Wie Foucault kent weet: FvD en de PvdA zijn één pot nat

Het was gisteren, 25 juni 2019, vijfendertig jaar geleden dat de Franse filosoof Michel Foucault overleed aan de gevolgen van AIDS. Foucault is een van de meest diverse en originele denkers van de twintigste eeuw, en een van de meest geciteerde wetenschappers in de geesten- en sociale wetenschappen. Zijn ideeën over kennis, macht en politiek hebben bestaande denkkaders overhoop gehaald. Hoe kunnen zijn ideeën gebruikt worden in onze tijd?

Foucault is een van de grote Franse filosofen die publieke bekendheid kreeg in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw. Met zijn werken heeft hij meerdere wetenschappelijke disciplines, waaronder politicologie, literatuurwetenschappen en geschiedenis, fundamenteel veranderd. Zijn ideeën over macht en strijd zijn nog steeds actueel, juist in deze tijd waarin velen met afschuw kijken naar autoritaire leiders met rechtse, antiliberale politieke ideeën en terugverlangen naar een humanere, liberale politiek.

Michel Foucault muurschildering. Beeld: Thierry Ehrmann (CC BY 2.0).

In zijn collegereeks in 1975-1976 aan het Collège de France gaat Foucault in op de vraag wat de essentie van politiek is. En hij windt om het antwoord geen doekjes. Foucault zet de opmerking ‘oorlog is politiek met andere middelen’ van de Pruisische generaal Carl von Clausewitz op zijn kop: ‘politiek is oorlog met andere middelen’. Het gaat Foucault hier niet om politiek met een kleine p. Politiek is een machtsstrijd die zich niet enkel uit in enkele instituties, zoals het parlement, maar een strijd die zich uit in alle onderdelen van het leven. De kern van politiek is strijd.

Hiermee zet Foucault zich sterk af tegen het liberale idee van wat politiek is. Liberale politiek draait om het afbakenen van verschillende sferen, zoals de politiek en de economie. Daarnaast presenteren liberalen deze sferen als een natuurlijke verdeling, als een tijdloos gegeven. Ze stellen de politieke sfeer voor als een plek van debat waarin de rationele uitwisseling van argumenten centraal staat. Er is een gelijk speelveld voor alle deelnemers waar zij hun argumenten kunnen uitwisselen en door middel van deliberatie de beste uitkomst vanzelf naar boven komt.

Foucault stelt daarentegen dat wat politiek is, en wat niet, geen vaststaand gegeven is, maar een continue strijd. Deze strijd van politisering en depolitisering zien we continu. Of het nu gaat om het nationale geschiedeniscanon of om de kleur van Piet in de Sinterklaastraditie: er vindt een strijd plaats om onderwerpen als politiek of als niet-politiek neer te zetten. Liberalen verzetten zich tegen deze voorstelling van zaken; zij stellen dat er een natuurlijk en daarmee onveranderlijk onderscheid is tussen iets wat politiek is, en iets dat niet politiek is. Maar volgens Foucault is dit beroep op een natuurlijk onderscheid in zichzelf een politieke daad par excellence.

De laatste jaren zijn rechtse, antiliberale politieke leiders aan de macht gekomen in verschillende landen. Voorbeelden hiervan zijn Trump in de Verenigde Staten, Orban in Hongarije en Erdogan in Turkije. Wat deze politici verbindt is een afkeer van liberale politiek en het feit dat ze strijd centraal stellen in hun idee van wat politiek is. Veel van hun daden worden door een groot publiek met afschuw gevolgd en breed verworpen, maar als we kijken naar deze daden zien we dat er op sommige punten weinig verschil is met het beleid dat door liberale staten of liberale politici wordt bedacht. Obama heeft Guantanamo opengehouden en Erdogan voert een vluchtelingenbeleid uit dat hij heeft afgesproken met de liberale Europese Unie.

Er is onder een liberaal publiek een grote hang naar de eloquentie en beleefdheid van Obama ten opzichte van de huidige president van de Verenigde Staten. En de PvdA, waarvan de voormalige fractievoorzitter Diederik Samsom de trotste bedenker was van de Turkijedeal, wordt nog steeds gezien als het progressieve alternatief voor het Blut und Bodendiscours van Baudet. Maar een verlangen naar deze zogenaamde progressieve partijen als alternatief voor rechtse, antiliberale politiek is geen echte verandering. Ja, het ziet er beschaafder uit en schreeuwt minder, maar de politieke praktijk is er in sommige gevallen niet minder onderdrukkend om. Liberale politiek en antiliberale politiek zijn geen tegenstellingen, maar twee takken van dezelfde boom. Het verschil is dat antiliberalen erkennen dat politiek om strijd draait, terwijl liberalen dit ontkennen.

In 1971 werd een debat tussen Foucault en de Amerikaanse linguïst Noam Chomsky uitgezonden op de Nederlandse televisie. Daarin stelde Foucault dat het de taak is van intellectuelen om instituties te bekritiseren die neutraal doen en laten zien hoe deze valse schijn van neutraliteit bestreden kan worden. Een voorbeeld hiervan is tonen dat liberale politiek niet een antwoord is op hedendaagse rechtse antiliberale politiek. Een nostalgisch verlangen naar een beschaafde politiek stijl die als het op beleid aankomt, soms weinig verschilt van onbeschofte politiek is geen goede drijfveer voor een strijd die draait om emancipatie. Het denken van Foucault geeft aanknopingspunten voor een linkse en antiliberale politiek, een vorm van denken die uitermate nuttig kan zijn in de huidige tijd. Een politiek die draait om strijd voor een inclusievere en solidaire wereld en die zich uitspreekt tegen machtsmisbruik, waar dan ook ter wereld gepleegd.

Teun Dominicus volgt de geschiedenismaster Cities, Migration and Global Interdependence aan de Universiteit Leiden en de master International Relations aan de Universiteit van Amsterdam.