Categorieën
Geschiedenis actueel

Geschiedenis in de verkiezingsprogramma’s

Op 22 november gaat Nederland naar de stembus. Over de Muur bespreekt de rol van het verleden binnen de verkiezingsprogramma’s. Hoe kijken de partijen terug op de erfenis van de langstzittende premier van Nederland? Slaan we zwarte bladzijdes om of opnieuw open? En krijgen we eindelijk een Nationaal Historisch Museum? Hoewel er in vergelijking met de vorige verkiezingen (2021) relatief minder aandacht voor de geschiedenis lijkt te zijn, blijft het nationale verleden een ijkpunt in de Nederlandse politiek.

Opvallend is het relatief lage aantal referenties naar het verleden vergeleken bij de vorige campagne. Het blijft gissen naar de oorzaak van deze neergang, maar waarschijnlijk spelen de economische en geopolitieke instabiliteit en de conflicten over Ruttes nalatenschap een rol. De loopgraven uit de cultuuroorlog zijn vervangen door echte loopgraven, en er wordt eerder ruzie gemaakt over de laatste twaalf jaar, dan over het verleden daarvoor.

Recent verleden dat niet voorbij wil gaan

Het ontbreken van verwijzingen naar de geschiedenis valt vooral op in het partijprogramma van de VVD. Het woord ‘geschiedenis’ komt slechts een keer voor, wanneer het programma uitspreekt dat de Joodse gemeenschap ‘niet alleen een geschiedenis maar ook een toekomst heeft … in ons land.’ Wanneer er over het verleden word gesproken gaat het vooral over hoe ‘onbeheerste immigratie’ en een ‘focus’ op sociale woningbouw in de grote steden ‘tot het verleden’ zouden moeten behoren. De lange regeerperiode van Mark Rutte maakt het ontbreken van verwijzingen naar het verleden begrijpelijk – de partij is immers verantwoordelijk voor het imperfecte heden – maar ook opmerkelijk: blijkbaar zijn de huidige politieke leiders niet tevreden met de vrucht van hun werk.

Stemmen in Dronten (Oost-Flevopolder). Verkiezingsborden. (Eric Koch/Anefo, Nationaal Archief CCO).

Andere partijen hebben duidelijk aandacht voor het recente verleden. Zo verwijst NSC regelmatig in negatieve zin naar het Rutte-tijdperk en merkt de SP op dat ‘na vier kabinetten Rutte’ kiezers het ‘vertrouwen in de politiek, in de overheid en in bestuurders’ verloren hebben. De ‘liegende premier’ heeft de toch al matige bestuurscultuur ‘extra verziekt.’ Aan de rechterkant van het politieke spectrum noteert de BBB dat burgers er ‘vroeger’ op konden vertrouwen dat ‘de elite van jouw zuil ook jouw belang behartigde.’ Volgens de partij zijn mensen dat gevoel kwijt, ‘want die elite is zijn eigen bubbel geworden’ (NB: deze zin is mogelijk door ChatGPT geschreven)

TV-uitzending na de verkiezingen van 1982 (Bogaerts, Rob/Anefo, Nationaal Archief, CCO).

Slavernij, geschiedenis en identiteit

Hoewel verwijzingen minder prominent aanwezig zijn, speelt de omgang met het verleden – zowel bij linkse als extreem rechtse partijen – nog altijd een belangrijke rol. Links Nederland blijft meer aandacht vragen voor het slavernijverleden. Zo pleit PVDA/GroenLinks voor een ‘herstelfonds voor nazaten van tot slaaf gemaakten’ en voortzetten van gesprekken over ‘het koloniale- en slavernijverleden, de doorwerking hiervan en het nodige rechtsherstel.’ VOLT vraagt om blijvende aandacht voor het koloniale en slavernijverleden, onder andere door Keti Koti een nationale vrije dag te maken en het NiNsee (National Instituut voor Slavernijverleden en Erfenis) structureel te subsidieren. Bij BIJ1 vormen verwijzingen naar de geschiedenis, en dan vooral het slavernijverleden, een kern van het programma. Zo pleit de partij voor meer aadacht voor geschiedenis in het onderwijs, het aanpassen van problematische straatnamen en herstelbetalingen. FvD en PVV vinden juist dat de excuses voor het slavernijverleden en politionele acties worden ingetrokken, terwijl BVNL pleit voor het maken van excuses voor ‘de Molukse kwestie.’

Controversiële helden

Ook op het gebied van historische helden staan de linkse en rechtse partijen tegenover elkaar. De PVV hoopt dat er een einde komt aan de ‘linkse haat tegen helden uit onze geschiedenis.’ Hoewel de helden hier onbenoemd blijven, pleit BVNL voor ‘eerherstel’ voor bewezen oorlogsmisdadigers Generaal Spoor en Kapitein Westerling: ‘ten onrechte verguisde Nederlandse helden.’ PVDA/GroenLinks hoopt op een herijking van heldendom: ‘historische figuren die misdaden tegen de menselijkheid hebben begaan … worden niet meer verheelijkt’, maar Nederlanders moeten er wel voor zorgen dat verhalen over ‘de helden van onze gedeelde geschiedenis’ verteld blijven worden.

Zeevaart en visserijverleden

Rechtse partijen verbinden de Nederlandse geschiedenis vooral aan een breed idee over identiteit. Zo stelt de PVV trots te zijn op de Nederlandse ‘cultuur, identiteit en tradities’ en hekelt de partij ‘een gevoel van schaamte over de geschiedenis van ons land.’ Ook BVNL eist respect ‘voor onze vaderlandse geschiedenis en onze culterele identiteit’. De verbinding tussen identiteit en geschiedenis wordt niet erg concreet. Zo schrijft de PVV in algemene termen over de ‘historische sucessen van de [Nederlandse] zeevaart.’ Het programma van JA21 is een opmerkelijke uitzondering op deze regel te vinden. In een onderdeel over visserij wordt gesteld dat deze economische sector ondersteuning verdient omdat Nederland en visserij, zeker in 84 gemeenschappen, onlosmakkelijk met elkaar verbonden zijn.

Lijsttrekkers verkiezingen AVRO’s Televizier, Van der Spek (PSP), Koekoek (BP), Bakker (CPN), Voogd (lijst Voogd), Jongeling (GPV) in 1967. (Koch, Eric/Anefo, Nationaal Archief, CCO)

Woorden en musea

Het valt op dat rechtse partijen vooral wijzen op inmaterieel, en daarmee relatief onderhoudsarm, erfgoed. FvD trekt als enige de beurs en pleit voor ‘gratis toegang tot Rijksmusea’ en bescherming van erfgoed maar dan wel geheel zonder ‘hedendaagse normen en etiketten.’ Afgezien van deze toevoeging, vindt de partij hier aansluiting bij PVDA/GroenLinks, VOLT en de SP. Verschilende partijcombinaties pleiten daarnaast voor nieuwe rijksmusea. Zo hopen CDA en SP dat er eindelijk een Nationaal Historisch Museum komt en pleiten Bij1 en D66 voor een gratis National Slavernijmuseum. De SGP pleit voor extra geld voor het behoud van ‘monumentale’ orgels.