Hoe valorisatie ook een vorm van emancipatie kan zijn

Afgelopen maand werd Over de Muur vereerd met de ASH-valorisatieprijs van de afdeling geschiedenis van de Universiteit van Amsterdam. Dat was een feestje waard! Maar wat betekent een dergelijke prijs in tijden van werkdruk en prestatiedrang? Een terugblik op één jaar Over de Muur door redactielid Klaas Stutje.

Op 19 april 2017 verscheen het eerste artikel op dit blog, van de hand van Sara Polak over de zichtbaarheid van de historicus. Inmiddels zijn we bijna 60 blogs, 45.000 unieke bezoekers en 1400 volgers op Twitter en Facebook verder en kunnen we met recht zeggen dat het eerste jaar van Over de Muur een succes is. Dit succes werd onlangs bekroond met een valorisatieprijs van de onderzoeksafdeling van geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

Teamleden van Over de Muur namen op 2 juli 2018 met trots de ASH valorisatieprijs in ontvangst. Foto: Brigit van der Pas

Deze prijs en ons éénjarig bestaan vragen ons ook om stil te staan bij de betekenis en praktijk van ‘valorisatie’; een hip synoniem voor het maatschappelijk of economisch te gelde maken van wetenschappelijke kennis. Is de valorisatie die wij met Over de Muur willen faciliteren dezelfde valorisatie als die door wetenschapsfondsen en academische instellingen wordt aangemoedigd?

Het is goed om te blijven benoemen dat de nadruk op onderzoeksvalorisatie past in een neoliberale agenda. Met bijvoorbeeld het Topsectorenbeleid en de Nationale Wetenschapsagenda spoort de overheid wetenschappers aan kennis te genereren ten gunste van het bedrijfsleven en vraagstukken van nationaal belang. Bij Over de Muur geloven we daarentegen in een autonome, onafhankelijke wetenschap die zelf haar onderwerpen bepaalt. Hierbij hoort dat we ruimte bieden aan kritische bijdragen die bijvoorbeeld de historische rol van het bedrijfsleven in de uitstoot van broeikasgassen aanklagen, of het groeiende nationalisme in de politiek aanvallen. Dergelijke artikelen zijn niet direct bevorderlijk voor de kenniseconomie, gaan er wellicht zelfs lijnrecht tegenin, maar zijn wel noodzakelijk voor het bewaren van een open en (zelf)kritische samenleving.

Waar de neoliberale interpretatie van valorisatie uitgaat van een eenvoudige en a-politieke opvatting van kennis – de kennis van wetenschappers is de sleutel tot innovatie en de oplossing voor de grote problemen van vandaag de dag – spelen in werkelijkheid kennis en historische verhalen een belangrijke rol in het bepalen van politieke en maatschappelijke machtsverhoudingen. Terugkijkend op één jaar Over de Muur blijkt dat veel stukken hierover gaan. Zo bekritiseerde Suze Zijlstra het feit dat 91% van de historici die bij de NOS aan het woord komen van het mannelijk geslacht is. Anderen klommen in de pen als historische verhalen werden misbruikt om hedendaagse politieke opvattingen kracht bij te zetten. Dergelijk misbruik leidt enerzijds tot ergernis en anderzijds tot het besef dat historici dit gegeven moeten omarmen en gebruiken. Zoals Nadia Bouras zei in een interview met Niels Mathijssen: ‘De inhoud moet natuurlijk wel staan, die moet leidend blijven. […] Maar spreek je uit in onomwonden taal, klip en klaar. Laat je boodschap landen, maak je punt.’

In de bereidheid om als historici te opereren in een gepolitiseerde context – in de huidige tijd vooral Twitter en andere sociale media – kent Over de Muur roemruchte voorgangers. In 1976 richtte een groep socialistische en feministische historici in Engeland het History Workshop Journal op waarmee ze een nieuwe manier van geschiedbeoefening nastreefden. Zij vonden dat de geschiedschrijving tot dan toe te veel in dienst stond van de politieke en economische elite en richtten zich op nieuwe onderwerpen, die ze kwalificeerden als ‘history from below’ en ‘history of everyday life’. Dit nieuwe perspectief moest ook op een nieuwe manier met een groter publiek gedeeld worden; niet alleen in collegebanken en wetenschappelijke tijdschriften, maar ook in buurthuizen en in samenwerking met maatschappelijke groepen.

Voor mij persoonlijk is deze alternatieve traditie van groot belang. Het zou zonde zijn als Over de Muur slechts een prestatie is op één van de vele terreinen waarop historici tegenwoordig excellent worden geacht te zijn: we zijn náást briljante onderzoekers, betrokken docenten, internationale netwerkers, digitale innovators, succesvolle grant writers, goede commissieleden en fijne collega’s óók nog eens geëngageerde publiekshistorici. Neem daar maar eens een voorbeeld aan! We hebben ons echter in meerdere artikelen gekeerd tegen dit prestatiedenken en de werkdruk die daaruit voort komt.

Veel meer dan een prestatie is het blog voor mij een manier om te ontsnappen aan de eenzijdige publicatiedruk van ons vak. Hoewel ik weet dat er nog drie artikelen, twintig studentenessays en een paar belangrijke deadlines liggen te wachten, werk ik graag aan Over de Muur om me niet te laten isoleren in onderwijs en onderzoek, en omdat het een breuk is met hoe de historicus ‘hoort’ te schrijven. Het blog kost veel tijd, maar we krijgen er een autonome ruimte voor terug.

De waarde van Over de Muur is dan ook voornamelijk gelegen in het hervinden en verdedigen van werkplezier, energie en empowerment, en in het creëren van een platform van waaruit we alternatieve methodes kunnen bedenken en nieuwe groepen mensen kunnen bereiken. Het zou mooi zijn als we dat de komende jaren kunnen voortzetten.

Klaas Stutje is Post-Doc aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en werkt aan een onderzoek naar dwangarbeid in Nederlands-Indië tussen 1800 en 1950. Daarnaast is hij docent aan de Universiteit van Amsterdam.