Waarom opiniepeiler Maurice de Hond zijn beste tijd heeft gehad

In verkiezingstijd ligt controverse op de loer. Dat geldt voor politici maar zeker ook voor opiniepeiler Maurice de Hond, decennialang de lievelingspeiler van Hilversum. Met het creëren van controverse speelde De Hond in op de medialogica rond het gebruik van opiniepeilingen. Zijn carrière is een aaneenschakeling van discussies over zijn methode. Nu is er weer conflict, maar ditmaal zal het hem niet verder helpen, betoogt historicus Fons Meijer. 

Geen verkiezing kan zonder: opiniepeilingen. Ook in aanloop naar de verkiezingen voor het Europese Parlement van aanstaande donderdag werden al driftig steekproeven genomen. Maar er was meer te doen rondom de peilingen. Begin mei werd bekend dat Maurice de Hond niet meer meewerkt aan de Peilingwijzer. Gedoe in peilingenland. De Hond vindt dat Peilingwijzer, een gewogen gemiddelde van de voornaamste peilbureaus, een scheef beeld geeft van de publieke opinie en verbiedt Tom Louwerse, de drijvende kracht achter Peilingwijzer, nog langer gratis gebruik te maken van zijn data. Zulke controverse is niets nieuws voor De Hond, zo laat een snelle blik op zijn carrière zien. De opiniepeiler is al veertig jaar lang verwikkeld in discussies met gevestigde politicologen. Controverse en De Hond gaan opmerkelijk vaak samen.

Deze discussie is niet enkel relevant voor politicologen, maar ook voor historici. De casus-De Hond, met z’n opkomst in de jaren ’70 en de hedendaagse neergang, is representatief voor de veranderende medialogica rondom het fenomeen opiniepeilingen.

Controverse als strategie

Na zijn eerste peiling in 1976 kreeg De Hond van de Rotterdamse politicoloog Wil Foppen al het verwijt dat hij met zijn onderzoeken de kiezersvoorkeur manipuleerde. De Hond zou niet aan de wetenschappelijke standaarden voldoen. Deze kritiek is sindsdien niet meer verstomd en wordt voornamelijk geuit door politicologen en andere opiniepeilers. Politicologenblog Stuk Rood Vlees zette in 2013 de meer recente discussies achter elkaar en vond dat De Hond gemiddeld iedere twee á drie jaar wel onder vuur ligt.[1] De paradox is dat de constante stroom van kritiek de peilingpionier echter geen windeieren heeft gelegd: al decennia is hij een graag geziene politiek duider in praatprogramma’s. De kritiek op zijn methodologie lijkt hem niet te raken.

Maurice de Hond, 1982 (door Marcel Antonisse / Anefo – Nationaal Archief, CC BY-SA 3.0)

Controverse is jarenlang de brandstof geweest waarop de motor van het merk De Hond kon draaien. Er gaapt namelijk een kloof tussen de academisch discussie en de aandachtseconomie van de massamedia. Op radio en televisie gelden er andere regels dan in het wetenschappelijke debat. Het gaat dan niet om het bereiken van consensus, maar om het legitimeren van ‘nieuwe’ kennis ten koste van ‘gevestigde’ kennis. ‘Media-experts’ moeten niet alleen laten zien dat hun kennis klopt, maar ook dat die relevant en in zeker mate onderscheidend is. Deze ‘medialisering’ van wetenschap is de laatste jaren alleen maar toegenomen: niet voor niets moeten wetenschappelijke resultaten tegenwoordig ‘vernieuwend’ en ‘grensverleggend’ zijn om de aandacht van de massamedia te vangen.  

Het is deze dynamiek waardoor De Hond zo groot is geworden. Doordat hij door gevestigde politicologen steeds onder vuur werd genomen kon hij zich naar buiten toe presenteren als ‘the new kid on the block’. Híj had de meest verfijnde methodologie en zou zich niet laten weerhouden door de genuanceerde academische mores. Bij hem zou het Nederlandse publiek te zien krijgen hoe de politieke verhoudingen echt lagen. Geen onnodige terughoudendheid, maar de échte cijfers. De Hond gebruikte ieder conflict om dit beeld verder vorm te geven. Ook in de ruzie met Louwerse neemt hij deze underdogpositie weer in: op de website van de NRC klaagde De Hond op 9 mei dat de media zijn cijfers steeds vaker negeren: ‘Journalisten schrijven krantenkolommen vol over politiek, maar schrijven zelden over het effect op de kiezer’.[2]

Tot voor kort maakte dit soort acts hem in Hilversum ontzettend geliefd. Met zijn data konden media op een spannende manier aan politieke verslaggeving doen. Welke partij ligt er aan kop, welke partijleider is er met een inhaalslag bezig? In de communicatiewetenschap wordt dit fenomeen ‘horse-race’-journalistiek genoemd. Ook konden de media peilingen gebruiken om zichzelf op te werpen als de bemiddelaars tussen het volk enerzijds en de politiek anderzijds. Onder de vleugels van toenmalig Vara-redacteur Jan Nagel groeide De Hond in de jaren zeventig en tachtig uit tot de vaste peilingexpert van het radioprogramma In de Rooie Haan en actualiteitenrubriek Achter het Nieuws. Later werd hij de een van de vaste politieke duiders van De Wereld Draait Door. Daarnaast brengt hij wekelijks nieuwe peilingen, vaak op de nieuwsluwe zondag, waardoor de media er altijd wel aandacht aan besteden.

Maurice de Hond, 2018 (door DWDD – DWDD, CC BY 3.0)

Maurice de Hond is representatief geweest voor de medialogica die zich de afgelopen decennia heeft gevestigd rondom het gebruik van opiniepeilingen. De Hond was in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 1977 ongeveer eens per maand te horen met zijn peilingen. Hij stond toen aan het begin van zijn carrière. Ruim drie decennia later, tijdens de meer recente campagnes van 2010 en 2012, was hij bijna dagelijks te gast in de studio van De Wereld Draait Door. Opiniepeilingen groeiden van randverschijnsel uit tot centraal onderdeel van de politieke journalistiek.

Behoedzaamheid als nieuwe medialogica

Maar de medialogica rondom opiniepeilingen is veranderd. Sinds de onvoorziene uitslagen van het brexitreferendum en de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2016 zijn ook Nederlandse media terughoudender geworden met het publiceren van peilingen. Het besef groeit dat over kiezersvoorkeuren niet valt te berichten alsof het om het weer van morgen gaat en dat verkiezingsuitslagen niet exact te voorspellen zijn. De Peilingwijzer is een voorbeeld van deze behoefte aan behoedzaamheid. Louwerse streeft er niet naar iedere week minieme zetelverschuivingen naar buiten te brengen, maar wil inzicht geven in langetermijnontwikkelingen. Daarom verschijnt de Peilingwijzer maandelijks en niet wekelijks en vermeldt Louwerse nadrukkelijk de foutmarges.

Controverse zal De Hond niet verder helpen. Door zo openlijk zelf het conflict te zoeken heeft hij de aandacht weliswaar weer even op zijn peilingen gevestigd, maar het zal niet lang meer duren voordat hij zijn enquêtes aan de wilgen gaat hangen. Het is duidelijk dat niet De Hond maar Louwerse het best aansluit bij de huidige behoeftes van massamedia.

Fons Meijer (fotograaf: Suzan Zanders)

Fons Meijer is historicus en doet als promovendus aan de Radboud Universiteit onderzoek naar de culturele verwerking van rampen in de negentiende eeuw.[3] Hij deed eerder onderzoek naar de mediageschiedenis van opiniepeilingen.

 

 

 

 

[1] http://stukroodvlees.nl/doorlopende-discussie-over-peilingen-maurice-de-hond-een-overzicht/

[2] https://www.nrc.nl/nieuws/2019/05/02/peilers-vitten-op-elkaars-methode-a3959027

[3] http://dealingwithdisasters.nl/en/