Winston Churchill: oorlogsheld of racistische schurk?

Winston Churchill ligt onder vuur. In 2002 door het Britse volk nog verkozen tot Grootste Brit aller tijden; anno 2020 staat zijn standbeeld op Parliament Square te Londen ingepakt om vernieling tijdens de Black Lives Matter-protesten te voorkomen. De vraag is nu: was Churchill een racistische schurk of de grote held van de Tweede Wereldoorlog?

Op 15 juni publiceerde De Volkskrant een ogenschijnlijk objectieve analyse van de kwesties die Winston Churchill achtervolgen onder de titel “Hiërarchie van rassen en Dresden”. Ogenschijnlijk, want het stuk analyseert niet de historische feiten maar politiseert vooral de geschiedenis. Dit begint al door te openen met de vraag waar de “linkse critici” toch zo’n moeite mee hebben, maar wordt nog een stuk suggestiever – en subjectiever – als deze zogenaamd linkse bezwaren puntsgewijs worden toegelicht.

De auteur slaat met name de plank mis als het Churchills rol in de Bengaalse hongersnood van 1943-1944 betreft. Het stuk plaatst de Amerikaans-Bengaalse journaliste Madhusree Mukerjee tegenover conservatieve historici Martin Gilbert en Andrew Roberts. Mukerjee ziet Churchill als medeverantwoordelijk voor de Bengaalse hongersnood. De Churchill-biografen, volgens de auteur, vinden de oorzaak bij een cycloon, gebrek aan import en het onvermogen om voedsel te sturen door de hongercondities in Europa. Het lijkt een evenwichtige tegenstelling waarbij een journaliste het onderspit delft tegen twee wetenschappers. Dat laatstgenoemde visie door geen enkele hongersnood- of Bengalenexpert wordt onderschreven, is echter voor het gemak weggelaten.

Aankomst Winston Churchill op vliegveld Valkenburg (7 mei 1948). Foto: Van Oorschot, Nationaal Archief / Anefo.

Inderdaad: in oktober 1942 verwoestte een cycloon, samen met overstromingen, grote delen van de oogst in Bengalen. Ook leidde de oorlogssituatie tot importmoeilijkheden. Maar hieraan voorafgaand had het koloniale bewind de voedselvoorziening al grotendeels verstoord door de zogenoemde denial policy, waarbij rijstvoorraden en boten werden vernietigd om de opmars van de Japanners naar Calcutta te belemmeren. Toen geruchten verspreidden dat de overheid zelf rijst opkocht tegen hoge prijzen leidde dit tot grote paniek in de markten, met hamsteren tot gevolg. Eind 1942 konden de meeste mensen de exorbitant dure rijst niet meer kopen.

Toch had dit niet noodzakelijk tot grote hongersnood hoeven leiden: talloze historische documenten tonen aan dat het Britse oorlogskabinet en de koloniale overheid geen enkele prioriteit gaven aan het verlichten van de honger in India. Dat institutioneel racisme hierbij een rol speelde is evident. Churchills rotsvaste geloof in ‘Empire’ was doordrenkt van racistische hiërarchieën.

De auteur gebruikt liever de eufemistische term “racistisch paternalisme”. Churchill zou het vanuit noblesse oblige als zijn taak hebben gezien “om Aziaten, Arabieren en Afrikanen mee te slepen in de vaart der volkeren”. En: “Loyaliteit aan het rijk ging hem boven alles, ook tijdens de wereldoorlogen.”  Maar in talloze historische documenten lezen we een totaal andere houding van Churchill. Zo vinden we in de dagboeknotities van Leo Amery (Staatssecretaris voor India): “verhongering van de toch-al-ondervoede Bengalis is minder erg dan die van de robuuste Grieken, althans vanuit het perspectief van de oorlog.” Begin 1944 noteert Amery zelfs uit Churchills mond: “Ik haat Indiërs. Ze zijn een beestachtig volk met een beestachtige religie.”

Verder is het klinkklare onzin dat Churchill geen mogelijkheid zag voedsel te sturen naar India vanwege hongerend Europa. Het was het Britse oorlogskabinet zelf dat een economische blokkade rond bezet-Europa had opgezet. Alleen Vichy Frankrijk in 1941 en Griekenland in 1942 ontvingen geallieerde voedselhulp – beide keren vanuit militaire strategische overwegingen. Bovendien hoopte Churchill helemaal niet op voedseltransporten uit andere delen van het rijk, zoals het stuk suggereert. Sterker nog: hij probeerde dit lange tijd tegen te houden. India kreeg pas beperkte zendingen voedselhulp toen de Britse oorlogvoering, imperialistische hegemonie en Anglo-Amerikaanse relaties in het gedrang kwamen.

Dit alles neemt uiteraard niet weg dat Churchills strategische oorlogsvoering, waarin militaire belangen voortdurend prioriteit kregen boven humanitaire overwegingen, een cruciale bijdrage heeft geleverd aan de uitkomst van de Tweede Wereldoorlog. Maar het erkennen van institutioneel racisme in het grootste rijk ter wereld – en diens beroemdste premier – verandert deze geschiedenis niet, alleen hoe we de geschiedenis vandaag de dag duiden.

Als we de donkere kanten van ons verleden willen beschouwen, moeten we dat doen op basis van de feiten. Verder mythologiseren dient geen enkel doel. Laten we samen – burgers, journalisten, politici en wetenschappers – dat debat transparant en gebalanceerd voeren. Met valse tegenstellingen als held versus schurk komen we niet verder: geschiedenis wijst uit dat mensen beiden kunnen zijn.

Ingrid de Zwarte is als historicus verbonden aan de Wageningen Universiteit en het NIOD, waar zij onderzoek doet naar de politiek van hongersnood en voedselhulp in gewapende conflicten.