De rellen in Hamburg: een reactie

Klaas Stutje reageert op het artikel van Moritz Föllmer en stelt dat de protesten in Hamburg vooral in een internationale traditie passen.

Naar aanleiding van de rellen bij de G20 top in Hamburg publiceerde Moritz Föllmer een interessante historische duiding van de plaats van geweld in de Duitse autonome beweging. Van 6 tot 9 juli was ikzelf in Hamburg aanwezig om daar deel te nemen aan de protesten. Hoewel ik Föllmers’ verhaal in grote lijnen ondersteun verdienen twee aspecten meer aandacht: de internationale inbedding en het in elkaar overvloeien van actiemiddelen en –strategieën.

In zijn stuk plaatst Föllmer de protesten en het geweld in Hamburg in een Duitse historische context, waarbij hij verwijst naar de autonome beweging in de jaren tachtig. De rijke humuslaag van activisme in Duitsland en Hamburg en reeds bestaande structuren waren inderdaad van groot belang voor de organisatie van de protesten tegen de G20, en kunnen tegelijkertijd een verklaring bieden voor het geweld dat hier een onderdeel van was. Toch heb ik het weekend vooral als een internationaal evenement ervaren.

Ook Koerdische organisaties liepen mee. Foto: JouWatch CC BY-SA 2.0

Demonstranten uit diverse Europese landen waren nadrukkelijk aanwezig: naast Duitsers heb ik Fransen, Italianen, Nederlanders, Denen, Turken, Iraniërs en Koerden gezien. Vele transnationale organisaties en buitenlandse politieke partijen (de SP-jongeren bijvoorbeeld) riepen leden op om te komen of speelden een rol in de organisatie en communicatie (zie bijvoorbeeld het van oorsprong Franse ATTAC! en het transnationale blog CrimethInc). Populaire leuzen verbonden het protest aan recente protesten elders in de wereld en voorgaande internationale actiemomenten, zoals de anti-Trump beweging en de G8-top in Genua in 2001. Zelfs de Duitse politie schreef de rellen van vrijdagmiddag toe aan Franse en Italiaanse activisten.

De demonstraties en rellen bij de G20 in Hamburg kunnen daarom niet alleen verklaard worden een voortzetting van het Duitse actieverleden, maar zijn ook een onderdeel van een transnationale actiecultuur, die de laatste twee decennia ontstaan is bij de massale protesten tegen internationale politieke toppen van de G8, G20, WTO en het IMF. Zoals de socioloog Sidney Tarrow beschrijft in zijn boek The New Transnational Activism, is de antikapitalistische beweging na de val van de muur en de ogenschijnlijke overwinning van het neoliberalisme offensiever en internationaler geworden. Sinds de roemruchte ‘Battle of Seattle’ in 1999, toen activisten erin slaagden de WTO-top aldaar volledig te blokkeren, zijn de betogingen van de internationale andersglobaliseringsbeweging er de laatste jaren op gericht dergelijke topontmoetingen actief te ontregelen middels blokkades en massale burgerlijke ongehoorzaamheid.

Dit mondt helaas – ook buiten Duitsland en Europa – regelmatig uit in rellen. Deze acties hebben enerzijds te maken met het verdedigen van een alternatieve levensvorm, maar vooral ook met het tegengaan van – volgens de demonstranten – illegitieme machtsstructuren. Zo bezien is geweldsuitoefening een – inderdaad controversieel – onderdeel van een strategie van ontregeling. Terwijl de Duitse autonome beweging sinds de jaren negentig op zijn retour is bewijst Hamburg dat de protesten rond de toppen in de laatste twintig jaar onverminderd groot zijn gebleven.

Een alternatieve actievorm met bootjes. Foto: Campact (CC BY-NC 2.0)

Ten tweede beschrijft Föllmer het stenengooien als een geïsoleerd fenomeen. Bij militante demonstraties in Hamburg en elders viel het mij op dat gewelddadige actiemiddelen zoals stenen en vuurwerk onderdeel uitmaakten van een veel breder actierepertoire. Enerzijds waren er in Hamburg individuen die nog verder gingen door auto’s in brand te steken en winkels te plunderen. Anderzijds werd er juist gebruik gemaakt van diverse minder confronterende actiemethodes zoals het gezamenlijk geweldloos door de politielinies duwen (strategie van de tute bianchi), zittende blokkades, artistieke zombiewalks, clowns armies, en het voortdurend opsplitsen en verspreiden van demonstraties.

Het is opmerkelijk dat deze actievormen soms gelijktijdig plaatsvonden, in elkaar overgingen, en hier en daar door dezelfde mensen werden uitgevoerd. Politierepressie speelt in dit proces een belangrijke rol: demonstranten en politie reageren op elkaar, ook wat betreft het geweldsniveau. Ondanks verhalen over een gecoördineerde aanval van het zogenaamde zwarte blok was de vrijdagavond – toen de ergste rellen plaatsvonden – juist een verwarrende ervaring waarin woede, ludiek protest, carnavaleske uitgelatenheid en bezopen idiotie naast elkaar leken te bestaan. Dezelfde mensen die op vrijdag onderdeel waren van de directe en deels gewelddadige acties, waren op zaterdag ook bij de massademonstratie waar naar schatting zo’n honderdduizend mensen aanwezig waren. Die massale betoging liet de verbondenheid van de meer radicale protesten met diverse sociale bewegingen zien. Niet alleen geharde activisten, maar ook parlementaire organisaties, migrantenverenigingen, vakbonden, NGO’s en kerkelijke groeperingen namen hieraan deel.

De discussies die Föllmer beschrijft over de rechtvaardiging van geweld binnen de autonome beweging in de jaren tachtig richtten zich dan ook niet uitsluitend op de beginseldiscussie of geweld wel of niet gerechtvaardigd was. Belangrijk was vooral de vraag hoe productief geweld als actiemiddel was in de context van politierepressie en een weifelende publieke opinie. Evenals binnen de kraakbeweging in de jaren tachtig veroordelen veel activisten in Hamburg – waaronder de woordvoerder van het belangrijkste actiecentrum Rote Flora – het geweld. Volgens hen grepen de autoriteiten het geweld aan om alle andere vormen van protest uit elkaar te drijven en op die manier legitiem protest onmogelijk te maken.

Als we het geweld in Hamburg beter willen begrijpen doen we er goed aan het niet alleen te duiden als een ethische keuze tussen pacifisme of gewelddadig protest, maar als een reeds bestaand en zeer verwarrend fenomeen waartoe individuen – activisten, burgers en politie – zich moeten verhouden tijdens momenten van verhoogde politieke spanning.

Klaas Stutje is Post-Doc aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en werkt aan een onderzoek naar dwangarbeid in Nederlands-Indië tussen 1800 en 1950.