geschiedenis actueel

Wat verborgen bleef achter Brabantse pensionaatsmuren in de jaren ’90

In de bijdrage ‘Zoldervondsten’ op Over de Muur wordt zichtbaar hoe archiefverlies het collectieve geheugen kwetsbaar maakt. Maar wat als archieven helemaal ontbreken? Binnen de jeugdzorg is dat geen louter praktisch probleem voor onderzoekers: het raakt direct voormalige bewoners en hun families.

Zonder documenten verdwijnen persoonlijke geschiedenissen, erkenning en mogelijkheden tot verwerking. Het verhaal van Karel (pseudoniem) toont hoe ingrijpend die leegte is en waarom zorgvuldige archivering een maatschappelijke verantwoordelijkheid blijft.

Voormalig Nationaal Archief-directeur Marens Engelhard waarschuwde in 2014 dat de overgang van papier naar digitaal een keerpunt vormt in onze geschiedenis. Hij stelde dat de laatste decennia van de twintigste eeuw en het begin van de eenentwintigste eeuw mogelijk de slechtst vastgelegde periode in de Nederlandse geschiedenis zullen zijn. Artikel 45 van de Uitvoeringswet AVG (UAVG) biedt hierin een klein lichtpuntje, doordat het bepaalde beperkingen op de verwerking van persoonsgegevens voor specifieke archiefstukken buiten werking stelt. Tegelijk blijft deze regeling niet gelden voor onder meer particuliere kloosterarchieven, waardoor een deel van de recente katholieke geschiedenis dreigt te verdwijnen. Dit artikel volgt Karel, die toestemming gaf om zijn verhaal en persoonlijke gegevens te delen. Het laat zien hoe zijn verblijf in het pensionaat van Nieuwkerk (een Brabants gehucht in de gemeente Goirle aan de grens met de Belgische gemeente Ravels) vrijwel uit het collectieve geheugen verdween en slechts via een moeizame zoektocht kon worden teruggevonden.

De aanvraag

Het was eind 2021. De kranten berichtten over de bevindingen van de commissie De Winter, die onderzoek verrichtte naar mishandeling en misbruik in de residentiële jeugdzorg na 1945. De commissie concludeerde dat duizenden kinderen onrecht was aangedaan en adviseerde onder meer schadevergoeding voor de slachtoffers.

In diezelfde periode begeleidde ik als preventiewerker in de verslavingszorg cliënt Karel, die op dat moment vocht tegen een GHB-verslaving. Wat hem is overkomen, vertelde hij nuchter en zonder omhaal. In 1992, toen hij in groep 8 zat, haalde zijn vader hem uit de klas op de Hertog-Jan school in Etten-Leur. Karel werd naar een ouder stel gebracht op een boerderij in Helvoirt, waar nog meer kinderen en jongvolwassenen woonden. Al snel droeg het echtpaar de zorg over aan pensionaat Nieuwkerk in Goirle. Daar sliep Karel met de jongens op de tweede verdieping in chambretten: slaaphokjes op een grote zolder, van boven open en zeer gehorig. De meisjes hadden kamers op de eerste verdieping en daaronder resideerden de broeders en zusters.

De dagen in het pensionaat volgden een vast ritme. ’s Ochtends begonnen ze met een gebed in de kapel, gevolgd door ontbijt en de rit naar de Jozefschool in Tilburg. Na schooltijd keerden de kinderen terug naar het klooster, waar ruimte was voor spel, huiswerk en recreatie, meestal buiten. Na het avondeten hielpen zij met het afwassen en het schoonmaken van hun leefruimtes. In het weekend gingen de meesten naar huis: op vrijdag werden ze opgehaald en zondagavond keerden ze terug.

Karel maakte in Nieuwkerk niet alleen groep 8 af, maar ook bijna het hele eerste jaar van de middelbare school. Omdat hij vuurwerk afstak in het klooster, werd hij weggestuurd. Karel heeft er begrip voor. Tijdens een later gesprek met mij zei hij: “Ik snap dat ik ben weggestuurd. Ik was lastig. Wat ik alleen niet begrijp, is waarom ik bij mijn vriendjes in Etten-Leur weg ben gehaald. Dit maakte me boos en recalcitrant.”

Tijdens één van onze gesprekken vertelde Karel terloops over “een pak rammel” dat hij in Nieuwkerk kreeg. Ik vroeg niet wat er precies was gebeurd; het was duidelijk dat het hem had geraakt en voor dat moment was die constatering genoeg. Die opmerking was de aanleiding om een aanvraag in te dienen voor een tegemoetkoming op basis van de tijdelijke regeling financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg.

Karel vulde het schadeformulier zelf in, wat niet eenvoudig bleek. Hij was meerdere keren dakloos en heeft geen enkel bewijs meer van zijn verblijf in pensionaat Nieuwkerk. We vroegen het Schadefonds of dat een probleem was. Het antwoord stelde enigszins gerust: “Zodra meneer een aanvraag heeft ingediend, neemt een jurist contact met hem op. Die helpt vervolgens bij het achterhalen van informatie over het verblijf.”

De afwijzing

In november 2023 ontving Karel een reactie op het ingevulde formulier. De brief meldde: “Er ontbreken documenten waaruit blijkt hoe u bij de instelling bent geplaatst. En er ontbreekt een bewijsstuk waaruit blijkt dat u daadwerkelijk op het adres van de instelling verbleef. Graag deze documenten alsnog aanleveren.” We namen contact op en herinnerden aan het eerdere aanbod om te helpen bij het achterhalen van informatie. Helaas bleek dat toch niet mogelijk te zijn. Karel en ik hadden intussen al contact opgenomen met de gemeente Etten-Leur om zijn oude woonadressen op te vragen. Daaruit bleek dat Karel al die jaren ingeschreven stond in Etten-Leur. Nog geen twee weken later viel de definitieve beslissing in de bus: “Wij kunnen u helaas geen tegemoetkoming toekennen, omdat wij niet beschikken over (objectieve) informatie waaruit blijkt dat u in klooster Nieuwkerk te Goirle heeft verbleven en daar bent geplaatst onder verantwoordelijkheid van de overheid.”

Karel bleef er nuchter onder. Dat was hij ook bij het invullen van het formulier. Hij schreef dat er tijdens zijn verblijf sprake was van mishandeling, maar voegde eraan toe dat hij er geen psychische schade aan had overgehouden. Karel heeft nooit geweten wie hem destijds in Nieuwkerk heeft geplaatst: zijn ouders of de overheid. Die vraag werd met de afwijzing beantwoord: de overheid was hierbij niet betrokken. De moeder van Karel wist het ook niet. Volgens haar heeft zijn vader het destijds geregeld. De ouders van Karel gingen uit elkaar toen hij in het pensionaat zat. Zijn vader heeft hij daarna nog maar een paar keer gezien. Onlangs is hij overleden.

Dat Karel geen financiële tegemoetkoming kreeg, maakte hem weinig uit. Toch stak de afwijzing hem, omdat in zijn beleving werd ontkend dat hij ooit in Nieuwkerk heeft gezeten: “Ik loop hier niet uit m’n duim te zuigen.” We besloten op zoek te gaan naar bewijs voor zijn verhaal.

Pensionaat Nieuwkerk te Goirle (Bron: Regionaal Archief Tilburg)

De zoektocht

De zoektocht begon met een autorit richting Goirle. Karel navigeerde me nauwkeurig naar pensionaat Nieuwkerk; hij kende de route goed, ook al had hij die al jaren niet meer afgelegd. Het toenmalige klooster herbergt nu een horecagelegenheid; binnen wist men niets van een internaat of pensionaat. Na een consumptie liepen we terug naar de auto en reden huiswaarts.

Thuis nam ik contact op met de gemeente Etten-Leur met de vraag of er archiefmateriaal bestaat waaruit betrokkenheid van een leerplichtambtenaar blijkt – iemand moet immers hebben opgemerkt dat Karel plotseling niet meer naar school ging. De gemeente liet later weten dat er geen archief bewaard is gebleven.

Op de website van het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) vond ik een artikel van Paul Huismans over Nieuwkerk. Het BHIC meldde namens de auteur niets te weten van een pensionaat, maar gaf twee adviezen: contact opnemen met het priesterbroederschap Pius X, dat het klooster vanaf 1986 gebruikte, en met Stichting Erfgoed Goirle. De Stichting kon zich geen pensionaat herinneren. Het broederschap schreef: “De priorij van Antwerpen heeft geen archief van Nieuwkerk. Nadien is er een internaat voor de Sint-Jozefschool gekomen.”

Voor het eerst werd Karels verhaal tastbaar bevestigd: een internaat in Nieuwkerk dat hoorde bij de Sint-Jozefschool. Tegelijk vond zijn moeder een oud schoolrapport van die school aan de Poirterstraat. 2College in Tilburg, waarvan de St.-Jozefschool nu deel uitmaakt, liet echter weten daar nooit gevestigd te zijn geweest.

Bestond er dan nog een St. Jozef in Tilburg? In Delpher vond ik een krantenartikel uit 1990: “Ontevreden ouders richten ware katholieke school op”. Karel reageerde verbaasd; zijn familie had niets met de kerk. Het artikel beschrijft een school gebaseerd op de leer van de Rooms-Katholieke kerk, met wekelijks godsdienstonderwijs.

Het Regionaal Archief Tilburg vond geen link tussen deze school en Nieuwkerk en verwees naar Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven. Op basis van hun vondst in Rond De Schutsboom (1995) wisten zij dat in Nieuwkerk een pensionaat werd geleid voor jongeren die de St. Jozefschool in Tilburg bezochten.

Voor het eerst werd een directe link gelegd. Het Erfgoedcentrum had geen archief, maar de gemeenschap bleek nog actief in Maastricht – met een website: De Kommel. Gevonden!

Herinneringen

Inmiddels was het 2025. Na vier jaar speurwerk brak het moment aan waarop ik namens Karel contact kon opnemen met de mensen die hem gekend moeten hebben: de gemeenschap van de Gekruisigde en Verrezen Liefde. Al snel volgde het verlossende woord: zij hebben inderdaad een pensionaat gehad in Nieuwkerk. Sterker nog, een broeder stuurde enkele foto’s van Karel en haalde warme herinneringen op: “[…] het was een heerlijke kleine wildeman. Leven, avonturen en streken. Er was weinig dat je hem niet twee keer moest zeggen. Degene die ik vroeg, herinneren zich vooral zijn streken. Ik was zelf zeer verrast door het nieuws dat hij werd opgehaald en weg zou gaan. Ik zie hem nog buiten staan met een versteend gezicht en in de auto stappen. Hij is niet uit het pensionaat weggestuurd. Ik ben altijd voor hem blijven bidden.”

Op dit punt botste het verhaal van de broeder met dat van Karel. Karel is ervan overtuigd dat hij wél is weggestuurd. Om meer duidelijkheid te krijgen, vroeg ik naar eventuele archiefstukken, maar die zijn er niet meer. De lieve woorden van de broeder koppelde ik ook terug aan Karel. Voorzichtig vroeg ik opnieuw naar de vermeende mishandeling in het pensionaat. Karel reageerde nuchter: “Het was eenmalig een flinke klap met de platte hand. Mijn ouders hadden dat nooit gedaan, dus op mij maakte dat veel indruk. Verder moet ik toegeven dat iedereen echt wel aardig was en het beste met me voorhad. Maar ik wilde daar niet zijn, en dat gevoel blijft.”

Een plek geven

Het reconstrueren van het verleden blijft ingewikkeld: Karel en de broeder herinneren zich dezelfde periode, maar niet op dezelfde manier. Wat in elk geval duidelijk wordt, is dat Karel daar niet vergeten is. De broeder sprak met genegenheid over hem. Voor Karel verandert dat niets aan het gevoel dat hij daar niet wilde zijn, of aan de indruk die die ene klap op hem maakte. Tegelijk laat de zoektocht zien hoe het gebrek aan archieven het moeilijk maakt om dit verleden eenduidig te reconstrueren: juist omdat schriftelijke sporen ontbreken, zijn we afhankelijk van losse herinneringen en fragmenten. Die afwezigheid van archiefmateriaal maakt het niet alleen lastiger om het verhaal te verifiëren, maar beïnvloedt ook hoe Karel vandaag betekenis kan geven aan zijn eigen geschiedenis. De zoektocht levert hem in ieder geval ook iets op: zijn verhaal is niet compleet uit de duim gezogen en hij wordt herinnerd. Die erkenning verandert de pijn van het verleden niet, maar maakt het wel iets lichter om te dragen.

Portretfoto Alex van Dongen, fotograaf: Maurice Derks

 

 

 

 

Bibliografie

Martijn van Calmthout, ‘In het Nationaal Archief werkt men voor de eeuwigheid. Interview met Marens Engelhard’, de Volkskrant (12 november 2014).

Commissie Binnenlandse Afstand en Adoptie, Schade door schande. Rapport van de Commissie onderzoek Binnenlandse Afstand en Adoptie 1956-1984 (Den Haag 2025).

J. Dane en E.C. Walhout, De geschreven werkelijkheid: onderzoek naar historische bronnen over binnenlandse afstand en adoptie (Den Haag, CBAA, 2025) Deelonderzoek voor de commissie onderzoek naar Binnenlandse Afstand en Adoptie 

N.N. (van onze verslaggeefster), “Ontevreden ouders richten ware katholieke school op”,  de Volkskrant (06-09-1990). Bron: Delpher.