Zingen in tijden van Corona

Ze duiken in deze tijden van ‘social distancing’ overal op: filmpjes waarin mensen vanaf hun balkons samen zingen. Vanaf het ene balkon klinkt dit beter dan vanaf het andere, maar het doet er eigenlijk niet toe of je een stem als Cecilia Bartoli hebt of alleen maar onder de douche zingt. Het gaat er om het sociale isolement te doorbreken. Deze filmpjes zijn fascinerend materiaal als we kijken naar het belang van sociale groepen en de rol van muziek in het creëren en onderhouden van sociale gemeenschappen.

In crisistijden komt onze inherente behoefte aan fysieke verbondenheid sterk naar boven. Ook al kunnen we met behulp van de sociale media tegenwoordig op elk gewenst moment online met andere mensen in contact staan, toch willen we niet alleen virtueel maar ook fysiek bij elkaar te komen – zij het op balkonlengte afstand (als het maar minstens 1,5 meter is!). Maar waarom gaan we dan zingen?

De coronacrisis is natuurlijk niet de eerste crisis die we als mensheid meemaken en ook niet de eerste crisis waarin gezongen wordt. In tijden van maatschappelijke onrust, politieke turbulentie of natuurrampen zingen we liederen om gemeenschapsgevoelens te creëren en bevestigen. In de zestiende eeuw, ten tijde van de Reformatie, speelde zingen bijvoorbeeld al een belangrijke rol in de constructie van de nieuwe protestantse geloofsgemeenschap. Of denk bijvoorbeeld aan de nationale hymnes die uit crisissituaties voortgekomen zijn: het Wilhelmus ontstond ten tijde van de Opstand; de Marseillaise tijdens de Franse Revolutie; de Brabançonne tijdens de Belgische Omwenteling. In al deze liederen is er sprake van een gemeenschap, en deze wordt telkens weer bevestigd door het steeds weer gemeenschappelijke zingen van die liederen.

Ook voor het sociale isolement waarin mensen zich op dit moment vrijwillig (of minder vrijwillig) bevinden zijn er vele historische voorbeelden: het valt bijvoorbeeld te vergelijken met (on)vrijwillige migratie. Via muziek proberen emigranten vaak een connectie met hun oorspronkelijke gemeenschap te behouden. Denk maar aan de vele Irish pubs over de hele wereld, of aan de gospelkoren die op vele plaatsen ter wereld de verbinding met een religieuze gemeenschap in stand houden. Een voorbeeld uit de Nederlandse geschiedenis vinden we aan het einde van de achttiende eeuw toen veel patriotten na de Oranjerestauratie naar het buitenland moesten vluchten. Ook daar bleven ze de liederen van hun politieke beweging zingen, totdat ze deze na de Bataafse revolutie weer uit volle borst als triomfliederen in de Nederlandse straten mochten laten klinken.

Prent: Laat ons zingen, anoniem, 1845. Rijksmuseum

De stem is een altijd toegankelijk instrument en voor de meesten van ons ook het makkelijkst te hanteren. Al sinds mensenheugenis creëren we door middel van muziek een groepsgevoel, een collectieve identiteit, en houden we deze in stand. Historisch-culturele antropologen denken zelfs dat muziek een centrale rol speelt in de menselijke evolutie en het overleven van de mens als soort omdat de collectieve identiteiten die ontstaan door samen muziek te maken de basis vormen van de fysieke sociale groepen die essentieel zijn voor ons voortbestaan. De fysieke ervaring van het samen muziek maken, het samen zingen, waarbij we in grote mate synchroon samen bewegen en klanken voortbrengen, roept gevoelens van eenheid en saamhorigheid op. In tijden van crisis zijn we afhankelijk van de solidariteit binnen de groepen waartoe we behoren – onze families, vrienden, buren, stad- en landgenoten, medemensen – niet alleen om te overleven, maar ook voor emotionele, praktische en financiële steun (en wc-papier!).

Collectief zingen reikt echter nog verder dan slechts de fysieke gemeenschap, en dat is mooi te illustreren aan de hand van de filmpjes van zingende Italianen. De reacties op deze filmpjes laten namelijk zien dat het zingen niet alleen de mensen in de Italiaanse steden met elkaar verbindt – ook bij ons in Nederland en op vele andere plaatsen in de wereld maakt dit fenomeen iets los. Ook al kennen we de liederen die gezongen worden misschien niet, muziek is zo’n universeel fenomeen dat we ook zonder taal begrijpen wat de muziek uitdrukt. Zonder dat we op de hoogte zijn van de historische lading van bijvoorbeeld een lied als Bella Ciao (tenzij je misschien toevallig de Netflix-serie La Casa de Papel gezien hebt) voelen de meeste mensen meteen het strijdbare karakter van dit lied aan en voelen ze zich erdoor gesterkt. Zo creëert muziek niet alleen reële, belichaamde gemeenschappen, maar ook verbeelde verbondenheid: ook al zien we ze niet, we weten dat mensen op allerlei andere plaatsen hetzelfde doormaken als wij.

Een moeilijke situatie zoals de huidige COVID-19-crisis laat dus zien waar wij als mensen op teruggrijpen als we ons het kwetsbaarst voelen. Ook al kunnen we de komende tijd even niet meer op café, we kunnen wel blijven zingen. Want voor zover we weten is zingen weliswaar besmettelijk, het draagt geen COVID-19 over. Laten we daarom het advies opvolgen dat de dichteressen Elisabeth Wolff en Agatha Deken al in hun bundel Economische Liedjes (1781) gaven: “Laaten de menschen zingen! zingen is gezond, zingen is goed zo wel voor het lichaam als voor den geest!”

Verder lezen
– Cornelis van der Haven, ‘Singing the Nation: Imagined Collectivity and the Poetics of Identification in Dutch Political Songs (1780-1800)’, Modern Language Review 111 (3), 2016: 754-774.
– Lotte Jensen, ‘“Disaster upon Disaster Inflicted on the Dutch”. Singing about Disasters in the Netherlands, 1600-1900’, BMGN – Low Countries Historical Review 134 (2), 2019: 45-70.
– Missfelder, Jan-Friedrich, ‘Akustische Reformation: Lübeck 1529’, Historische Anthropologie 20 (1), 2012: 108-121.
– Emilie K. M. Murphy, ‘Exile and Linguistic Encounter: Early Modern English Convents in the Low Countries and France’, Renaissance Quarterly 73 (1), 2020: 132-164.
– Thomas Turino, Music as Social Life: The Politics of Participation, The University of Chicago Press, 2008.

Renée Vulto is is muziekwetenschapper met een brede interesse voor de rol van muziek in de maatschappij. Momenteel is zij doctoraatsonderzoeker bij de afdeling Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Gent. In haar onderzoeksproject ‘Singing Communities. Dutch Political Songs and the Performance of National Identity (1780-1820)’ staat de rol van het lied en het zingen van liederen in de constructie van gemeenschappen centraal